was successfully added to your cart.

A Cigar in Brussels

De sigaar in Brussel

November 30, 2015

By Arnold Jansen op de Haar

The people I told looked at me as if I was going to travel into a war zone. Actually, after the Paris attacks, I travelled from London to Arnhem and, six days later, back again. Yes, that’s right, through Brussels.

Now I’ve always considered Brussel-Zuid, where I have to change trains, a bit of a war zone. Outside the station, I was killing time … Wrong expression, these are sensitive times. But outside the station I filled in the waiting time by smoking a cigar.

Usually there is a queue for the taxis, and some unsavoury characters hang about. They beg for a cigar or ask for change.

Last Tuesday, I could have changed my booking to another day, ‘because of the threat of a terror attack’. But I wasn’t daunted, so I travelled anyway.

So here I find myself again, outside the station. No taxi queue, no taxis, only one lady, also a smoker. She comes and stands near me. Otherwise the square is deserted.

Apart from two drunkards further down. They’re shouting, and moments later two veiled women walk past. They’re begging, but no longer convincingly. It’s raw and windy, a perfectly image of the sorrow or, if you prefer, the bankruptcy of Belgium.

Now five policemen emerge from the station hall. A little while later, the policemen and the drunkards jostle against each other and the policemen burst out laughing. They move on and the lady standing next to me quickly extinguishes her cigarette. The drunkards start shouting again.

Inside the station hall, heavily armed soldiers stand at the foot of the escalators. There’s no one here at the entrance – well, apart from the drunkards and me. I’m the only buffer between IS and the station. That’s how it feels, and I also think: they can’t even control beggars and drunkards. Isn’t that rather alarming?

Besides, I’ve travelled from the Netherlands with a very heavy suitcase and I’ve not been checked one single time. I’ve dragged this bag all the way through the hall and, if I’d had a bomb in the bag, I could have detonated it right here. But there’s no one else here, except two drunkards and two beggars, so that doesn’t add up to much.

I honestly admit I felt a bit of a hero earlier when travelling by train. The closer we came to Brussels, the fewer people remained on the train. I sat there defending the whole of Western civilisation on my own.

In Roosendaal (a station on the Dutch-Belgian border) I had paid close attention to ensure no suspicious-looking characters boarded the train. Especially as there were no police to see to this.

I have to admit something: there was one person who looked fishy. He had a beard, not a very long one, but still a beard.

So I took a seat near him. If he tries to do anything, I can eliminate him straight away. I was trained to do this, but it’s a long story.

What I actually thought was: I’d better stay close to him, because if he emerges shooting from another carriage I will have ‘less of a chance’. Nowadays, you start thinking in an odd way. And, of course, he wouldn’t expect this short, portly man (me) still to know how to fight.

I also thought of King Willem-Alexander – you know, the (Dutch) king who looks a bit like Donald Trump. I had a vision of this king pinning a medal on my chest, and imagined a band playing festive military tunes.

Well, the ‘suspect’ alighted in Antwerp. He even gave me a friendly goodbye. So now I sat alone in a carriage on my way to Brussels.

And so, once there, outside the station, I smoked my cigar. As an act of defiance. I always smoke my cigar at that very spot, and IS will definitely not prevent me from doing so.

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.

Arnold reading poetry

Previous columns:
Burning a Catholic
Ted or Sylvia?
Unsuitable for Class War
England-bound
The Weather in Arnhem
Accident & Emergency
The Plumber and the Little Prince
A Trojan Horse
Pilloried!
Portobello Hipster
A Celebration Every Day
Diana is Back
Loved by All
Cooking in Peacetime
A Bit of a Genetic Mess
Email a Fairy
A Peeing Neanderthal
Fictional Brits
Bare Burka
Is Van Gaal a Turkey?
An Estate Agent in High Heels
A Boy from Westminster
Adventure in Amsterdam
Amalia & George
Cheering Quietly
Human Waste
D-Day for Poetry
A Dog in London
Van Gaal and Wurst
Baby King George
The Virgin Train from Birmingham
Nuclear Hospitality
Vladimir the Viking
Ski Girl with Moustache
Phoenix
Message From the Bathtub
A Consistent Resolution
Nigella’s Law
Selfie
Cowboy in the Kingdom
An Angry Philanthropist
Oligarch with Red Umbrella
The Lives of Others
Uproar in the Czar Peter House
A Postcard Home
An Angry Ladies’ Hairdresser
Syrian Football
The Man Who is Always Late
What will survive of us is love
A Gibraltarian Librarian
A Gay Sympathiser
Hot Pants Harry

De mensen die ik het vertelde keken naar me alsof ik naar een oorlogsgebied reisde. Na de aanslagen in Parijs ben ik namelijk van Londen naar Arnhem gereisd en zes dagen later weer terug. Inderdaad, via Brussel.

Nou vind ik station Brussel-Zuid, waar ik moet overstappen, altijd al een beetje een oorlogsgebied. Buiten het station, waar ik om de tijd te doden… Verkeerde uitdrukking natuurlijk. Het zijn gevoelige tijden. Maar buiten dat station dus, om tijd te overbruggen, rookte ik mijn sigaartje.

Meestal staat er een rij bij de taxi’s en hangen er wat ongure figuren rond. Ze bedelen om een sigaretje. Vragen kleingeld.

Afgelopen dinsdag kon je de reis per Eurostar omboeken naar een andere dag, ‘vanwege de dreiging’. Maar ik laat me niet afschrikken dus ging toch.

Dus ik sta daar weer, buiten het station. Geen rij voor de taxi’s, geen taxi’s. Slechts één mevrouw, die ook rookt. Ze gaat dicht bij me staan. Verder is het plein verlaten.

Behalve dan die twee dronkenlappen verderop. Ze schreeuwen. Even later slenteren er twee gesluierde vrouwen langs. Ze bedelen alsof ze er zelf ook niet meer in geloven. Het is guur en het waait. Beter kun je het verdriet, of zo u wilt het failliet, van België niet uitbeelden.

Vijf politiemensen komen nu uit de stationshal. De politiemensen en de dronkenlappen lopen elkaar even later te duwen. Dan lachen de politiemensen. Ze lopen weg en de mevrouw naast me drukt snel haar sigaret uit. De dronkenlappen beginnen weer te schreeuwen.

Binnen in de stationshal staan zwaarbewapende militairen bij de roltrappen. Hier bij de ingang staat niemand. Nou ja, de dronkenlappen en de bedelaars. En ik. Ik ben de enige buffer tussen IS en het station. Zo voelt het. En ik denk ook, ze hebben die bedelaars en dronkenlappen hier niet eens in de hand. Hoe vertrouwenwekkend is dat?

Ik ben bovendien met een hele zware tas uit Nederland gereisd en ben nergens gecontroleerd. Ik ben met die tas dwars door het station naar de uitgang gelopen. Als ik een bom in die tas had, had ik hem nu kunnen laten ontploffen. Maar ja, slechts twee dronkenlappen en twee bedelaars, dat schiet ook niet op.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik mij eerder in de trein een beetje een held voelde. Hoe dichter de trein bij Brussel kwam, hoe minder mensen er in de trein zaten. Ik zat hier in mijn eentje de gehele westerse beschaving te verdedigen.

In Roosendaal had ik wel goed opgelet of er geen verdachte types instapten. Ook al omdat er verder geen politie was om dat te doen.

En nu moet ik iets bekennen. Er was inderdaad een type dat er verdacht uitzag. Hij droeg een baard. Niet zo’n hele lange. Maar toch een baard.

En daar ben ik toen dichtbij gaan zitten. Als hij iets probeert, dan kan ik hem gelijk uitschakelen. Ik ben daar voor opgeleid. Dat is een lang verhaal.

Wat ik dacht was dat ik beter in de buurt van hem kon gaan zitten want als hij schietend de coupé in kwam had ik ‘minder kans’. Je gaat in deze tijden de gekste dingen denken. En dat verwachtte hij natuurlijk niet, dat die kleine dikke (ik) nog over zo veel gevechtstechnieken zou beschikken.

En ik dacht ook al aan koning Willem-Alexander. U weet wel, die koning die een beetje op Donald Trump lijkt. Ik zag die koning al een medaille bij mij opspelden. En ik zag ook een band met feestelijke militaire muziek.

Nou ja, de ‘verdachte’ stapte in Antwerpen uit. Hij zei me nog vriendelijk goedendag. Dus toen zat ik alleen in mijn coupé naar Brussel.

En daar heb ik dus buiten het station mijn sigaar gerookt. Als daad van verzet. Ik rook op die plek altijd mijn sigaar. En geen IS die mij daar vanaf kan houden.

© Arnold Jansen op de Haar

"Arnold

Eerdere columns:
Een katholiek verbranden
Ted of Sylvia?
Ongeschikt voor klassenstrijd
Engelandvaarders
Het weer in Arnhem
Spoedeisende Hulp
De loodgieter en de kleine prins
Het paard van Troje
Aan de schandpaal!
Portobello Hipster
Elke dag feest
Diana is terug
Geliefd door allen
Koken in vredestijd
Een genetisch zootje
E-mail een elfje
De plassende Neanderthaler
Fictieve Britten
Blote boerka
Is Van Gaal een kalkoen?
Een makelaar op hoge hakken
Een jongen uit Westminster
Avontuur in Amsterdam
Amalia & George
Zachtjes juichen
Menselijk afval
D-Day voor poёzie
Een hond in Londen
Van Gaal en Wurst
Baby King George
De Virgin trein uit Birmingham
Nucleaire gastvrijheid
Vladimir de Viking
Ski-meisje met snor
Feniks
Bericht vanuit de badkuip
Een consequent voornemen
De wet van Nigella
Selfie
Cowboy in het koninkrijk
Een boze filantroop
Oligarch met rode paraplu
Het leven van de anderen
Rumoer in het Tsaar Peterhuisje
Een briefkaart naar huis
Een boze dameskapper
Syrisch voetbal
De man die altijd te laat is
What will survive of us is love
Een Gibraltarese bibliothecaris
Homosympathisant
Hot Pants Harry