was successfully added to your cart.

Making Love

Het bedrijven van de liefde

September 19, 2011

By Arnold Jansen op de Haar

I recently ran a workshop on making love. Before you get the wrong end of the stick, it was about how this act is portrayed in literature. I could have called it Sex in Literature, but that sounds rather coarse.

In the UK, the Bad Sex in Fiction Award was established in 1993. A similar prize made a fleeting appearance in the Netherlands: there was a Bad Sex Prize in 2007, followed by the Saint Amour Prize for Good Sex in the same year. It turned out that the difference between the winners of the two prizes was down to originality.

‘Writing a sex scene is one of the most difficult aspects of writing,’ I impressed on my students. ‘On the other hand, you can learn a lot from badly written sex scenes,’ and I gave a few examples.

One of the shortlisted writers for the Bad Sex Prize 2007 had described a woman making love to two men simultaneously. She wrote, ‘I’m the incarnation of a palindrome, lips on top and down below.’

As you know, a palindrome is a word or phrase that reads the same in either direction.

So here is what we discussed that evening: metaphors that somewhat missed their target. We also covered coarse scenes inappropriate for the characters, or scenes that were so overwritten that they made you laugh. ‘In my nightly imaginations you were a tiger and I a gazelle,’ by Lulu Wang, was one of a dozen other examples.

It’s odd, but even very good authors are prone to writing awful sex scenes. In any of the other passages the author controls the mind of his characters. Sex scenes are dominated either by what’s happening or by flowery prose; there’s hardly anything in between.

Just a few words can cause affront, such as ‘love’s dagger’ or ‘fleshy cudgel’. I proceeded to give my students an example by the well-known Dutch author Anna Enquist. She once shattered her prose with just one word: in her otherwise wonderful novel Het Meesterstuk (The Masterpiece) she allowed someone to get a ‘stiff cunt’ from cycling.

If during my creative writing courses someone uses a discordant word, I now exclaim, ‘Just like Enquist’s stiff cunt!’

When you read sex scenes you often get the feeling that the writer is daring to show off. I’m under the impression that this happens more often to Dutch than English writers.

This compares interestingly to Dutch movies. There are nude scenes in virtually every Dutch movie; they call it ‘functional nudity’. Even in costume dramas clothes are shed immediately. All I remember from a TV series in 1984 about William of Orange is that all his wives were naked.

Actually, it’s even odder that there isn’t any sex in a TV series about the recent history of the Dutch royal family. It will take at least another century before we can watch Prince Bernhard’s bare buttocks from our living room.

I asked my students to choose a bad sex scene and rewrite it without any explicit words. It produced marvellous results: sex was just being hinted at. I’m not saying that explicit scenes are inherently bad, but they have to be essential.

I discussed this the other day with one of my masterclass students. He is a GP and told me that during his training they had covered which words to use and which to avoid when dealing with sexuality.

What you say when is also important. He remembered a gynaecologist carrying out an internal examination while all his assistants stood round. He asked the patient, ‘Have you had sex recently?’ This is a case of bad timing. Maybe we should send all our authors to a GP conference.

The main conclusion is that an author must decide what type of sex fits his characters, irrespective of his personal preferences. A writer can expose himself in many other ways, even in pure fiction.

I nearly called this column ‘Prince Bernhard’s Buttocks’, but my mother reads it as well.

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

You can leave your comment on our forum.

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:

Tips for Parents

An Altruistic Writer

Onlangs gaf ik een workshop over het bedrijven van de liefde. Voordat u een verkeerd beeld krijgt: het ging om het beschrijven van de daad in de literatuur. Ik had ook kunnen zeggen ‘seks in de literatuur’, maar dat klinkt gelijk zo plat.

Sinds 1993 bestaat er in het Verenigd Koninkrijk een Bad Sex in Fiction Award. Nederland had er heel kort ook een. Men kwam in 2007 met een Slechte Seks Prijs, hetzelfde jaar gevolgd door De Saint-Amourprijs voor Goede Seks. Het verschil tussen de twee winnaars bleek vooral in de originaliteit te zitten.

‘Het beschrijven van seks is een van de moeilijkste aspecten van het schrijven,’ hield ik mijn cursisten voor. ‘Maar men kan van slechte seksscènes heel wat leren.’ En ik gaf ze een aantal voorbeelden.

Een genomineerde voor de Slechte Seks Prijs 2007 had een vrouw beschreven die de liefde bedreef met twee mannen. Ze schreef: ‘Ik ben een vleesgeworden palindroom, lippen van boven en lippen van onderen’.

Zoals u weet is een palindroom een woord dat van voor naar achter of andersom hetzelfde betekent.

Dus daar ging het die avond over. Over metaforen die een beetje uit de bocht vlogen. Maar het ging ook over platte scènes die niet pasten bij de personages. Of scènes die zo bloemrijk waren dat ze lachwekkend werden. ‘In mijn nachtelijke verbeeldingen was jij de tijger en ik de gazelle’ (Lulu Wang). En dat ging zo nog een halve pagina door.

Het gekke is dat zelfs hele goede schrijvers slechte seksscènes schrijven. Bij de meeste andere scènes gaan die schrijvers in het hoofd van hun personages zitten. Bij seks neemt de handeling het over, of het bloemrijk taalgebruik. Daartussen zit bijna niets.

Ook een enkel woord kan afstoten. Woorden als liefdesdolk of vleesknuppel. En ik gaf mijn cursisten het voorbeeld van de bekende Nederlandse schrijfster Anna Enquist. Ze doorbrak ooit met een enkel woord haar stijl. In de verder prachtige roman Het Meesterstuk liet ze opeens iemand ‘een houten kut’ krijgen van het fietsen.

Bij mijn schrijfcursussen roep ik tegenwoordig als er een woord uit de toon valt: ‘Ha, de houten kut van Enquist!’

Ook denk je bij seksscènes vaak dat de schrijver wil laten zien wat hij of zij allemaal durft. En nou heb ik de indruk dat je dat bij Nederlandse schrijvers nog meer ziet dan bij Engelstalige schrijvers.

Hierbij zou je de vergelijking kunnen maken met Nederlandse films. Bijna in elke Nederlandse film is bloot te zien. Men spreekt wel van ‘functioneel bloot’. Zelfs bij kostuumdrama’s trekt men onmiddellijk de kleren uit. In 1984 was er een tv-serie over Willem van Oranje. Het enige wat ik mij van die serie herinner is dat alle echtgenotes van Willem van Oranje naakt door het beeld huppelden.

Nog gekker is het dat in tv-series over de meer recente geschiedenis van het Nederlandse koningshuis geen enkele seksscène voorkomt. Het duurt nog zeker honderd jaar voor we de billen van Prins Bernhard in onze huiskamer zien.

Ik liet mijn cursisten een slechte seksscène kiezen. Die moesten ze herschrijven zonder expliciete woorden te gebruiken. Daar kwamen prachtige resultaten uit. De seks werd alleen nog gesuggereerd. Wat niet betekent dat expliciete scènes altijd slecht zijn. Maar er moet wel een reden voor zijn.

Later had ik het er nog over met een schrijver die ik individueel begeleid. Hij is huisarts. Hij vertelde me dat hij in zijn opleiding les had gehad over welke woorden je als huisarts wel en niet moest gebruiken als het om seksualiteit ging.

En dat het er ook om gaat op welk moment je het zegt. Hij herinnerde zich een gynaecoloog die bezig was met een inwendig onderzoek. Alle assistenten stonden eromheen. En hij vroeg aan de vrouw in kwestie: ‘Heeft u onlangs nog seks gehad?’ Een geval van slechte timing. Misschien moeten we al onze schrijvers naar een congres voor huisartsen sturen.

De belangrijkste conclusie is dat je als schrijver moet bepalen welke seks bij de personages hoort, niet bij jezelf. De schrijver kan zich op een hele andere manier blootgeven, zelfs bij pure fictie.

Bijna had ik deze column ‘De billen van Prins Bernhard’ genoemd maar mijn moeder leest deze column ook.

© Arnold Jansen op de Haar

U kunt reageren op ons forum.

Eerdere columns: