was successfully added to your cart.

Axel Graafland 7

Axel Graafland 7

January 20, 2014

By Pieter Thomassen

The walls of the waiting room are painted mint green. Axel mechanically thumbs Red Knight magazine until a door opens and six children are carried in by the same number of nurses. The blood emerging from their mouths and noses is staunched with moistened cotton wool.
      ‘Be glad you get a general anaesthetic,’ whispers his mother into his ear. ‘Otherwise, this would have been you.’
      When Axel is being admitted in his pyjamas, a nurse, who is waiting for him, briskly nods at him, ‘So, young man, you’ve come in to have your tonsils removed. Well, it will really take no time at all. And once it’s done, you will get a nice ice cream.’
      Axel watches his mother in the kitchen. She’s making almond paste for a cake. He’s allowed to squeeze the blanched almonds from their brown skins. From time to time they shoot up like white bullets towards the halogen lamp.
      ‘Turn onto your stomach for a moment,’ says the nurse to Axel, ‘and think of something lovely.’
      Squinting through half closed eyes, he notices folds of skin hanging down from her upper arms. Deftly she fills a syringe and firmly yanks down his trousers, to plunge the needle into his left buttock. Axel spots the giant Baloch raising a rock above his head, only to disappear slowly into blue print.
      When he comes round, his throat aches. He can’t swallow. There is a soggy pear ice cream on his bedside cupboard.

© Pieter Thomassen
© Translation Holland Park Press

De muren van de wachtkamer zijn mintgroen. Axel bladert wezenloos door een Rode Ridder tot er een deur opengaat en zes kinderen door evenzoveel zusters op de arm naar buiten worden gedragen. Het bloed dat uit hun monden en neuzen komt, wordt met vochtige watten gestelpt.
      ‘Wees blij dat jíj een volledige narcose krijgt,’ fluistert zijn moeder hem in het oor, ‘anders was dit je voorland.’
      Wanneer Axel in pyjama naar binnen mag, wordt hij opgewacht door een zuster die hem monter toeknikt: ‘Zo jongen, dus jij komt je amandelen laten knippen. Nou, dat is zo gepiept, hoor. En als het klaar is, krijg je een lekker ijsje.’
      Axel ziet zijn moeder in de keuken staan. Ze maakt spijs voor het gevuld speculaas. Hij mag de geblancheerde blanke pitten uit hun bruine vliesjes knijpen. Soms schieten ze als witte kogels omhoog naar de TL-lamp.
      ‘Ga maar even op je buik liggen,’ zegt de verpleegster tegen Axel, ‘en denk aan iets leuks.’ 
      Tussen zijn oogleden omhoog glurend ziet hij huidplooien langs haar bovenarmen omlaag hangen. Met struise hand vult ze een injectiespuit, trekt resoluut zijn broek omlaag en jenst de naald in zijn linker bil. Axel ziet de reus Baloch een rotsblok boven zijn hoofd heffen, maar langzaam wegzakken in blauwe drukinkt.
      Wanneer hij bijkomt, schrijnt zijn keel. Hij kan niet slikken. Op het kastje naast zijn bed ligt een papperig perenijsje.

© Pieter Thomassen