was successfully added to your cart.

A Disabled Prime Minister

Een gehandicapte premier

September 7, 2012

By Arnold Jansen op de Haar

Why would you do something you’re bad at? For some people it’s their hobby; other people take part in the Paralympics.

It’s an appealing idea: someone missing a leg or an arm swims against someone else missing a leg or an arm. But during the Paralympics people regularly wrangle about the comparability of the different handicaps.

Take Oscar Pistorius, who accused one of his rivals of taking advantage by using longer running blades. He later apologised for his behaviour.

No one tells Usain Bolt that he is too tall and his muscles are too strong, and there isn’t a Nobel Prize for Literature for people with only half a brain.

In 1948, Sir Ludwig Guttman, director of Stoke Mandeville Hospital, organised a sports competition for World War II veterans with spinal injuries; a wonderful initiative and an excellent rehabilitation therapy.

Nowadays the Paralympics are bigger than ever: there have never been so many tickets sold. But does this really contribute to the emancipation of the disabled?

Still, it comes close to the exhibiting of the woman with a beard at freak shows. Wouldn’t all this effort be better spent on something else, such as studying or building a business career?

If the ceremonies around the Olympic and Paralympic Games showed us anything, it’s that sports are just a sideshow. Sport is just one of the minor parts of the wider picture: culture. So I cheered in front of the TV when, during the Paralympics opening ceremony, the expression ‘books are humanity in print’ appeared.

Stephen Hawking sat completely paralysed in his wheelchair on stage and his electronic voice rang around the stadium. There is no better image to show that the disabled can be brilliant scientists but not brilliant swimming champions.

Stephen Hawking is so severely disabled that he falls outside any category; if you threw him into the swimming pool he would just roll along the bottom.

This reminded me of the Really Terrible Orchestra, a symphony orchestra founded by the Scottish writer Alexander McCall Smith.

‘The Really Terrible Orchestra exists to encourage those who have been prevented from playing music, either through lack of talent or some other factor, to play music in the company of similarly afflicted players.’

So it’s a hobby, and it’s not about raising standards but rather about lowering them, according to the orchestra.

From this point of view, you should award a medal to the worst competitor in each sport at the Paralympics.

Actually, it’s only the Paralymic wheelchair sports that are really interesting, because they create a level playing field for everyone, able or disabled.

Last Saturday I was in one of my favourite London pubs and they were showing a Paralympic swimming final on a big screen. In the last fifty meters Ellie Simmonds overtook her nearest rival.

Ellie Simmonds is what you used to call a dwarf, but nowadays ‘little person’ is the preferred term.

The people in the pub stood on their chairs to urge Ellie on. After the finish everyone cheered and they rang a bell behind the bar; then the cheering really erupted. Even I felt moved; after all, she had turned in a splendid performance.

It was only later that I read the message in white chalk over the urinals in the gents: after Team GB has won a gold medal, drinks are reduced to just £2.12 for twenty minutes.  

You know when I would really have cause to celebrate? When someone like Ellie Simmonds became prime minister.

The day before I had visited the house of the poet John Keats in Hampstead. John Keats died young and didn’t win any swimming finals, but he left behind a few beautiful poems.

‘You get a discount if you’re over sixty,’ said the lady at the entrance. That’s too bad, as I’m only turning fifty this month!

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press


You can leave your comment on our forum.

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Waarom zou je iets doen waar je slecht in bent? Sommige mensen hebben het dan over een hobby. Anderen doen mee aan de Paralympische Spelen.

Het is natuurlijk een sympathiek idee. Iemand mist een been of arm en zwemt tegen iemand anders die een been of arm mist. Maar tijdens de Paralympische Spelen is er regelmatig gesteggel of de handicaps wel vergelijkbaar zijn.

Zo beschuldigde Oscar Pistorius een van zijn concurrenten voordeel te halen uit langere prothesen. Later bood hij hier zijn verontschuldigingen voor aan.

Niemand zegt tegen Usain Bolt dat hij te groot is en te veel spieren heeft. En er is ook geen Nobelprijs voor Literatuur voor mensen zonder linker of rechter hersenhelft.

In 1948 organiseerde Sir Ludwig Guttman van het Stoke Mandeville ziekenhuis een sportwedstrijd in Engeland voor veteranen uit de Tweede Wereldoorlog met een rugletsel. Een bewonderenswaardig initiatief. En goed voor de revalidatie.

Inmiddels zijn de Paralympische Spelen groter dan ooit. Nog nooit zijn er zo veel kaartjes verkocht. Maar doet dat werkelijk iets voor de emancipatie van gehandicapten?

Het doet toch denken aan de vrouw met de baard op de kermis. Zou je al die inspanning niet beter op iets anders kunnen richten? Op een studie bijvoorbeeld of een maatschappelijke carrière.

Als de ceremonies rond de Olympische en Paralympische Spelen iets aantonen is het dat sport bijzaak is. Dat sport slechts een klein onderdeel is van een groter geheel: cultuur. Dus toen ik tijdens de openingsceremonie van de Paralympische Spelen de uitdrukking ‘books are humanity in print’ (‘boeken zijn de mensheid op papier’) hoorde langskomen zat ik te juichen voor de tv.

Stephen Hawking zat volledig verlamd in zijn rolstoel op het podium. Zijn elektronische stem klonk door het stadion. Er is geen beter beeld om aan te tonen dat je als gehandicapte wel een briljante wetenschapper kunt zijn maar geen briljante zwemkampioen.

Stephen Hawking is zo gehandicapt dat er niet eens een categorie voor hem is. Als je hem in het zwembad gooit, rijdt hij over de bodem verder.

Ik moet opeens denken aan The Really Terrible Orchestra (het Verschrikkelijk Slechte Orkest), het symfonieorkest dat is opgericht door de Schotse schrijver Alexander McCall Smith.

‘Het Verschrikkelijk Slechte Orkest bestaat om mensen aan te moedigen van wie het musiceren werd tegengehouden, door gebrek aan talent of andere factoren, om muziek te maken in het gezelschap van musici met hetzelfde leed.’

Een hobby dus. En niet om het niveau te verhogen maar om het te verlagen, aldus het orkest.

Zo beschouwd zou je op elk onderdeel van de Paralympische Spelen de slechtste deelnemer een medaille moeten geven.

Eigenlijk zijn alleen de Paralympische nummers met een rolstoel echt interessant. Of je nou valide of invalide bent, voor iedereen zijn de omstandigheden gelijk.

Afgelopen zaterdag zat ik in een van mijn favoriete Londense pubs. Op een groot scherm was een Paralympische zwemfinale aan de gang. Op de laatste vijftig meter zwom Ellie Simmonds haar directe concurrente voorbij.

Ellie Simmonds is wat je vroeger een lilliputter zou noemen, maar tegenwoordig een ‘kleine mens’.

De mensen in de pub stonden op de stoelen om Ellie aan te moedigen. Na de finish ging er een gejuich op en achter de bar trok iemand aan de bel. Het gejuich bereikte nu ongekende hoogte. Zelfs ik was ontroerd. Dat had ze toch maar mooi geflikt.

Pas later zag ik op het herentoilet boven het urinoir in wit krijt een tekst dat bij elke Britse gouden medaille de prijs van de drankjes gedurende twintig minuten gereduceerd was tot £2,12.

Weet je wanneer ik pas echt zou jubelen? Als iemand als Ellie Simmonds minister-president zou worden.

Zelf bracht ik een dag eerder een bezoek aan het huis van de jonggestorven dichter John Keats in Hampstead. John Keats won geen enkele zwemfinale. Hij liet wel een paar mooie gedichten na.

‘Boven de zestig krijgt u korting,’ zei de mevrouw achter de kassa. Ook erg. Ik word deze maand pas vijftig!

© Arnold Jansen op de Haar


U kunt reageren op ons forum.

Eerdere columns: