was successfully added to your cart.

Axel Graafland

Axel Graafland

October 14, 2013

By Pieter Thomassen

He keeps on falling and he tries to use his trembling hands to support his twisted intestines, while the blood-red shaft, like a bottomless pit, speeds past his wide-open eyes. Further and further he tumbles, his cheeks hit against his skull like fluttering small flags and his limbs are sucked around his torso like spaghetti.
    When, after a sudden rotation of his body, he gets a chance to look up, the soft yellow spot of light in the distance is only barely visible. His pupils narrow to become blank holes. Blood throbs in his throat, and he stretches his jaws to push the last of the amniotic fluid out of his lungs.
    His fall is brutally interrupted when, like a folded ragdoll, he breaks through a water surface. His eardrums and lung tissue tear apart, followed by a struggle, and catching his breath, he tries, like a jockey, to get back into the saddle. After emerging from the water he screams.
    Washed up on a white sanded beach under the light of a weak moon, his hands are bloodied. A first born, Axel Graafland, his fists clutching his mother’s torn off fallopian tubes, has entered into the world.

© Pieter Thomassen
© Translation Holland Park Press

 


Hij blijft maar vallen. Terwijl de bloedrode schacht als een peilloze afgrond aan zijn angstig opengesperde ogen voorbijsuist, probeert hij met trillende handen zijn draaiende ingewanden te ondersteunen. Dieper en dieper duikelt hij, zijn wangen als wapperende vaantjes tegen zijn schedel klapperend, zijn ledematen als spaghettislierten langs zijn romp gezogen.
      Wanneer hij bij een plotselinge rotatie van zijn lichaam de kans krijgt een blik omhoog te werpen, is het oog van zachtgeel licht in de verte nog nauwelijks zichtbaar. Zijn pupillen vernauwen zich tot zwarte spelonken. Het bloed bonkt in zijn keel en hij spert zijn kaken om het laatste vruchtwater uit zijn longen te braken.
      Bruusk wordt zijn val gebroken wanneer hij als samengeklapte ledenpop een waterspiegel doorbreekt. Zijn trommelvliezen en longweefsel scheuren, waarna hij wild spartelend en naar adem snakkend als een ruiter weer in het zadel tracht te komen. Eenmaal boven water schreeuwt hij het uit.
      Aangespoeld op een strand van fijnwit zand onder een klein maantje, zitten zijn handen nog onder het bloed. Axel Graafland is als eerstgeborene, de losgerukte eileiders van zijn moeder in zijn knuisten geklemd, ter wereld gekomen.

© Pieter Thomassen