was successfully added to your cart.

Go and Play Tennis!

Ga dán tennissen!

June 29, 2011

By Arnold Jansen op de Haar

I think I am just a normal guy but many people may well consider me rather crazy. Let me give you a few examples.

Ordinary people acquire possessions during their lives but I have never got round to it. Not because I am against having possessions, but I have always considered investing in myself more important and that things will sort themselves out somehow.

In the meantime I have gained thirty kilos, I am the last person renting in my block of flats (the rest are owners) and when I look at my bank account I am reminded of Greek government bonds.

Recently my sister complained, ‘you’re turning off all the taps much too tightly’. That is because at home I have to turn the taps off tightly to prevent them dripping. I have two left hands, so I can’t repair taps.

But what is much worse is that you need to call a ‘man to fix it’. Then this ‘man to fix it’ leaves as soon as he has arrived because this is a ‘very special tap’, one he hasn’t come across for ages. Therefore he has to buy special parts and with a ‘man to fix it’ in your home you have lost your privacy for the rest of the day.

In any case I hate having visitors; I’m afraid they will inspect my desk and ask, ‘What are you writing?’

The other day I was sitting in a pub with a lovely lady; it looked promising but I heard myself say, ‘I never receive visitors.’ Followed by – why not – ‘And I very rarely visit people.’ Come on, I thought, I’ll follow it up with the anecdote about the taps. I stopped short of mentioning that due to lack of refurbishment there are just four lights left, but the opportunity had gone.

I think next time I should say that I never invite visitors round but I am going to make an exception. It’s more likely, though, that I will tell the story of the door handle, broken since 1989. When my mother announces she is coming to visit I need a week to clear up. (Never mention your mother on a first date.)

Without any visitors, though, you can watch Wimbledon uninterrupted all day. This catches my eye: Roger Federer may look like the little boy in class who bursts into tears when you just point at him, but he has a lovely girlfriend.

According to the German philosopher Peter Sloterdijk, for the past hundred years we have been living in the ‘Era of the Athlete’. He views it as rounding off the Renaissance. In antiquity athletes were certainly very popular.

Yet why can’t I recall any athletes from ancient times? Texts, buildings and ideas last much longer than athletes and of course they knew that back then.

Suddenly this reminds me of the famous Monty Python sketch: ‘The Philosophers’ Football Match’, in which a Greek team plays against a German side; with among others John Cleese as Archimedes, Eric Idle as Socrates, Michael Palin as Nietzsche, Terry Jones as Marx and Franz Beckenbauer as Franz Beckenbauer.

Of course I know today’s athletes. Recently I wondered: how did Andy Murray get his beautiful girlfriend? Well, naturally, because his bank account isn’t made up of Greek government bonds and he may well be a very nice boy.

So there is hope. Have you seen Sharapova’s boyfriend? He looks a bit boring but, if I was him, I too would accept grunting as part of the bargain. Well, Sharapova’s boyfriend is apparently very rich, but even so.

We may well live in the Era of the Athlete but those who write will abide. Still, I don’t clench my fist after producing a gorgeous line of poetry. I only rarely grunt when putting pen to paper. I am perfectly normal, and if you disagree I advise you to ‘Go and play tennis!’

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

You can leave your comment on our forum.

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:

An Altruistic Writer

Ik vind mijzelf tamelijk normaal maar in de ogen van de meeste mensen ben ik wellicht knettergek. Laat ik enige voorbeelden geven.

Normale mensen vergaren in hun leven bezit. Dat is er bij mij eigenlijk nooit van gekomen. Niet omdat ik tegen bezit ben maar omdat ik investeren in mezelf altijd belangrijker vond, dan kwam het ‘vanzelf goed’.

Inmiddels ben ik dertig kilo zwaarder, ben ik de laatste huurder in mijn flatgebouw (de rest heeft gekocht) en moet ik bij mijn bankrekening denken aan Griekse staatsobligaties.

‘Wat draai je overal de kranen toch hard dicht,’ zei mijn zus laatst tegen me. Dat komt omdat ik thuis de kranen wel hard moet dichtdraaien, anders lekken ze. Ik beschik over twee linkerhanden dus ik kan die kranen niet repareren.

Maar wat nog veel erger is, is dat je eigenlijk ‘een mannetje’ moet laten komen. Zo’n mannetje komt en moet gelijk weer weg omdat het hier ‘om een hele speciale kraan’ gaat. Die heeft hij al in geen tijden meer gezien. En nou moet hij nog onderdelen halen. Een mannetje in huis kost je zeker de hele dag je privacy.

Ik ontvang sowieso niet graag bezoek. Ik vrees dat ze mijn bureau gaan staan bestuderen en vragen: ‘Wat ben je aan het schrijven?’

Laatst zat ik met een hele leuke mevrouw in een kroeg. Het kon best iets worden. En ik hoorde mijzelf zeggen: ‘Ik ontvang nooit bezoek.’ En even daarna ook nog: ‘En ik ga vrijwel nooit op bezoek.’ Vooruit, dacht ik, ik vertel er de anekdote over die kranen achteraan. Dat er wegens achterstallig onderhoud nog slechts vier lichtpunten zijn, liet ik achterwege. Maar het was al te laat.

Ik denk dat ik de volgende keer moet zeggen dat ik nooit iemand thuis uitnodig maar nu een uitzondering ga maken. Maar het zal wel weer een verhaal worden over de deurklink die sinds 1989 loszit. En dat als mijn moeder aankondigt dat ze op bezoek komt, ik eerst een week de tijd nodig heb om op te ruimen. (Nooit bij een eerste afspraak over je moeder beginnen.)

Zonder bezoek kan je wel de hele dag ongestoord naar Wimbledon kijken. En er is iets wat gelijk opvalt: Roger Federer mag eruitzien als het jongetje in de klas dat al gaat huilen als je naar hem wijst, hij heeft wel een hele leuke vriendin.

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk zegt dat we al zo’n honderd jaar in ‘het tijdperk van de atleet’ leven. Hij ziet dat als het sluitstuk van de Renaissance. In de oudheid waren atleten ook heel populair.

Hoe komt het dan dat ik geen enkele atleet uit de oudheid ken? Teksten, gebouwen en ideeën gaan veel langer mee dan een atleet. En dat wisten ze in de oudheid natuurlijk ook.

Opeens moet ik aan een beroemde sketch van Monty Python denken: ‘The Philosophers’ Football Match’, waarin een Grieks team het opneemt tegen een Duits team. Met o.a. John Cleese als Archimedes, Eric Idle als Socrates, Michael Palin als Nietzsche, Terry Jones als Marx en Franz Beckenbauer als Franz Beckenbauer.

De atleten van vandaag ken ik natuurlijk wel. Hoe komt Andy Murray aan die mooie vriendin? vroeg ik mij laatst af. Omdat zijn bankrekening niet bestaat uit Griekse staatsobligaties natuurlijk. En misschien is het een hele aardige jongen.

Toch is er nog hoop. Hebt u de vriend van Sharapova gezien? Hij ziet er een beetje saai uit. Als ik hem was zou ik dat kreunen ook op de koop toe nemen. Nou schijnt die vriend van Sharapova heel rijk te zijn, maar toch.

We mogen in het tijdperk van de atleet leven, maar wie schrijft die blijft. Toch loop ik niet elke keer na het schrijven van een schitterende dichtregel een vuist te ballen. En ik kreun zelden als ik mijn pen op papier zet. Ik ben hartstikke normaal. Als u er anders over denkt zou ik zeggen: ‘Ga dán tennissen!’

© Arnold Jansen op de Haar
U kunt reageren op ons forum.

Eerdere columns:
Voorbij de waanzin