was successfully added to your cart.

Journey to the End of the Night

Reis naar het einde van de nacht

November 7, 2010

By Arnold Jansen op de Haar

Last Thursday I travelled by train from London back to The Netherlands. The advantage of travelling alone is that you can’t help but overhear conversations. On the Eurostar a man was talking into his phone. He was in high spirits. ‘We are on Channel 4 this evening,’ he said, ‘unfortunately I can’t be there.’ Afterwards he made another call. ‘I don’t think we should use the word nuclear tonight…’ He stopped, looked at me and left the carriage.


Travelling through Belgium this sentence stayed with me. Besides everyone was quiet, so I had time to read Philip Larkin’s Letters to Monica. The poet wrote: ‘What frightens me most about marriage is the passing-a-law-never-to-be-alone-again side of it’.


By now I had arrived in The Netherlands. ‘Breda Station’ they announced. The train filled up. Three young men settled down a few seats away. They were members of an elite student organisation.
‘I am so glad I speak RP,’ said one of them in a broad provincial accent.
They continued speaking about ‘manipulating girls’.
‘When you still had a girlfriend you had no problems manipulating girls to sleep with you,’ said one of them. ‘Now you fail to find anyone.’
‘Nowadays I am under much more pressure,’ replied the person who was being addressed.
The young men laughed.
‘You know who is a dream date?’ said another. ‘Lydia.’
‘Lydia!’ exclaimed the two others. ‘That’s pathetic.’
They spoke at length about who was or wasn’t hot and about ‘great tits’.
Their laughter and testosterone caused the seats to shake back and forth.
Suddenly one of the lads turned serious. He addressed the guy opposite him: ‘Do you understand that Simone is only with you because she is still getting over Frank? She simply can’t stand being on her own. When she is through with it, she will dump you, mind my words.’


‘Den Bosch Station’ was announced on the tannoy and the lads got off the train.


A short while later a young couple settled across the aisle. She turned out to be living with someone called Benny. They hadn’t planned to live together so soon but well, finding affordable student accommodation was almost impossible.
‘I have my whole life in front of me to live with someone,’ said the girl, ‘still I decided to go ahead. Besides it is quite roomy: nearly sixty square feet.’
The boy objected that it was all plain sailing when you get on but beware when you fall out. ‘If it doesn’t work out you can always move in with Rob,’ he said.
Yes, Rob was another option, the girl agreed and smiled. The other day she went to see Roos and Dirk. They had sorted themselves. ‘They have loads of space,’ she sighed.
‘And it is at least clean and well ordered,’ said the boy. He seemed to muster up some courage and continued: ‘If worse comes to worse I can give you my spare bed.’
That moment the girl looked at him almost lovingly.
I immediately took pity on Benny, the boy she lived with.


The snooty students would have called her ‘a girl who is easy to manipulate’. ‘In ten years time each one of you will be trapped in a marriage,’ I murmured.


In Nijmegen the student couple alighted only to be replaced by an older couple and an elderly lady. The two ladies tried to outdo each other about their grandchildren’s merits.


This reminded me of Philip Larkin’s poem The Whitsun Weddings. Larkin sat on a train when at each stop more wedding guests piled in. A dozen marriages got under way.


Back at home I read that Countryfile presenter Miriam O’Reilly, aged 53, was told ‘to be careful with those wrinkles’, nine months before the BBC fired her.


We all age, but the adage is: Young & Hot. Heaven forbid that you were left on the shelf. I suddenly felt like detonating something nuclear.


Names in this column have been made up.


© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press


You can leave your comment on our forum.

 

Previous columns:



















































Afgelopen donderdag reisde ik met de trein van Londen terug naar Nederland. Het voordeel van alleen reizen is dat je gesprekken kunt afluisteren. In de Eurostar zat een man te bellen. Hij was opgetogen. ‘We zijn vanavond op Channel 4,’ zei hij, ‘maar helaas kan ik zelf niet.’ Daarna belde hij nog iemand. ‘Ik geloof niet dat we vanavond het woord nucleair moeten gebruiken…’ Hij stopte, keek me aan en verliet de coupé.

Reizend door België bleef die zin hangen. Bovendien was iedereen stil. En ik had de tijd om te lezen in Philip Larkins Letters to Monica. De dichter schreef: ‘What frightens me most about marriage is the passing-a-law-never-to-be-alone-again side of it’ (‘Wat me het bangst maakt voor trouwen is de kant dat-je-stemt-voor-een-wet-dat-je-nooit-meer-alleen-zult-zijn’).

Inmiddels was ik in Nederland. ‘Station Breda,’ werd er omgeroepen. Het werd drukker.
Iets verderop namen drie jongens plaats. Het waren corpsstudenten.
‘Ik ben zo blij dat ik ABN spreek,’ zei een van de jongens met een zwaar Brabants accent.
Daarna ging het over ‘meisjes regelen’.
‘Toen jij een vriendin had regelde je veel meer meisjes in bed,’ zei er een. ‘En nu krijg je niemand meer.’
‘Nu is de druk hoger,’ zei de aangesprokene.
De jongens lachten.
‘Weet je wie pas lekker is?’ zei een ander. ‘Lydia.’
‘Lydia!’ riepen de twee anderen. ‘Echt niet.’
En toen ging het een hele tijd over wie wel lekker was en wie niet. En over ‘mooie tieten’.
De stoelen begonnen heen en weer te schudden van het gelach en het testosteron.
Plotseling werd een van de jongens serieus. ‘Weet je,’ zei hij tegen de jongen die tegenover hem zat, ‘Simone is nu met jou omdat ze verdriet heeft over Frank. Ze kan gewoon niet alleen zijn. Als ze het heeft verwerkt, laat ze je vallen, let maar op.’

‘Station Den Bosch,’ klonk het over de intercom en de jongens verlieten de trein. 

Even later kwamen aan de andere zijde van het gangpad een jongen en een meisje zitten. Zij bleek samen te wonen met ene Benny. Dat samenwonen was een beetje eerder dan gepland en tja, een studentenkamer was moeilijk te krijgen.
‘Ik kan mijn hele leven nog samenwonen,’ zei het meisje, ‘maar ik heb het toch gedaan. En het is best ruim: achttien vierkante meter.’
De jongen wierp tegen dat als je goed met elkaar kon opschieten dat natuurlijk best ging, maar o wee als de relatie verslechterde. ‘En als het niks wordt kun je ook bij Rob intrekken,’ zei hij.
Ja, Rob was ook een optie, beaamde het meisje lachend. En laatst was ze bij Roos en Dirk. Die hadden het pas goed voor elkaar. ‘Het is daar echt groot,’ zuchtte ze.
‘En het is er tenminste schoon en opgeruimd,’ zei de jongen. Hij leek even moed te verzamelen en zei toen: ‘Ik heb anders ook nog een logeerbed voor je.’
Het meisje keek hem nu bijna verliefd aan.
Ik kreeg acuut medelijden met Benny, de jongen met wie ze samenwoonde.

De corpsjongens zouden haar ‘een makkelijk te regelen meisje’ noemen. ‘Over tien jaar zitten jullie allemaal gevangen in een huwelijk,’ prevelde ik.

In Nijmegen stapten de twee studenten uit. Een ouder echtpaar en een bejaarde dame namen hun plaatsen in. De twee vrouwen begonnen tegen elkaar op te bieden over hun kleinkinderen.

Ik moest aan het gedicht The Whitsun Weddings van Philip Larkin denken. Larkin zat in een trein en er stapten elke keer bruiloftsgasten in. A dozen marriages got under way (een dozijn huwelijken waren onderweg).

Thuisgekomen las ik het bericht dat Countryfile presentatrice Miriam O’Reilly (53) negen maanden voor ze door de BBC ontslagen werd te horen kreeg dat ze ‘moest oppassen met die rimpels’.

We worden allemaal ouder, maar het adagium is: Jong en Lekker. Je mocht eens alleen blijven. Ik kreeg enorme zin om iets nucleairs te laten ontploffen.

De namen in deze column zijn gefingeerd.

© Arnold Jansen op de Haar

U kunt reageren op ons forum.

Eerdere columns: