was successfully added to your cart.

Lover of Scotland

Lover of Scotland

August 23, 2011

By Arnold Jansen op de Haar

It was so busy at the Edinburgh Festival that my publisher and I had to book into Pollock Halls, the student halls of residence. Plain but pleasant rooms with a view of Arthur’s Seat, their only disadvantage was a haphazard wireless contact with the outside world.

Were the Scots using jamming devices aimed at English communication tools? Maybe it would have been better if my London-based publisher had kitted out her mobile and laptop in a mini kilt.

Sitting in our rooms took us back to being students. We started to ask ourselves: When will mum arrive with meatballs for us?

This turned out to be unnecessary: the next morning a breakfast buffet of record-breaking variety awaited us in the dining hall.

The dining hall was packed and I found myself sitting next to a very sexy female pirate (one of the Pirates of Penzance at the Edinburgh Festival) or a human cupboard like ‘The Fridge’ sporting a kilt who, with his pipes, would be taking part in the Edinburgh Tattoo that evening. The latter ate a heap of haggis and six sausages.

Afterwards we set out for the Edinburgh International Book Festival, which took place in a park in the middle of the city; a number of marquees were arranged around a muddy field.

We attended eight events over three days. One was Jules Verne, lover of Scotland, presented by Nat Edwards, director of the Robert Burns Museum. I have been to quite a few literary festivals but he was one of the best presenters ever. Relaxed and with a marvellous voice, he introduced the speaker with a winning combination of humour and passion.

The speaker, Professor Ian Thompson, seated next to the presenter, proceeded to fold himself into knots during his own presentation; one moment the sleeve of his jacket swayed empty, the next moment it contained his arm. Subsequently he tucked his left foot under his right armpit.

Nevertheless his talk was very entertaining. We found out about the places Jules Verne had visited – ‘Jules Verne loved the view from Arthur’s Seat’ – and learned that in his time you could travel faster across Scotland than you can nowadays.

I suddenly developed an enthusiasm for various Scottish subjects, such as ‘A Short Monograph on Diversity in Scottish Sausages’ or ‘Highlights from Scottish Literature: A Succinct Overview of Afflictions caused by wearing a Sporran’. For non-Scottish readers, this is the wee thing dangling in front of a kilt.

Between events you had an excellent opportunity to observe festival-goers. At one point, the sun shone for three consecutive hours! Lounging in my deck chair, I scrutinised the long queues. Lovers of horror, it turned out, looked a bit weird. ‘The Horror! The Horror!’ I said to my publisher.

A talk about Gallipoli attracted a queue of retired army officers. This is one of the strong points of Edinburgh Book Festival: it has a very wide-ranging programme.

They even provided a ‘Buggy Park’ for parents with children. The children entered a marquee only to reappear as pirates. My publisher just managed to stop me visiting the Giraffes Can’t Dance event.

So I ended up at Best of European Fiction 2011, unforgettable writing from across the continent. It didn’t contain anything that was unforgettable, except that one of the writers looked like a heavy-drinking Hobbit. Actually he was a good speaker but turned out to be Irish. I didn’t know Ireland was part of the continent.

The Romanian writer may well have made sensible contributions, but he had brought along a female translator who was as incomprehensible as he. At one point, she translated while squatting under the lectern, as if she wanted the ground to swallow her up.

There was also a Dutch authoress who was asked what was typical about Dutch literature and encouraged to say a few things about ‘European literature’. ‘There is no such thing as European literature, there is just literature,’ I muttered to my publisher.

Luckily this was dovetailed with an event about Czeslaw Milosz, the poet; an opportunity to hear what was so special about the Polish Nobel Laureate. The Polish poet Adam Zagajewski, in particular, recited Milosz’s poems wonderfully, in Polish and English. Well, this doesn’t require any explanation.

The most striking thing about the Edinburgh Book Festival is the large and very attentive Scottish contingent of attendees. This week, I am going to write to Edinburgh University to enquire about the possibility of becoming writer in residence. ‘Please house me in a hall full of red-haired Scottish female students; I am even prepared to wear a kilt with a sporran.’ I have already got a title for the book: Arnold Jansen op de Haar, lover of Scotland.

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

You can leave your comment on our forum.

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:

Tips for Parents

An Altruistic Writer

Wegens de grote drukte tijdens het Edinburgh Festival waren mijn uitgeefster en ik aangewezen op Pollock Halls, de studentenaccommodatie. Eenvoudige maar aangename kamers met uitzicht op Arthur’s Seat, met het enige nadeel dat er draadloos nauwelijks contact te maken was met de buitenwereld.

Zouden die Schotten stoorzenders hebben voor Engelse verbindingsmiddelen? Misschien had mijn Londense uitgeefster haar mobiele telefoon en laptop in een kleine kilt moeten hullen.

Zittend op onze kamers waren we weer helemaal terug in onze studententijd. We hadden opeens het gevoel van: wanneer komt moeder de gehaktballen brengen?

Dat bleek niet nodig te zijn want de volgende ochtend was er in de eetzaal een ontbijtbuffet dat in verscheidenheid een wereldrecord brak.

Het was zeer druk in de eetzaal dus zat je plotseling naast een zeer sexy vrouwelijke piraat (een van de Pirates of Penzance op het Edinburgh Festival) of een in kilt gehulde kleerkast, type ‘The Fridge’ (De Koelkast), die ’s avonds met een doedelzak ging deelnemen aan de Edinburgh Tattoo. Die laatste at een berg haggis en zes worstjes.

Daarna togen we naar The Edinburgh International Book Festival. Dat vond plaats in een park midden in de stad waar rond het modderige middenterrein een aantal tenten stond opgesteld.

Gedurende drie dagen bezochten we acht bijeenkomsten. Een daarvan was Jules Verne, lover of Scotland. Het werd gepresenteerd door Nat Edwards, de directeur van het Robert Burns Museum. Ik heb heel wat literaire festivals meegemaakt, maar dit was een van de beste presentatoren ooit. Zonder zenuwen en met een geweldige stem introduceerde hij met een combinatie van humor en passie de deskundige.

De deskundige, professor Ian Thompson, zat naast de presentator en probeerde zich gedurende zijn eigen voordracht volledig op te vouwen. De ene keer bungelde de mouw van zijn jasje zonder arm heen en weer en dan zat die arm er weer in. En vervolgens zat zijn linkervoet onder zijn rechteroksel.

Desondanks was het zeer onderhoudend. Zo leerden we waar Jules Verne zoal geweest was – ‘Jules Verne genoot van het uitzicht vanaf Arthur’s Seat’ – en ook hoorden we dat je in zijn tijd sneller door Schotland reisde dan tegenwoordig.

Ik kreeg opeens zin in allerlei Schotse onderwerpen zoals ‘Een kleine almanak over de verscheidenheid aan Schotse worstjes’ of ‘Hoogtepunten uit de Schotse literatuur: een kort overzicht van aandoeningen veroorzaakt door de sporran’. Voor niet-Schotse lezers: dat is dat kleine ding dat aan de voorzijde van de kilt bungelt.

Tussen de voorstellingen door kon je de bezoekers aan het festival goed bestuderen. We hadden op een gegeven moment drie uur zon achter elkaar! Liggend vanuit mijn strandstoel bestudeerde ik de lange rijen wachtenden. Liefhebbers van horror bleken er een beetje eng uit te zien. ‘The horror! The horror!’ zei ik tegen mijn uitgeefster.

Een lezing over Gallipoli trok een hele rij legerofficieren buiten dienst. Dat is een van de sterke punten van het Edinburgh Book Festival: het is zeer breed geprogrammeerd.

Voor ouders met kleuters was er zelfs een ‘Buggy Park’ georganiseerd. Die kinderen gingen een tent binnen en kwamen er als piraat uit. De uitgeefster kon nog net voorkomen dat ik naar de voorstelling Giraffes Can’t Dance (Giraffen kunnen niet dansen) was gegaan.

Maar ik verzeilde in Best of European Fiction 2011, unforgettable writing from across the continent. Er was weinig onvergetelijks aan behalve dan dat een van de deelnemers op een zwaar drinkende Hobbit leek. Welbespraakt overigens, maar het bleek een Ier, terwijl ik helemaal niet wist dat Ierland tot het continent behoorde.

De Roemeense deelnemer heeft mogelijk enige zinnige dingen gezegd maar hij had een vertaalster meegenomen die net zo onverstaanbaar was als hijzelf. Op een gegeven moment zat ze gehurkt onder de katheder te vertalen, alsof ze door de grond wilde zakken.

En verder was er een Nederlandse schrijfster die moest antwoorden op de vraag wat er zo typisch was aan de Nederlandse literatuur en ook nog enkele dingen moest zeggen over ‘Europese literatuur’. Ik mompelde tegen mijn uitgeefster: ‘Er bestaat geen Europese literatuur, er is alleen maar literatuur.’

Gelukkig was er aansluitend ook een bijeenkomst over Czeslaw Milosz, de dichter. Hier kon je horen wat er bijzonder was aan de Poolse Nobelprijswinnaar. Vooral de Poolse dichter Adam Zagajewski las zijn gedichten schitterend voor, in het Pools en Engels. Kijk, dan heb je geen uitleg meer nodig.

Het meest opvallende aan het Edinburgh Book Festival is dat het massaal aanwezige Schotse publiek zeer aandachtig is. Van de week ga ik schrijven naar Edinburgh University of ik geen writer in residence kan worden. ‘Zet u mij maar op een gang met roodharige meisjesstudenten, ik ben zelfs bereid tot het dragen van een kilt, met sporran.’ Ik heb al een boektitel: Arnold Jansen op de Haar, lover of Scotland.

© Arnold Jansen op de Haar

U kunt reageren op ons forum.

Eerdere columns:
Voorbij de waanzin