was successfully added to your cart.

Cowboy in the Kingdom

Cowboy in het koninkrijk

December 5, 2013

By Arnold Jansen op de Haar

When I was a child I owned a cowboy outfit, which I wore until it burst at the seams. Later, when I was in the army, I would, in a similar way, burst out of my gala uniform.

The cowboy outfit came with two toy cap guns. I’m not sure if that’s still allowed. You used to have toy stoves that let you cook for real. They no longer exist either. But I couldn’t have anticipated that I would finally become a proper cowboy at the age of fifty-one. A cowboy without a horse, by the way.

The closest I have ever come to riding a horse is on a donkey. When I was a youngster it was one of the rides on fairgrounds. I always asked for a ride, complete with cowboy outfit and cap gun.

But last week I was involved in catching cows while not on horseback. Well, not exactly catching. It was late at night and I decided to go out for a stroll. I live on the edge of the city centre but there is a park nearby with grazing cows.

At the corner of the road is a canal, and a strip of grass. That’s where the cows were. For a moment I thought I had drunk too much, and I had, yet the cows were real.

They had escaped from the park. Apparently they can clear the gate, as I later heard. If the farmer tries to erect an electric cattle fence, local people cut the wire because they want to be able to walk through the field.

Colossal beasts. I could barely see over them. There were about ten people there. They had surrounded the cows and, with their arms spread wide or holding their bikes in front of them, were trying to keep them back. There were also three female students shivering in bathrobes, plus me.

The cows’ noses were steaming. The cows seemed to grow even bigger in the sparse street lighting. All of a sudden the cow in front began to move. She was coming towards me!

The other cows, too, began to move. Suddenly, it reminded me very strongly of Pamplona. It would be great if I could tell you I was in possession of a lasso, which I threw round the cow’s head, or something equally heroic.

Before I realised it, I had taken shelter behind a parking meter. It didn’t cover me completely, but none of the cows would be able to hit me full on. Excruciatingly slowly, the herd passed.

People got on their bikes to follow the cows. One man with a briefcase and a mobile phone followed on foot. This triggered the cows into a gallop, or whatever it is called when cows are on the run.

At the next crossroads the cows disappeared from sight. They may well have taken a turning through the railway tunnel, on their way to the shops. It wasn’t even a late shopping night.

When I arrived at the crossroads, the man with the briefcase was still there. Our eyes met, cowboys together.

It took me a week to tell anyone about it. Well, it was a bigger spectacle than the celebration of the 200th anniversary of the Kingdom of the Netherlands.

This is another thing that I’d rather not pass on to people abroad. They were to re-enact the landing of Prince Willem-Frederik on the beach. However, it was too windy, so the barge was replaced by an amphibious navy vehicle. Hence the famous actor playing the prince, dressed in nineteenth-century costume, found himself standing on a modern navy vehicle. Later on he was allowed to travel by horse and cart. The entire amateur acting community of greater The Hague was engaged.

When, that evening, in the presence of the Royal family, a performance took place in the Circus theatre which can only be called amateurish, I concluded: the Dutch aren’t really proper cowboys.

How can I summarise the 200th anniversary of the Kingdom of the Netherlands? Make yourself as insignificant as possible with a lack of heroism. Or hide behind a parking meter, like me, amidst the cows in my street.

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

arnold jansen op de haar

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Als kind had ik een cowboypak. Ik heb dat cowboypak zo lang gedragen dat ik eruit knapte. Ongeveer zoals ik later in het leger uit mijn gala-uniform zou scheuren.

Bij dat cowboypak hoorden twee klappertjespistolen. Ik weet niet of dat nog mag. Vroeger had je ook speelgoedfornuisjes waar je echt op mocht koken. Die zijn er ook niet meer. Maar wat ik niet kon bevroeden is dat ik op mijn eenenvijftigste nog eens een echte cowboy zou worden. Een cowboy zonder paard trouwens.

Het dichtst dat ik ooit bij een paard gekomen ben is een ezel. Die hadden ze in mijn jeugd op de kermis. Ik wilde altijd op zo’n ezel, met cowboypak en klappertjespistool.

Maar vorige week heb ik zonder paard koeien lopen vangen. Nou ja, vangen. Het was laat op de avond en ik wilde nog even een wandeling maken. Ik woon aan de rand van het centrum van mijn stad maar dichtbij is een park waar koeien lopen.

Op de hoek van de straat is een gracht. Er ligt ook een strook gras. En daar stonden die koeien. Even dacht ik dat ik teveel gedronken had. Dat klopte maar die koeien stonden er echt.

Ze waren ontsnapt uit het park. Ze schijnen gewoon over het hek te kunnen stappen, hoorde ik later. En als de boer schrikdraad spant, knippen de buurtbewoners het door, omdat ze dwars over het veld willen kunnen wandelen.

Kolossale beesten. Ik kon er nauwelijks overheen kijken. Er stonden een stuk of tien mensen omheen die de koeien met hun armen wijd, of hun fiets voor zich, probeerden tegen te houden. Ook stonden er drie studentes te rillen in badjas. En ik.

Uit de neuzen van de koeien kwam stoom. De koeien leken nog iets groter te worden in het schaarse straatlicht. Plotseling kwam er beweging in de voorste koe. Ze kwam in mijn richting!

De andere koeien kwamen ook in beweging. Ik moest opeens heel erg aan Pamplona denken. Nu zou het mooi zijn als ik kon vertellen dat ik een lasso bij me had, dat ik om de nek van de koe was gaan hangen of iets anders heldhaftigs.

Voor ik het wist stond ik opgesteld achter een parkeerautomaat. Links en rechts stak ik nog wel een beetje uit, maar geen koe zou me vol kunnen raken. Uiterst langzaam passeerde de kudde.

Mensen stapten op de fiets om de koeien te volgen. Een man met aktetas en mobiel ging te voet achter de kudde aan. Dit was voor de koeien het teken om in galop te gaan, of hoe dat bij koeien ook mag heten.

Bij het volgende kruispunt verdwenen de koeien uit zicht. Mogelijk waren ze afgeslagen, onder het spoor door, richting de winkelstraten. En het was niet eens koopavond.

Toen ik op de hoek arriveerde was alleen de man met de aktetas er nog. Even kruisten onze blikken. Cowboys onder elkaar.

Ik heb er een week over gedaan om het aan iemand te vertellen. Nou ja, het was een groter spektakel dan de viering van 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden.

Dat vertel ik liever ook niet door aan het buitenland. Ze gingen de landing van prins Willem Frederik naspelen op het strand. Maar het waaide te hard. Dus dat werd in plaats van een sloep een amfibisch voertuig van de marine. Daar stond de bekende acteur die de prins speelde in zijn negentiende-eeuwse pak. Op een modern marinevoertuig. Later mocht hij op een paard-en-wagen. En verder was het gehele amateurtoneel van Den Haag en omstreken ingeschakeld.

Toen er ’s avonds in het circustheater in aanwezigheid van de koninklijke familie een voorstelling plaatsvond die je niet anders kunt omschrijven dan ‘tussen de schuifdeuren’, dacht ik: het zijn geen cowboys, die Nederlanders.

Hoe ik 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden zou omschrijven? Je zo klein mogelijk maken. Met weinig heldendaden. Of verscholen achter een parkeerautomaat. Zoals ik, tussen de koeien in mijn straat.

© Arnold Jansen op de Haar