was successfully added to your cart.

My Gareth Malone Moment

Mijn Gareth Malone-moment

June 20, 2010

By Arnold Jansen op de Haar

He is a young man with a hairdo that cannot get ruffled. The same is true for my own hair but this would lead to a totally different story. Last Thursday the BBC broadcasted the first episode of Gareth Goes to Glyndebourne. In this programme Gareth Malone converts children who have only a very vague idea about what opera entails – ‘singing fat ladies’ – into a choir that will take part in the opera Knight Crew. This makes me go weak at the knees.

 

I have also seen all episodes of The Choir. In it Gareth persuaded the most unlikely individuals to sing. OK, I do realise that much of what happens on TV is stage-managed, but for some reason I can really believe in Gareth.

 

This time he set himself an even more exacting task: the children whom he has been coaching are going to audition for the world famous Glyndebourne Opera. The children all acted tough but when they had to audition their voices faltered. A rather shy black girl retreated into her shell completely; however Gareth soon got her going again.

 

I never cry in public. I am, of course, quite unlike the North Korean footballer who hears his National Anthem being played at the World Cup. In spite of this I was very moved when watching Gareth Goes to Glyndebourne. Luckily, I was alone.

 

This reminds me of my own Gareth Malone moment which happened about two weeks ago. I had been asked to supervise the children’s jury at a Children’s Art Festival in my home town. The children’s task was to write reviews about the performances aimed at and acted out by children.

 

In the past I have ran quite a few creative writing workshops, including one for a female Lion’s Club, ‘forty young ladies who were about to turn forty’, and another for a group of psychiatric patients, which took place in an attic. One of the participants in the latter group announced: ‘I have a notebook in which I record all dirty words from the soaps.’ However, managing the children’s jury was a far greater challenge.

 

I accompanied the children for eleven hours and during this time we saw three performances. I found it remarkable that children aged nine to twelve can seem to act almost like adults one moment only to collapse in giggles the next.

 

‘Summarise the Robin Hood performance’, was my exercise. Reply from Sara, aged 9: ‘A guy who helps poor people. But it was the first time I had to yawn.’

 

She was right: Robin Hood was a bit below par compared to the other two performances. Actually it reminded me very much of the Christmas performance in the film Love Actually. In our case, the knights wore tubes made of silver painted cardboard on their heads; these were supposed to be helmets though they looked more like chimneys.

 

Someone managed to hit one of the extras quite forcefully on one of his ears. Three other extras all kitted out in ‘chimneys’ immediately came to his aid. This was actually quite touching. When after this performance the musical class took centre stage it gave me goose bumps all over.

 

At regularly intervals I gave the children permission to run wild in the garden of the arts education company; moreover during the day there was a constant supply of lemonade, chocolate biscuits and marshmallows.

 

When I lit another cigar in the garden Lisa remarked concerned: ‘You shouldn’t smoke a lot of cigars, it is bad.’ Sara came to the rescue: ‘My grandfather smokes too and he is 75.’ Delightful children.

 

The next evening featured the result of the children’s jury and I appeared with ‘my six children’ on stage. Even Bogi, who strictly speaking didn’t dare to join us, had decided to take his place in the line up. I had ordered them according to height and in turn they delivered quotes from the jury.

 

They performed magnificently. It made me feel like Captain Von Trapp from The Sound of Music but I spared the public a rendering of Edelweiss.

 

Back at home I reflected: if I can persuade nine to twelve years old to write properly then nothing is impossible.

 

Many western football clubs are involved in founding football academies in Africa. Only a selected few youngsters will make it to professional level. What a waste of talent! They should be introduced to creative writing, acting and opera.

 

Well, of course, the same applies to children in the western world. Because of an excessive emphasis on just tennis, hockey or football, many children are increasingly exposed to a monoculture.


© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press
 
You can leave your comment on our forum.
 
Previous columns:

































Hij is zo’n jongen met een kapsel dat niet in de war kan raken. Mijn kapsel kan ook niet in de war raken maar dat is weer een ander verhaal. Afgelopen donderdag begon op BBC Twee Gareth Goes to Glyndebourne, waarin Gareth Malone kinderen die nauwelijks weten wat opera is – ‘zingende dikke vrouwen’ – omtovert tot een koor dat zal optreden in de opera Knight Crew. Mij kun je dan opvegen.

Eerder zag ik alle afleveringen van The Choir, waarin Gareth de meest onwaarschijnlijke types aan het zingen kreeg. Ik weet ook wel dat niet alles wat je op tv ziet echt waar is, maar op de een of andere manier geloof ik Gareth.

Deze keer legde hij de lat nog hoger: de kinderen die hij opleidde gingen auditie doen voor het wereldberoemde Glyndebourne. De kinderen deden heel stoer maar toen ze moesten auditeren braken hun stemmen. Een verlegen zwart meisje sloeg helemaal dicht, maar Gareth kreeg ook haar weer op gang.

Ik huil nooit in het openbaar. Ik ben tenslotte geen Noord-Koreaanse voetballer die op het WK Voetbal zijn volkslied hoort. Maar bij het zien van Gareth Goes to Glyndebourne overviel mij een hevige ontroering. Gelukkig was er niemand bij.

Ik moest denken aan mijn eigen Gareth Malone-moment, zo’n twee weken geleden. Aan mij was gevraagd om de Kinderjury van een Kinder Kunst Festival te begeleiden. Ze zouden recensies schrijven van de voorstellingen, door en voor kinderen.

Eerder heb ik workshops creatief schrijven gegeven aan onder meer een vrouwelijke Lion’s Club, aan ‘veertig meisjes die veertig werden’ en aan een clubje psychiatrische patiënten op een zolder. ‘Ik heb een schriftje waarin ik alle vieze woorden uit soaps opschrijf,’ zei een deelnemer toen. Maar dit was pas echt een uitdaging.

Elf uur lang ben ik met zes kinderen opgetrokken, waarin we drie voorstellingen hebben gezien. Opvallend hoe kinderen van negen tot twaalf het ene moment heel volwassen zijn en het volgende moment weer kind; schrijven als een bezetene en dan weer de slappe lach.

‘Vat Robin Hood samen,’ gaf ik als opdracht. Antwoord van Sara (9): ‘Een jongen die arme mensen helpt. Maar wel gegaapt. Voor het eerst.’

Nou was Robin Hood ook een tikkeltje minder dan de andere twee voorstellingen. Ik moest heel erg denken aan de kerstvoorstelling uit de film Love Actually. De ridders hadden van zilverkarton een koker op hun hoofd die een helm moest voorstellen maar eerder op een schoorsteen leek en iemand sloeg met zijn houten zwaard per ongeluk keihard een figurant op zijn oor.
 
Drie andere figuranten, allen met schoorsteen, schoten onmiddellijk te hulp. Maar ook dat ontroerde. En toen de voorstelling van de musicalklas begon, stond het kippenvel tot in mijn nek.

Regelmatig liet ik de jury los in de tuin van het Kunstbedrijf om te ravotten. Bovendien was er gedurende de hele dag een voortdurende aanvoer van limonade, chocoladekoekjes en spekkies.

‘Je moet niet teveel sigaren roken,’ zei Lisa bezorgd toen ik er in de tuin nog een opstak, ‘dat is slecht.’ Sara nam het voor me op: ‘Mijn opa rookt ook, en die is 75.’ Heerlijke kinderen.

De volgende avond stond ik met ‘mijn zes kinderen’ op het podium voor de juryuitslag. Zelfs Bogi, die eigenlijk niet durfde, had in het rijtje plaatsgenomen. Ik had ze op grootte gezet en om de beurt gaven ze quotes. Ze deden het geweldig. Ik voelde me enigszins kapitein Von Trapp uit The Sound of Music maar het zingen van Edelweiss heb ik het publiek bespaard.

Thuisgekomen dacht ik: als ik negen- tot twaalfjarigen serieus aan het schrijven kan krijgen is niets onmogelijk.

Westerse voetbalclubs richten massaal voetbalscholen op in Afrika. Slechts een enkel spelertje haalt het tot profniveau. Wat een verspilling van talent! Laat ze kennismaken met creatief schrijven, toneel en opera.

Nou ja, dat geldt ook voor kinderen hier. Door een overdreven aandacht voor alleen tennis, hockey of voetbal zitten steeds meer kinderen in een monocultuur.

© Arnold Jansen op de Haar

U kunt reageren op ons forum.
 
Eerdere columns: