was successfully added to your cart.

Axel Graafland 24

Axel Graafland 24

November 6, 2014

By Pieter Thomassen

Aunt Joep’s birthday party really takes off when Reverend Uncle Peer with his dark, bass voice starts a polonaise, waving its chain through auntie’s living room. Mien where is my party nose, Mien where is my nose, where is my party nose hiding? At the third turn, even the more reserved family members have been pulled from their chairs, and the whole party – I just spotted him in the draw, draw, draw, draw, draw-er! – flex their knees led by the black cassock.
      When the perspiring lot take refuge on seats to quell their thirst with pitchers of chilled sangria, Reverend Uncle removes his party hat.  Over the pointed index finger of his right hand which, together with his thumb, mimics a gun, his puckered lips blow away the equally imaginary gunpowder smoke.
      ‘Well, Axel,’ he thinks aloud, ‘our body is driven in all directions, but these urges are firstly sucked dry in sarcophagus of language, only to be subsequently interred into the mausoleums of morality. Just underneath the surface of it all, our senses continue with their resistance and gymnastic exercises, but sooner or later they become stiff and coagulate. Actually it’s only music and humour that survive the trenches of reason.’
      The Jesuit puts the party hat back on his head. Two halved orange parts rest at the bottom of the pitcher next to his chair. ‘Axel, do you know what the apex of the Wild West is?’ His nephew shrugs his shoulders. ‘A cunt with swinging doors… and?’ Axel, flabbergasted, stares at him. ‘And a double-barrelled prick.’

© Pieter Thomassen
© Translation Holland Park Press

Axel 23Axel 22Axel 21Axel 20Axel 19Axel 18Axel 17Axel 16 Axel 15Axel 14Axel 13Axel 12Axel 11Axel 10Axel 9Axel 8Axel 7Axel 6Axel 5Axel 4Axel 3Axel 2Axel 1

De verjaardag van tante Joep wordt pas echt gezellig wanneer heeroom Peer met zijn bruine bromstem een polonaiselint door tantes huiskamer trekt. Mien waar is m’n feestneus, Mien waar is m’n neus, waar is m’n feestneus gebleven? Bij de derde omloop zijn ook de wat meer gereserveerde familieleden uit hun stoelen getrokken en gaat heel het gezelschap – ik zag hem net nog liggen in de la, la, la, la, la, la! – in het kielzog van de zwartrok door de knieën.
      Wanneer de meute bezweet neerzijgt om hun dorst aan koele kannen sangria te lessen, zet heeroom zijn feestmuts af. Boven de gestrekte wijsvinger van zijn rechterhand die samen met zijn duim een revolver verbeeldt, blaast hij met getuite lippen de al even denkbeeldige kruitdamp weg.
      ‘Tja Axel,’ peinst hij hardop, ‘ons lichaam wil alle kanten op, maar die driften worden eerst leeggezogen in de sarcofagen van de taal en vervolgens bijgezet in de mausolea van de moraal. Vlak onder het oppervlak der dingen blijven onze zinnen nog wel verzet plegen en gymnastische oefeningen doen, maar vroeg of laat worden ze stram en stollen ze. Eigenlijk overleven alleen muziek en humor de loopgraven van de rede.’
      De jezuïet zet zijn muts weer op. Op de bodem van de lege kan naast zijn stoel liggen twee halve sinaasappelpartjes. ‘Axel, wat is het toppunt van wild west?’ Zijn neefje haalt zijn schouders op. ‘Een kut met klapdeuren... Én?’ Axel kijkt hem verbouwereerd aan. ‘En een dubbelloopse lul.’  

© Pieter Thomassen

Axel 23 - Axel 22 - Axel 21 - Axel 20 - Axel 19 - Axel 18 - Axel 17 - Axel 16 - Axel 15 - Axel 14 - Axel 13 - Axel 12 - Axel 11 - Axel 10 - Axel 9 - Axel 8 - Axel 7 - Axel 6 - Axel 5 - Axel 4 - Axel 3 - Axel 2 - Axel 1