was successfully added to your cart.

Charlene’s Tears

De tranen van Charlene

July 5, 2011

By Arnold Jansen op de Haar

Rumour has it that Charlene Wittstock tried to run away just before her marriage. Albert allegedly phoned the airport trying to stop her. ‘Hello, this is Albert speaking, please stop my fiancée!’ But don’t we all know a Charlene moment? When life grabs you by the throat.

For fifteen years or so, I went to the same corner shop every day. I bought my morning paper in the morning, and they put aside a copy of the evening paper, in case I didn’t come in to collect it at exactly three o’clock.

One day I was fed up with seeing the same faces all the time: the jolly owner and the red-haired shop girl who had studied Sartre. Because after a while you get familiar with their lives. Would this routine last for another fifteen years? I wondered. In a word: I stopped short of going to the airport.

The corner shop owner has a second shop within walking distance. I frequented this shop when the first one had run out of my cigar brand. When I had ‘cleared out’ the first shop, I suspect they would phone ahead: ‘He’s coming!’

The odd thing is, nowadays I very much avoid going near either shop. Because I’d rather stay away than have to explain to the owner and his daughter – who runs the other shop – why I have decided not to come in every day any more.

But I can recommend it anyone: to get rid of a regular habit feels like the beginning of freedom.

Shopping at the same supermarket every time also drove me mad. So I now frequent four different supermarkets, sometimes all on the same day.

My mother phoned after watching Albert and Charlene’s wedding. We both admired the wedding dress by Armani. ‘In any case there was real emotion,’ I said. ‘Actually I think she is much lovelier than Kate,’ I added. ‘I don’t know exactly what it is, but she gives a genuine regal wave.’

‘You’re not putting this in a column?’ my mother asked, ‘because it is translated into English.’ My mother prefers to keep my English marriage prospects alive.

‘I actually wanted to add that at least she hasn’t got a sister who suddenly starts planting her bottom at every tennis tournament,’ I grumbled. ‘Still, I am adding that our own Princess Máxima waves as if she is cleaning the windows.’

My mother talked over this. ‘Albert is 53, so there is still hope,’ she said. Besides, Charlene had also ‘become a Roman Catholic’, a very important condition for aspiring daughters-in-law. ‘Yes, mum, I do resemble Albert somewhat, I am just as bald and I can’t wink either.’

I can really understand Charlene’s doubts. Apparently Diana’s sister once drily remarked, ‘Too late, Duch (Diana’s nickname at home), your face is already on the tea towels.’

Suddenly Charlene saw her future: the yearly International Grand Prix, the yearly International Circus Festival (with some very bad clowns), the tennis tournament, the show jumping, the marathon, the boat show, two depressive sisters, a photo of her winking husband at each street corner, the comparisons with Princess Grace and the expectation that she will found a fashion week and deliver an heir to the throne.

Personally, I think, this looks even worse than rumours about a third love child.

That’s why she cried, of course, when the girl’s thin voice took to the air in the St Devota chapel. Secretly I had to wipe away a tear when watching this at home, but don’t tell anyone. Like Prince Albert, I don’t cry in public. Besides, I too would develop an odd way of winking if I knew all my subjects.

If I were Charlene I would alternate between supermarkets. Maybe it helps. But is she allowed to do her own shopping? How many supermarkets are there actually in Monaco?

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

You can leave your comment on our forum.

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:

An Altruistic Writer

Het gerucht gaat dat Charlene Wittstock kort voor haar huwelijk wilde vluchten. Albert zou gebeld hebben met het vliegveld om haar tegen te houden. ‘Hallo, met Albert, stop mijn verloofde!’ Maar kennen we dat gevoel van Charlene niet allemaal? Je leven grijpt je opeens naar de keel.

Zo’n vijftien jaar lang ging ik iedere dag naar dezelfde sigarenzaak. ’s Ochtends haalde ik er mijn ochtendkrant en de middagkrant legden ze voor me weg, voor als ik later kwam dan stipt om drie uur.

Op een dag had ik genoeg van iedere keer diezelfde gezichten: de vrolijke sigarenman en het roodharige winkelmeisje dat afgestudeerd was op Sartre. Want ja, je begint die levens toch een beetje te kennen. Zou dit zo nog vijftien jaar doorgaan? vroeg ik me af. Kortom: ik was nog net niet op weg naar het vliegveld.

De sigarenman heeft nog een tweede zaak, op loopafstand. Ook daar kwam ik wel eens als mijn merk sigaren in de eerste zaak op was. Die eerste zaak had ik dan ‘leeg gerookt’. En ik vermoed dat er dan werd doorgebeld: ‘Hij komt er aan!’

Het gekke is: nou mijd ik beide winkels als de ziekte. Omdat ik liever wegblijf dan dat ik aan de sigarenman en zijn dochter – die staat in de andere zaak – uit moet leggen dat ik besloten heb om niet meer elke dag te komen.

Maar ik kan het iedereen aanraden: het doorbreken van een vaste gewoonte voelt als het begin van vrijheid.

Elke keer dezelfde supermarkt, daar werd ik ook panisch van. Nu frequenteer ik vier verschillende supermarkten, soms op één dag.

Mijn moeder belde me na het huwelijk van Albert en Charlene. We vonden beiden de jurk van Armani schitterend. ‘En er was tenminste emotie,’ zei ik. ‘Eigenlijk vind ik haar leuker dan Kate,’ voegde ik eraan toe. ‘Ik weet niet precies wat het is. Ze zwaait zo koninklijk.’

‘Je gaat dat toch niet in je column zetten?’ zei mijn moeder, ‘want die wordt in het Engels vertaald.’ Mijn moeder houdt ook graag de Engelse huwelijksmarkt open.

‘Ik wilde eigenlijk nog zeggen dat ze tenminste geen zus heeft die plotseling met haar bips op elk tennistoernooi zit,’ pruttelde ik tegen. ‘Maar goed, ik zet er wel gewoon bij dat onze eigen prinses Máxima zwaait alsof ze ramen staat te zemen.’

Mijn moeder praatte eroverheen. ‘Albert is 53,’ zei ze, ‘dus het kan nog altijd.’ Bovendien was Charlene ‘ook nog katholiek’ geworden. Een belangrijke voorwaarde voor aspirant-schoondochters. ‘Ja, mam, ik lijk wel iets op Albert. Ik ben net zo kaal en kan ook niet knipogen.’

Ik begrijp de twijfels van Charlene heel goed. Ooit schijnt de zus van Diana gezegd te hebben: ‘Too late, Duch (the family name for Diana), your face is already on the tea towels.’ (‘Te laat Duch – de familiekoosnaam voor Diana – je gezicht staat al op de theedoeken.’)

Opeens zag Charlene het voor zich: de jaarlijkse Internationale Grand Prix, het jaarlijkse internationale circusfestival (met van die hele slechte clowns), het tennistoernooi, het springconcours, de marathon, de botenshow, de twee depressieve zussen, de foto van haar knipogende echtgenoot op iedere straathoek, de vergelijkingen met prinses Grace en de verwachting dat ze een modeweek zal initiëren en een troonopvolger levert.

Persoonlijk lijkt me dat allemaal nog erger dan de geruchten over een derde buitenechtelijk kind.

Daarom huilde ze natuurlijk toen die iele meisjesstem in de kapel van de heilige Devote de lucht brak. Stiekem liep er bij mij thuis toen een traan over mijn wang, maar vertel het niet door. Net als prins Albert huil ik niet in het openbaar. Bovendien zou ik ook heel raar gaan knipogen als ik al mijn onderdanen kende.

Als ik Charlene was zou ik af en toe van supermarkt wisselen. Misschien helpt dat. Maar mag ze nog zelf boodschappen doen? En hoeveel supermarkten zou Monaco eigenlijk hebben?

© Arnold Jansen op de Haar

U kunt reageren op ons forum.

Eerdere columns:
Voorbij de waanzin