was successfully added to your cart.

A Nobel Prize for Ricky Gervais

Een Nobelprijs voor Ricky Gervais

October 22, 2012

By Arnold Jansen op de Haar

Can you name the person who was recently awarded the Nobel Prize for Physics? You probably can’t. I too would have to look it up. And who won the Nobel Prize for Peace? ‘The EU,’ both of us answer, and we fleetingly think of previous laureates such as Yasser Arafat and Barack Obama.

I grudgingly have to admit that for the physical sciences I can only name a handful of Nobel laureates: Einstein obviously, Dutchmen such as Kamerlingh Onnes and Lorentz, and the Frenchwoman Marie Curie.

Why is it that most people know who Jennifer Lopez is but can’t name anyone who has won the Nobel Prize?

Last week, my publisher spotted Hilary Mantel getting into a taxi in front of the Hilton Paddington on her way, as it later transpired, to collect the Booker Prize. Quite a few people were passing by.

Hilary Mantel’s hairdo featured a liberal quantity of hairspray, something my family would call a ‘bullet-proof helmet’, a sure sign she was ‘going to win’, but with the exception of my publisher no one noticed her.

In the case of the Nobel Prize for Literature I often know the winner before he gets the prize, but not this year. I even need a mnemonic to recall his name: Yo man! This sounds like a song by The Village People but it gets me to Mo Yan.

Yet this year there was one person who stood out among the Nobel Laureates: Sir John B Gurdon. He was awarded the Nobel Prize for Medicine to honour his work on stem cell research.

Sir John B Gurdon is a friendlier version of Michael Heseltine, aka Tarzan. With his luxuriant hairstyle, John Gurdon might have just escaped from Brideshead Revisited.

He didn’t do too well at school, Eton. At fifteen he was, according to his teacher, the worst ever pupil in biology, and it was suggested he should study classics.

He was destined to go into the army, but his family’s GP diagnosed a slight cold as being bronchitis, and he was declared unfit for the military.

At Oxford, he switched from classics to zoology, and he was only accepted because the department had difficulty in recruiting enough students just after the war.

He was asked how he managed to achieve so much. ‘Perseverance,’ Gurdon answered. And the ability to be astonished, I would add. You can still see the boy in Gurdon, something most men lose as they age.

At one time I was convinced I could be a scientist, which set me back a year in secondary school. I shouldn’t think about secondary school too much because, before you know it, your dreams are filled with teachers such as Mr Berndsen, who always shortened my name. So I did the same, and addressed him as Mr Bern, ‘like the capital of Switzerland’. ‘You’re dismissed!’ shouted the Swiss capital.

I had already lost a year because I couldn’t read anything on the blackboard. In my first year I was too vain to wear glasses and was regularly knocked down because I was rather short and as blind as a bat.

My life is just the reverse of Sir John B Gurdon’s. After eight years in secondary school I was, to the consternation of my entire family, admitted to the Royal Military Academy in Breda. It was only thirteen years later that I switched to become a writer. So I’m waiting for the Nobel Prize – actually, any prize will do.

As long as it isn’t a peace prize. In December, Barroso, Van Rompuy and Schultz will collect the Nobel Prize. It’s not yet clear who will give the speech. On previous occasions when the EU sent out a troika it started a war, in the former Yugoslavia, or riots, in Greece. And government leaders haven’t yet made up their minds about attending the ceremony. David Cameron butted in to suggest that each country should be represented by a child.

Let each country nominate a comic. I suggest Roberto Benigni to represent Italy and Ricky Gervais for the UK. So they can argue on stage about which of them is going to address the audience.

Sir John B Gurdon will collect his own Nobel Prize and he won’t be recognised in the street.

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Aan wie werd onlangs de Nobelprijs voor Natuurkunde toegekend? U weet het waarschijnlijk niet. Ik zou het zelf ook moeten opzoeken. En wie kreeg de Nobelprijs voor de Vrede? ‘De EU,’ zeggen we allebei en we denken ook even aan eerdere winnaars als Yasser Arafat en Barack Obama.

Ik moet schoorvoetend bekennen dat ik voor wat betreft de natuurwetenschappen maar tot een handjevol namen van Nobelprijswinnaars kom: Einstein natuurlijk, Nederlanders als Kamerlingh Onnes en Lorentz en de Franse Madame Curie.

Hoe komt het dat de meeste mensen wel weten wie Jennifer Lopez is en niet wie een Nobelprijs heeft gewonnen?

Mijn uitgeefster zag Hilary Mantel vorige week voor het Paddington Hilton in een taxi stappen om, zo later bleek, de Booker Prize op te halen. Er passeerden op dat moment tientallen mensen.

Het haar van Hilary Mantel zat stijf in de haarlak, iets wat wij thuis een ‘bomvrij kapsel’ noemen, dus je wist zeker ‘die gaat winnen’, maar behalve mijn uitgeefster zag niemand haar.

Bij de Nobelprijs voor Literatuur ken ik de winnaar vaak al voordat die de prijs krijgt. Zo niet dit jaar. Ik moet zelfs een ezelsbruggetje toepassen om zijn naam te onthouden: Yo man! Het klinkt als een liedje van The Village People. Mo Yan dus.

Toch was er dit jaar bij de Nobelprijzen één figuur die er uit sprong: Sir John B. Gurdon. Hij heeft de Nobelprijs voor Geneeskunde gekregen voor stamcelonderzoek.

Sir John B. Gurdon is de vriendelijke versie van Michael Heseltine, alias Tarzan. John Gurdon lijkt met die weelderige haardos zo uit Brideshead Revisited gestapt.

Op school (Eton) ging het niet best. Hij was op 15-jarige leeftijd volgens zijn biologieleraar de slechtste leerling ooit. Hij moest maar klassieke talen gaan studeren.

Gurdon was voorbestemd voor het leger. Maar de dokter van de familie zag een lichte verkoudheid aan voor bronchitis en hij werd afgekeurd voor de krijgsmacht.

In Oxford switchte hij van klassieke talen naar zoölogie en hij werd alleen maar toegelaten omdat ze op die faculteit, net na de oorlog, te weinig studenten hadden.

Waarom hij toch zo ver gekomen was, werd hem gevraagd. ‘Doorzettingsvermogen,’ zei Gurdon. En verwondering, zou ik zeggen. Gurdon ziet er nog altijd heel jongensachtig uit. De meeste mannen verliezen dat als ze ouder worden.

Ooit dacht ik dat ik een exacte wetenschapper kon worden. Dat kostte me een extra jaar op de middelbare school. Ik moet niet teveel aan die middelbare school denken want opeens droom je weer over leraren als de heer Berndsen, die altijd mijn achternaam afkortte. Dat deed ik dus ook. Ik zei ‘meneer Bern’ terug, ‘zoals de Zwitserse hoofdstad’. ‘Eruit!’ riep de Zwitserse hoofdstad.

En ik had al een jaar verloren omdat ik niets op het bord kon zien. Ik was in de brugklas te ijdel om een bril te dragen en werd voortdurend omver gelopen omdat ik nogal klein was en bovendien niets zag.

Ik ben een omgekeerde versie van Sir John B. Gurdon. Ik werd na acht jaar middelbare school tot consternatie van de hele familie goedgekeurd voor de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Pas na dertien jaar switchte ik naar het schrijverschap. Nou nog een Nobelprijs. Nou ja, wat voor een prijs dan ook.

Als het maar niet voor de vrede is. Barroso, Van Rompuy en Schulz halen in december samen de Nobelprijs op. Ze zijn er nog niet uit wie de toespraak gaat houden. De vorige keren dat de EU een trojka stuurde brak er een oorlog uit (voormalig Joegoslavië) of rellen (Griekenland). En nu zijn de regeringsleiders het ook nog oneens over hun aanwezigheid bij de uitreiking. David Cameron stelde al voor een kind te sturen uit elk land.

Laat elk land een komiek sturen. Voor Italië denk ik aan Roberto Benigni en voor het Verenigd Koninkrijk aan Ricky Gervais. En dat ze dan op het podium gaan bekvechten wie de toespraak mag houden.

Sir John B. Gurdon haalt de Nobelprijs zelf op. En op straat herkent niemand hem.

© Arnold Jansen op de Haar




Eerdere columns:
Sesamstraat Politie