Your basket (0 items) | view basket
Bookmark and Share
 
Holland Park Press

Heel Modern

9 August 2011 View the English version
by Arnold Jansen op de Haar

Ik ben van 1962. In mijn jeugd had je op school leraren die ‘tegen geld’ waren. Dat was toen heel modern. Meestal droegen ze een baard en stonken ze enigszins naar ongewassen sokken. Gelukkig rookten ze in de klas. Dan rook je die leraren zelf tenminste niet.

De enige die in de klas mocht roken was de leraar, behalve die van scheikunde. Dat was te gevaarlijk.

De leerlingen blowden zich in de kelder van de school een ongeluk. Dat er ooit nog iemand is geslaagd, is een klein wonder.

Er stond wel eens een dronken leraar voor de klas. Ik herinner me S., de leraar Frans. Die was in de middagpauze gesignaleerd in een café. Voor hem lag een berg kleingeld. Hij schijnt toen de onsterfelijke woorden gesproken te hebben: ‘Ik ga pas terug als het geld op is.’ Wij constateerden enkele uren later dat dit aardig gelukt was.

Regelmatig gingen er geruchten dat een leraar ‘iets met een leerling’ had. Tegenwoordig zou men met grote letters ‘PEDOFIEL’ op zijn huis schilderen maar toen was dat heel modern.

Zo hadden wij jonge en oude paters op school. De oude paters waren oké. De jonge paters waren zo modern dat er tegenwoordig justitieel onderzoek plaatsvindt naar hoe modern ze toen waren.

Ook heb ik eens in een weddenschap een krat bier gewonnen van de leraar Engels, de heer M. Ik zei dat ik beter kon sprinten dan hij. Hier werd de les voor onderbroken. Ik won dat krat bier. Ik was vijftien.

Ook heel modern was ‘inspraak’ van de leerlingen. Ik herinner mij een koude dag in januari. De leerlingen besloten, tegen de wens van de schoolleiding in, tot ijsvrij. Inspraak betekende natuurlijk wel dat je ook gelijk moest krijgen.

De kleine, oude conrector, tevens docent gymnastiek, stond met gespreide armen in de gang. Ik zie nog voor me hoe hij omver werd gelopen. Maatregelen werden er niet genomen. Dit ‘moest kunnen’.

Tegen de consumptiemaatschappij had men dan wel weer bezwaren. Leraren spraken ‘consumptiemaatschappij’ uit alsof ze zure melk hadden geconsumeerd. Geld verdienen was sowieso verdacht. Het gekke is dat die leraren toen veel beter verdienden dan nu.

Ook kon je beter niet in ‘het bedrijfsleven’ terechtkomen. Als je later in het bedrijfsleven terechtkwam, dan was je leven mislukt.

Ik heb ooit een leraar geschiedenis gehad die marxist was. Dat was toen ook heel modern. Maoïst of trotzkist was ook goed. Nou ja, er was natuurlijk enige wedijver over wie het ‘meest links’ was. Maar hij was dus marxist. Op een dag zei hij middenin een les tegen mij: ‘Als de Russen komen krijg jij het beste plaatsje in de zoutmijnen.’ Dat vonden wij toen allebei een geslaagde grap.

Dat kwam door mijn politieke opvattingen. Die zijn eigenlijk nooit veranderd. Ik ben van het midden. Destijds was het midden behoorlijk rechts en goed voor ‘een plaatsje in de zoutmijnen’. Tegenwoordig is het midden een stuk linkser.

De leraar geschiedenis mompelde elke keer als het woord Amerika viel ‘imperialisten’. Ik zag ze toch meer als bevrijders. Van de weeromstuit ging ik naar de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Mijn mentor zei tegen me: ‘Ik vind het niks, maar voor jou lijkt het me wel wat.’

Om een lang verhaal kort te maken: ik heb dertien jaar in dat leger doorgebracht. Uiteindelijk bleek ik toch tamelijk intellectueel. Ik werd schrijver.

Nog steeds ben ik niet ‘tegen geld’. Ik vind het alleen niet het allerbelangrijkste. Ik ben een dichter en ik geef les aan cursisten creatief schrijven. Ik weet alles van kredietplafonds.

Ik vermoed dat die linkse leraren van toen zich nu hevig zorgen zitten te maken over hun hypotheek en hun pensioen. Opeens heb ik enorm zin in een reünie.

© Arnold Jansen op de Haar

U kunt reageren op ons forum.

Eerdere columns:
Voorbij de waanzin

Tell a friend
Back to magazine