was successfully added to your cart.

A Gay Sympathiser

Homosympathisant

August 7, 2013

By Arnold Jansen op de Haar

You know, every football club should have two gays in its first team. Wouldn’t that be wonderful: a gay striker or a gay right winger? Well, or a gay goalkeeper at least.

The goalkeeper, at any rate, has to celebrate a team goal on his own. This may ease the way for the homophobic football fraternity.

As a matter of fact, I’m against quotas but since last weekend I’ve been in favour. This is due to something I saw on TV during Gay Pride in Amsterdam: a procession of boats loaded with gays and lesbians along the canals. It was the usual outrageous exuberance; a lot of naked flesh and so on was on show. It was a Brazilian carnival.

There was a ‘police boat’ with gay policemen and a banner saying: ‘Pink in Blue. Proud to be your friend’.

There was also a ‘football boat’ full of managers and ex-players. They weren’t gay but they were sympathisers. Being a gay sympathiser is a new trend. There used to be a ‘Netherlands–German Democratic Republic Friendship Foundation’, because everything was distributed ‘equally’ in that socialist model state. Nowadays, it’s fashionable to be supportive of gays. So you can show people you’re one of the good guys by joining one of the boats, for example if you’re the Defence Secretary. Occasions like this make me think: Ah, members of the resistance after the war.

A member of government can indeed appear on a boat as a gay sympathiser, but recently it transpired that this same government refused leave to remain to a Russian asylum seeker who was being prosecuted for being gay.

That’s why I think that a gay quota would work in football, because there isn’t a single gay among the top players. It calls for a different approach, not a ‘football boat’ with heterosexual ex-players and a dancing Louis van Gaal, manager of the Dutch national team. Louis, just select two gays for the national team, and it will all turn out for the best.

Of course, this would generate jokes in the stands such as: ‘Well, they’ve selected a third gay.’ Or: ‘The opposition has fielded eleven gays!’ Even so, football needs role models. I understand that no one wants to be the only role model, ‘the single gay in the squad’, hence I suggest a quota.

The best Dutch writer of the twentieth century came out in the 1960s. He converted to Roman Catholicism around the same time. This generated confusion. He actually wrote that his disposition was ‘unnatural’ but he couldn’t help it. He even did it with God, in the shape of a donkey, which began like this:

‘And God Himself would come along in the form of a one-year-old mouse-grey donkey, stand on my doorstep, ring my bell and say: “Gerard, about this book of yours – do you know I cried when I read certain passages?”’

This resulted in a ‘donkey’ court case, but he was acquitted, and shortly afterwards he received a major literary prize.

Reve wrote literature. I don’t think he would have liked it if his work had been pigeonholed as just ‘homosexual literature’. He had this to say about the more extravagant aspects of homosexuality: ‘Damn it! Men on floats with chains and whips. I’m ashamed when I see things like that. Dirty bastards, dressed in nothing but sewing thread or string. Really disgraceful.’

At the time, people considered the writer’s combination of homosexuality and Catholicism to be ironic. Later, it transpired that since the 1960s he had attended mass every Sunday, and at mass no one asked about his inclination.

I love Reve’s work, not because he was gay but because he had something to say, and in a wonderful style.

According to the ‘people’s writer’ himself, his readers were mainly housewives. And I think Reve is much more effective as a role model than a football boat. Many a Roman Catholic housewife said to her son after he had hesitatingly come out: ‘Don’t worry, son, Reve is one too.’

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

arnold jansen op de haar

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Elke profvoetbalclub zou eigenlijk twee homo’s moeten opstellen. Zou dat niet heerlijk zijn, een homoseksuele spits of een homoseksuele rechtsbuiten? Nou ja, of desnoods alleen de doelman.

Die juicht toch al in zijn eentje bij een doelpunt van zijn team. Dat maakt het voor de homofobe voetbalwereld misschien makkelijker.

Ik ben eigenlijk tegen quota maar afgelopen weekend was ik er opeens voor. Dat kwam door iets wat ik op tv zag tijdens de Gay Pride in Amsterdam, een optocht door de Amsterdamse grachten van boten met homo’s en lesbiennes. Het was weer van een ongekende uitbundigheid, met veel bloot en zo. Het was Braziliaans carnaval.

Er was een ‘politieboot’ met homoseksuele agenten en een bord met de tekst ‘Pink in Blue. Proud to be your friend’.

Er was ook een ‘voetbalboot’. Op die voetbalboot zaten trainers en ex-spelers. Die waren zelf niet homoseksueel maar sympathisant. Dat is een trend, homosympathisant zijn. Vroeger was er een ‘Vriendschapsvereniging Nederland-DDR’, want in die socialistische heilstaat verdeelden ze alles ‘eerlijk’. Nu is het in de mode om homosympathisant te zijn. Zodat je aan anderen kunt laten zien dat je deugt, door mee te varen op zo’n boot. Als minister van defensie bijvoorbeeld. Ik denk altijd bij die dingen: ha, de leden van ‘het naoorlogs verzet’.

Je kunt als lid van de regering meevaren als homosympathisant, maar onlangs bleek diezelfde regering een asielzoeker die in Rusland vervolgd werd om zijn homoseksualiteit terug te sturen.

Maar goed, ik denk dus dat een quotum van homo’s in het voetbal zou werken. Omdat er nu in het topvoetbal geen enkele homo speelt. Dat vereist andere maatregelen dan een ‘voetbalboot’ met heteroseksuele ex-voetballers en een dansende bondscoach Louis van Gaal. Gewoon twee homo’s opstellen Louis, dan komt het vanzelf goed.

Natuurlijk krijg je grapjes op de tribunes als: ‘Ha, ze hebben een derde homo opgesteld.’ Of: ‘De tegenstander heeft 11 homo’s opgesteld!’ Maar toch, het voetbal heeft rolmodellen nodig. Ik kan me voorstellen dat je niet in je eentje rolmodel wil zijn, als ‘de enige homo in het team’. Daarom dat quotum.

De beste Nederlandse schrijver van de twintigste eeuw, Gerard Reve, kwam in de jaren zestig uit de kast. Hij werd in die tijd ook rooms-katholiek. Dat schiep verwarring. Zelf schreef hij dat zijn geaardheid ‘tegennatuurlijk’ was, maar hij kon er ook niets aan doen. Hij deed het zelfs met God, in de gedaante van een ezel. Dat begon zo:

‘En God Zelf zou bij mij langs komen in de gedaante van een eenjarige, muisgrijze ezel en voor de deur staan en aanbellen en zeggen: “Gerard, dat boek van je – weet je dat ik bij sommige stukken gehuild heb?”’

Dat leverde hem nog een ‘ezelsproces’ op. Maar hij werd vrijgesproken. En hij kreeg kort daarna een belangrijke literaire prijs.

Reve schreef literatuur. Ik denk niet dat hij het fijn gevonden had als zijn werk louter in het hokje ‘homoseksuele literatuur’ zou worden geplaatst. Hij zei over de meer extravagante uitingen van homoseksualiteit: ‘Godverdomme! Mannen op praalwagens, met kettingen en zwepen. Ik geneer me als ik zoiets zie. Vieze dikzakken, met alleen een beetje naaigaren om of touwtjes aan. Echt beschamend.’

Men schreef de combinatie van homoseksualiteit en katholicisme in die tijd vaak toe aan ironie van de schrijver. Later bleek dat hij vanaf de jaren zestig iedere zondag naar de mis ging. En daar vroeg niemand naar zijn geaardheid.

Ik houd niet van het werk van Reve omdat hij homoseksueel was, maar omdat hij iets te zeggen had, in een geweldige stijl.

Volgens de volksschrijver bestond zijn lezerspubliek vooral uit huisvrouwen. En nou denk ik dat zo’n rolmodel als Reve meer effect heeft dan een voetbalboot. Dat rooms-katholieke huisvrouwen tegen hun zoons die schoorvoetend uit de kast kwamen, zeiden: ‘Het is niet erg jongen, Gerard heeft het ook.’

© Arnold Jansen op de Haar