was successfully added to your cart.

Axel Graafland 6

Axel Graafland 6

January 7, 2014

By Pieter Thomassen

One summer afternoon, tempted by the heavy air dancing above the tarmac he has spotted in the distance, at the end of Lindbergh Street, Axel crosses the main road on his red scooter. He has noticed the bewitching syrupy smell of a privet hedge and wild roses, and now decides to turn a deaf ear to his mother’s warning not to wander too far from home.
      Scooter fine. Scooter fine. I’m so glad it’s mine.  Scooter fine. Scooter fine. I’m so glad it’s mine. His right foot beats the pavement at an ever more frenzied pace, but although he goes fast, the mirage in the air doesn’t appear to come any closer. When the crossroads is totally empty, he arrives, with a wobbling left leg and heart palpitations, in that part of the town he has never visited on his own.
      Circus Toni Boltini has set up in the church square. Axel stares, completely spellbound, up to a giraffe that, on his enormous stilts, unruffled continues to munch hay between its swaying lips. When a dark roar emerges from the motionless half shadow, he rushes, with his scooter, across the tall tent pegs in the direction of home.
      Having returned from the forbidden area, he breathlessly watches someone on a ‘cherry picker’ replacing a halogen lamp in a lamppost. A bat catches a night-time butterfly. Axel trips over his own legs and falls on top of the scooter’s T bar handle, causing the iron bell handle to perforate his chin. ‘There was blood everywhere,’ says his mother, bringing him up-to-date, after he’s come back from the hospital. This was the place where a doctor in a green coat and cap has stitched his wound, through a hole in a green piece of cloth.

© Pieter Thomassen
© Translation Holland Park Press

 

Gelokt door de lome lucht die hij in de verte aan het eind van de Lindberghstraat boven het asfalt heeft zien zinderen, steekt Axel op een zomernamiddag met zijn rode autoped de grote weg over. Hij heeft de mierzoete betovering van een ligusterhaag en wilde rozen geroken en besluit nu de waarschuwingen van zijn moeder om toch vooral niet te ver te gaan, in de wind te slaan.
      Op de step. Op de step. Ben zo blij dat ik hem heb. Op de step. Op de step. Ben  zo blij dat ik hem heb. Steeds fanatieker geselt zijn rechtervoet de trottoirstenen, maar hoe hard hij ook gaat, de luchtspiegeling lijkt maar niet dichterbij te willen komen. Als het kruispunt helemaal vrij is, bereikt hij met een malend linkerbeen en een bonzend hart dat deel van de stad waar hij nog nooit eerder alleen is geweest. 
      Op het kerkplein is circus Toni Boltini neergestreken. Gebiologeerd tuurt Axel omhoog naar een giraf die op zijn immense stelten onverstoorbaar hooi achter zijn deinende lippen vermaalt. Als uit het windstille schemerduister een donker gebrul opstijgt, rept hij zich met zijn step tussen de hoge tentharingen door richting huis. 
      Terug uit verboden gebied kijkt hij ademloos op naar iemand die in een hoogwerker de kwiklamp van een lantaarnpaal vervangt. Een vleermuis grijpt een nachtvlinder. Axel struikelt over zijn eigen benen en valt bovenop zijn stuur, waarbij de ijzeren belhendel zijn kin perforeert. ‘Je bloedde als een rund,’ weet zijn moeder hem te vertellen wanneer hij weer terug is uit het ziekenhuis. Daar heeft een dokter met een groene jas en een groene muts zijn wond door een groene lap met een rond gat erin gehecht.

© Pieter Thomassen