was successfully added to your cart.

King of the People

Koning van het volk

May 3, 2013

By Arnold Jansen op de Haar

Beatrix opened up during the handover of the throne. Her face appeared to be far livelier than before. Willem-Alexander had not only become more dignified in his ermine cloak, but from this moment on his face represented the entire nation. He was ready for it, and Máxima was a magnificent Evita of the polders. The people played their role with gusto, as if instructed by someone: ‘You’re the crowd.’

‘At least this young man can read better than his mother,’ was my verdict watching TV at home. Although I have escorted the Dutch Gold State Coach five times, and an old acquaintance had the honour of announcing that the King was enthroned, I’m not much of a monarchist. The king refers to himself as ‘we’, and the people feel togetherness, but I can’t stop thinking: who’s we? I once wrote: ‘we is a word/ meant for monarchs/ and those who bear their trains’.

The only reigning monarch in attendance was Prince ‘we of Monaco’ Albert. A warning is not enough to keep him away from a party. Besides, it took place in Amsterdam, so he came on his own. The Princess of Morocco couldn’t be ignored either. She was wearing a marvellous green gown which beautifully complemented her red hair. And, I thought, Charles is still a chic gentleman.

But how would he feel about being reduced to the people, with an inflatable orange crown on his head? Yet it was clear from Willem-Alexander’s speech that he realised that without the people there is no king.

That afternoon I took a good look at the people in the centre of my home town, Arnhem. It made me want to shout: ‘Majesty, look at your subjects!’ People who drop cans into the bushes and make low animal noises. People who belch and piss against walls. ‘The mob is on the rampage,’ they would have concluded in the Dutch Golden Age.

I watched TV again that evening. There was a rumour that the ten F16 planes in the sky above Amsterdam formed a quarter of the entire operational Dutch air force.

This was preceded by a boat trip on the IJ (a lake in Amsterdam). The Gay Pride barge was one of the boats the royal family passed. Even the gays and lesbians had dressed appropriately and appeared far more covered up than during the Gay Pride parade itself. The Jostiband, consisting of mentally handicapped people with instruments, played, better than ever, children’s songs for the little princesses. The sounds of a ‘top DJ’ boomed through the Royal Concertgebouw Orchestra’s playing, and the royal couple enthusiastically shook hands with him. Moments earlier they had sailed away before the end of the National Ballet’s performance. There was a carnival boat from the oldest carnival association in the country, based in Venlo: the Netherlands in a nutshell.

Mabel, the wife of comatose Prince Friso, wore quite an eye-catching piece from a wedding gown on one shoulder. Until this year I used to celebrate Queen’s Day with orange cakes at my mother’s place. Cakes from the best bakery in town, obviously. We would give a running commentary in safety, sitting in front of the telly. ‘Actually, one of the princesses is just a common hairdresser’s daughter,’ my mother would say, or: ‘That one really is a Trojan Horse.’ In short, the royal family always generated lots of amusement.

Last week we buried my mother. She lay in the coffin wearing her best hat. ‘Make sure you’re wearing black shoes,’ she had said to me. She had a spare pair anyway. So there I was, together with a handful of loved ones, wearing my father’s wedding shoes, exactly in accordance with her wishes.

Thinking back on this and seeing how moved Willem-Alexander was during his speech made me think: he’s a good boy who probably thinks his mother is more important than being king. One day, he will have to bury his mother with the entire nation watching. I hope they won’t sing ‘Thanks Bea’ on that occasion. If I were her, I would start issuing instructions for the funeral: ‘in silence, with a few people’. ‘And with a deep bow,’ I add.

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

arnold jansen op de haar

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Beatrix ontdooide tijdens de troonswisseling. In haar gezicht bleek meer beweging te zitten dan voorheen. Willem-Alexander had niet alleen met zijn hermelijnen mantel een zichtbare waardigheid gekregen, ineens vertegenwoordigde ook zijn gezicht het hele land. Maar hij kon het aan. Máxima was een schitterende polder-Evita. En het volk speelde zijn rol als volk met verve, alsof iemand tegen ze gezegd had: ‘En jullie zijn volk.’

‘Die jongen kan in elk geval beter voorlezen dan zijn moeder,’ zei ik thuis voor de tv. Want al heb ik vijf keer voor de Gouden Koets gelopen, en mocht een goede kennis van me in de kerk roepen dat de koning was ingehuldigd, ik ben niet zo’n enorme monarchist. De koning spreekt over zichzelf als ‘wij’, het volk voelt een wij-gevoel, en ik denk de hele tijd: hoezo wij? ‘wij is een woord voor koningen/ en wie hun slippen dragen’, dichtte ik ooit.

De enige regerend vorst die was komen opdagen was prins ‘wij van Monaco’ Albert. Die hou je ondanks waarschuwingen niet weg van een feestje. Het was bovendien in Amsterdam dus hij kwam alleen. Die prinses van Marokko was ook niet te versmaden. Ze droeg een schitterend groen gewaad, wat mooi paste bij haar rode haren. En wat is die Charles toch een chique man, dacht ik.

Maar je zult toch volk zijn. Met een opblaasbare oranje kroon op je kop. Toch leek Willem-Alexander in zijn toespraak te beseffen dat er zonder volk geen koning is.

In het centrum van mijn woonplaats Arnhem heb ik ’s middags het volk nog eens goed bekeken. Ik wilde de hele tijd roepen: ‘Majesteit, zie hier uw onderdanen!’ Mensen die blikjes in de struiken gooien en lage dierlijke geluiden voortbrengen. Die luid boeren en tegen de gevels pissen. In de Gouden Eeuw zouden ze gezegd hebben: ‘Het gemeen is los.’

’s Avonds keek ik opnieuw tv. Het gerucht ging dat die tien F16’s boven Amsterdam een kwart vormen van onze operationele luchtmacht.

Net daarvoor hadden we een koningsvaart gehad op het IJ. Het koninklijk gezin voer onder meer langs de boot van de Gay Pride. Zelfs de homo’s en lesbiennes hadden zich aangepast en zagen er veel minder bloot uit dan tijdens de echte Gay Pride. De Jostiband, een verzameling verstandelijk gehandicapten met instrumenten, speelde, beter dan ooit, kinderliedjes voor de prinsesjes. Een ‘top-dj’ dreunde door het Koninklijk Concertgebouw Orkest heen en werd door het koninklijk paar enthousiast de hand gedrukt. Maar even daarvoor was men nog voor het einde van het optreden van het Nationaal Ballet weggevaren. En er was een carnavalsboot van de oudste carnavalsvereniging van het land, uit Venlo. Nederland in een notendop.

Mabel, de vrouw van de in coma liggende prins Friso, had nogal opvallend een stuk trouwjurk aan haar schouder hangen. Tot dit jaar vierde ik Koninginnedag met een oranje gebakje bij mijn moeder. Van de beste banketbakker natuurlijk. En dan zaten we veilig voor de tv commentaar te leveren. ‘Een van die prinsessen is gewoon de dochter van een kapper, hoor,’ zei ze dan. Of: ‘En die, die is het Paard van Troje.’ Kortom: we hebben altijd enorm genoten van de koninklijke familie.

We hebben vorige week mijn moeder begraven. Ze droeg in de kist haar mooiste hoed. ‘Je trekt toch wel zwarte schoenen aan,’ had ze gezegd. Ze had nog wel een paar. Dus daar stond ik in mijn vaders trouwschoenen. Met een handjevol dierbaren. Precies zoals zij het had gewild.

Toen ik daaraan terugdacht en zag hoe ontroerd Willem-Alexander was tijdens zijn toespraak, dacht ik: het is een goeie jongen, die vindt zijn moeder vast belangrijker dan dat hele koningschap. Hij moet in de toekomst samen met het hele volk die moeder begraven. Ik hoop niet dat ze dan ‘Bea bedankt’ gaan zingen. Als ik haar was zou ik nu al aanwijzingen voor mijn begrafenis geven: ‘in kleine kring, zwijgend’. ‘En met een diepe buiging,’ zeg ik.

© Arnold Jansen op de Haar


Een klein dingetje
Een knotsgekke berg
Verbrand deze brief!
Een zeer koninklijk toneelstuk
Schrijven als verlossing
Een Nobelprijs voor Ricky Gervais