was successfully added to your cart.

Anti-Slip Socks

Antislipsokken

January 28, 2013

By Arnold Jansen op de Haar

I still feel like a young person, but of course I’m really middle-aged, and this middle-aged man found himself in the lingerie department of a large store looking for socks with grip: anti-slip socks.

It’s a bit uncomfortable being a fifty-year-old man surrounded by bras. I had the feeling that everyone was staring at me. I shouldn’t feel ashamed but you, too, would take a second glance if you spotted a short, stout, bald man on his own looking around the lingerie department.

In menswear departments you can always find socks near the underwear. Essential items are stocked together. That’s the great thing about menswear departments: when you’re looking at shirts, you’re sure to find ties nearby.

Ladies’ lingerie is part of fashion, but apparently ladies’ socks are not. I asked a shop assistant where I could find ladies’ socks, and she pointed me to a different floor. Her look spoke volumes, but above all it said: Must be a transvestite!

So, when I was looking for a shower chair in a specialist shop selling aids for the elderly and disabled, I declared: ‘It’s for an eighty-eight-year-old.’ In order to avoid a conversation like this: ‘Is it for you?’ ‘No, thank you, I can still manage to shower standing up.’

Actually, the reason for my adventures is my eighty-eight-year-old mother. She’s surviving on borrowed time but still lives on her own. That’s what she wants, or as her cardiologist remarks at her checkups: ‘I’ve never come across someone doing so well with your condition.’ In which case it’s certainly worth making sure she’s wearing socks at night that prevent her slipping.

Her eyesight is rather poor. Recently the alarm went off in the middle of the night and the alarm’s off button ‘didn’t work’. My mother first tried to silence the alarm with a ladle. When this didn’t work she decided to drown it in a pan of water. ‘The alarm slowly died away,’ she commented happily.

On the whole my mother is still completely with it, but because of her bad eyesight she sometimes sees things that aren’t there. It started with a rabbit behind the sofa. ‘There’s a large rabbit behind the sofa,’ she said. For a moment I thought she meant me, but she was actually talking about a real rabbit. ‘There’s no rabbit,’ I answered. ‘No, of course that’s impossible,’ my mother said, ‘but it is a rather large one.’

From time to time dead relatives pay her a visit during the night – one after another, for example, sitting on chairs. They haven’t returned since I installed a night light.

She also frequently naps in her chair. When she wakes up suddenly, she mutters things like: ‘Go and check grandma upstairs’, even though she lives on one floor, or: ‘Who’s smelling very strongly of sweets?’ At moments like these she’s halfway between being awake and asleep. She tells certain people off when she’s asleep. I always think it’s something to do with my brother-in-law.

I shy away from hospitals, but I do frequent them with my mother. My eighty-six-year-old aunt drives us there. This is the same aunt who visits my mother every day.

‘Mama, we’ll hand in the urine first.’ It transpires that the small bottle has been spilled in her handbag, so it has to be refilled in the hospital toilet. Because my mother doesn’t like to lock herself into a toilet, I guard the door like a member of the Special Forces, one clutching a lady’s handbag.

When they take blood my mother proudly tells the nurse: ‘He has cooked me a hearty soup.’ Later at home she remarks: ‘You don’t get this in a restaurant.’ When she cooks herself, she’s often too tired to eat it.

At home I push her around in a wheelchair, knowing that she’ll have to walk everywhere when I’ve gone. When I leave she says: ‘Give me a ring so that I know you’re safely back home.’ As I cycle away I look back: she leans out of the window and waves until I’m completely out of sight.

© Arnold Jansen op de Haar
© Holland Park Press

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Ik voel me nog altijd een jongen maar ben natuurlijk gewoon een man van middelbare leeftijd. En die man van middelbare leeftijd was in een warenhuis tussen de lingerie op zoek naar sokken met profiel: antislipsokken.

Je voelt je toch een beetje ongemakkelijk als man van vijftig tussen de bh’s. Ik had het gevoel dat iedereen naar me keek. Die schaamte moet ik eigenlijk afleren maar u zou ook omkijken als u een kleine, kale, dikke man tussen de lingerie zag.

Bij de herenafdeling zijn de sokken altijd bij het ondergoed te vinden. Daar hangen de noodzakelijke dingen bij elkaar. Dat is het handige van herenafdelingen. Ben je bij de overhemden, dan hangen de stropdassen ernaast.

Dameslingerie hoort bij de mode. Damessokken blijkbaar niet. Ik vroeg aan een verkoopster waar ik de damessokken kon vinden. De verkoopster verwees me naar een andere verdieping. In haar blik lag van alles besloten, maar vooral: vast een travestiet!

Dus zei ik toen ik bij de speciale winkel voor hulpbehoevenden een stoel voor onder de douche zocht: ‘Die is voor een 88-jarige.’ Om te voorkomen dat je het volgende gesprek krijgt. ‘Is het voor uzelf?’ ‘Nee, dank u, ik douche nog altijd staand.’

De reden van mijn avonturen is namelijk mijn 88-jarige moeder. Die bevindt zich ver in de blessuretijd maar woont nog altijd alleen. Dat wil ze zo. Of zoals de cardioloog bij de controles zegt: ‘Ik heb nog nooit iemand in uw toestand gezien die er zo goed bij zit.’ En dan is het handig als ze ’s nachts sokken draagt waar ze niet mee kan uitglijden.

Ze ziet nogal slecht. Laatst ging er middenin de nacht een wekker af. En ‘het knopje om de wekker uit te zetten werkte niet’. Mijn moeder is de wekker eerst met een pollepel te lijf gegaan. Toen dat niet werkte heeft ze de wekker in een pan water verzopen. ‘Hij ging langzaam uit,’ zei ze vrolijk.

Mijn moeder is doorgaans nog helemaal bij de tijd maar door die slechte ogen ziet ze soms dingen die er niet zijn. Het begon met een konijn achter de bank. ‘Daar zit een heel groot konijn,’ zei ze. Even dacht ik dat ze op mij doelde maar ze bedoelde toch echt het konijn achter de bank. ‘Daar zit geen konijn,’ zei ik. ‘Nee, dat kan natuurlijk niet,’ zei mijn moeder, ‘maar het is best een groot konijn.’

’s Nachts komen er soms dode familieleden langs, bijvoorbeeld in een rijtje achter elkaar, zittend op een stoel. Sinds ik een nachtlampje heb aangesloten blijven ze weg.

Ook slaapt ze veel in haar stoel. Dan wordt ze plotseling wakker en mompelt dingen als: ‘Ga jij even boven bij oma kijken.’ (Ze woont gelijkvloers.) Of: ‘Wie ruikt er hier zo naar snoepjes?’ Dan zit ze ergens tussen slapen en waken. En sommige mensen worden in haar slaap streng toegesproken. Zelf denk ik altijd dat het om mijn zwager gaat.

Ziekenhuizen mijd ik zelf als de ziekte maar met mijn moeder kom ik er nog wel eens. Dan rijdt mijn 86-jarige tante. Dezelfde tante die dagelijks bij haar op bezoek gaat.

‘Mama, we gaan eerst even de urine wegbrengen.’ Blijkt het potje omgevallen in de tas. Dat moet dus opnieuw op de ziekenhuis-wc. Omdat mijn moeder ‘de deur van de wc liever niet op slot draait’ bewaak ik die als een commando, een commando met een damestas in zijn handen.

Bij het bloed prikken zegt mijn moeder trots tegen de verpleegster: ‘Hij heeft een maaltijdsoep gemaakt.’ En later thuis: ‘Dit krijg je in een restaurant niet.’ Als ze zelf kookt is ze vaak te moe om het op te eten.

Ik rijd haar met de rolstoel rond door het huis. En je weet dat als je weggaat ze alles weer zal moeten lopen. Bij het weggaan zegt ze: ‘Je belt wel even of je goed bent thuisgekomen, hè.’ Op de fiets kijk ik om. Ze hangt zwaaiend uit het raam totdat ik helemaal uit het zicht verdwenen ben.

© Arnold Jansen op de Haar



Eerdere columns:
Een klein dingetje
Een knotsgekke berg
Verbrand deze brief!
Een zeer koninklijk toneelstuk
Schrijven als verlossing
Een Nobelprijs voor Ricky Gervais
Sesamstraat Politie