was successfully added to your cart.

Phoning an Extraterrestrial

Telefoneren met een buitenaards wezen

June 27, 2013

By Arnold Jansen op de Haar

For fifty years you could phone the MOD to report UFO sightings, until 2009, when they closed the hotline. This week they released the UFO files. A Cardiff man had reported that a UFO took his dog, car and tent. A caller from Carlisle reported he had been living with an alien.

Well, there will be people who admit: ‘I’ve been living for years with an extraterrestrial,’ but they generally keep quiet about it.

I rarely call a hotline, but sometimes you can’t avoid it.

A month after she died, my mother received a letter from the council. A senior citizen adviser would like to book an appointment with her to discuss ‘information for the elderly’. I thought: that must be a slip-up; the council itself issued her death certificate. I didn’t return the answer slip saying whether or not you would like to see the adviser. I had enough to worry about and I thought: they’ll find out soon enough.

But nothing of sort: last week, one month after the previous letter, my dead mother received a notice to say that the senior citizen advisor hadn’t heard from her. No, neither have we for some time, you bunglers! The letter was printed in extra-large type, so that citizens of a certain age could easily read it. The senior citizen adviser had decided to pick a date for the appointment, and it loomed large on Wednesday.

For a moment I considered receiving the senior citizen adviser, with coffee and cakes on the appointed day in my mother’s apartment. However, I did phone the council last Friday. The senior citizen advisers had left for the day.
‘Can you sort this out for me?’
‘No, but I will let them know, and they will call you on Monday.’
I gave them my telephone number twice.

On Monday morning, because I hadn’t received a call, I called again and explained the problem.
The woman answering the phone interrupted me: ‘We couldn’t call you back.’
‘Why couldn’t you call me back?’
‘You gave us the wrong number.’ Her voice sounded reproachful.
‘But I gave it to you twice,’ I answered.
‘Do you live at the address given in the letter?’ the woman asked.
‘No,’ I answered, ‘it’s my mother’s address, but now she has died.’
Conclusion: the woman I phoned on Friday not only made an incorrect note of my phone number, but she had also written down that I lived at my mother’s address.
‘That’s all in the email she sent me,’ the woman on the phone said, sounding impatient.
Then we discussed how they could have sent a letter to my deceased mother. ‘The council obviously knows she is dead.’
Yes, they had checked her details against the register, but they had mistaken my aunt for my mother.
Somewhat exasperated, I began to explain that, although it’s true my aunt has the same maiden name as my mother and lives in the same apartment block, she lives at a different house number, and besides, she is very much alive.
‘Apart from the fact that my mother always used her married name, which was actually printed on the letter!’ I added.
Yet, according to the senior citizen adviser’s information, my very much alive aunt was certified dead, and my dead mother was still alive.
‘Ah,’ the woman finally realised, ‘so I can keep the appointment with the other lady.’
I very much hope that, in the meantime, they haven’t sent a letter to my aunt’s address with condolences for her next of kin.
Just for a moment, I was tempted to say it was taking things too far to appoint senior citizen advisers with Alzheimer’s, but I just managed to restrain myself.
At the end of the conversation, she produced a feeble apology and she messed up my name.
‘Jansen op de Haar,’ I said, ‘the name is Jansen op de Haar.’

Does the Dutch MOD run a UFO hotline? If it does, I’m very tempted to call it and report that I’ve had a phone conversation with an extraterrestrial. Poor senior citizens.

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

arnold jansen op de haar

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Vijftig jaar lang kon je het Britse Ministerie van Defensie bellen om UFO-meldingen te doen, tot men er in 2009 mee stopte. Deze week werden de documenten openbaar gemaakt. Een man uit Cardiff had gemeld dat zijn hond, auto en tent door een UFO waren ontvreemd. Een beller uit Carlisle zei dat hij met een buitenaards wezen had samengewoond.

Nu zullen er mensen zijn die zeggen: ‘Ik woon al jaren lang samen met een buitenaards wezen.’ Maar die hangen het liever niet aan de grote klok.

Zelf bel ik zelden een meldpunt. Maar soms ontkom je er niet aan.

Een maand na haar dood kreeg mijn moeder een brief van de gemeente. Een seniorenadviseur wilde een afspraak met haar maken in verband met ‘voorlichting aan ouderen’. Foutje, dacht ik, de gemeente heeft zelf een akte van overlijden afgegeven. Ik stuurde de antwoordstrook of je wel of niet gebruik wilde maken van de adviseur niet terug. Je hebt al genoeg aan je hoofd. En ik dacht: ze zullen er zelf wel achterkomen.

Nee hoor, afgelopen week, een maand na de vorige brief, kreeg mijn dode moeder bericht dat de seniorenadviseur niks van haar gehoord had. Nee, wij ook al een tijdje niet meer, koekenbakkers. De brief was in koeienletters geschreven. Opdat de oudere medeburgers het natuurlijk kunnen lezen. De seniorenadviseur had nu besloten zelf een datum te prikken. Ze dreigde woensdag te komen.

Even overwoog ik om de seniorenadviseur op de aangegeven datum in mijn moeders appartement met koffie en gebak op te wachten. Toch belde ik afgelopen vrijdag de gemeente. De seniorenadviseurs waren al naar huis.
‘Kunt u dit voor mij oplossen?’
‘Nee, ik geef het door, dan bellen ze u maandag terug.’
Ik noemde tot twee keer toe mijn telefoonnummer.

Omdat ik maandagochtend niets hoorde, belde ik zelf maar en ik legde het probleem uit.
De mevrouw aan de telefoon onderbrak me: ‘We konden u niet terugbellen.’
‘U kon me niet terugbellen?’
‘Nee, het nummer klopte niet.’ Er klonk verwijt in haar stem.
‘Ik heb het anders tot twee keer toe goed doorgegeven,’ zei ik.
‘U woont op het huisnummer van de brief?’ zei de mevrouw.
‘Nee,’ zei ik, ‘daar woonde mijn moeder, maar die is dus dood.’
De mevrouw die ik vrijdag aan de telefoon had, had dus niet alleen mijn telefoonnummer fout genoteerd maar ook opgeschreven dat ik op het adres van mijn moeder woonde.
‘Dat staat in haar e-mail,’ zei de mevrouw aan de telefoon. Er klonk ongeduld in haar stem.
Daarna ging het gesprek over hoe het had kunnen gebeuren dat de brief aan mijn dode moeder was gestuurd. ‘De gemeente weet toch dat ze dood is?’
Ja, men had de gegevens van de burgerlijke stand wel doorgekregen maar men had mijn moeder met mijn tante verwisseld.
Enigszins vermoeid begon ik uit te leggen dat mijn tante weliswaar dezelfde meisjesnaam heeft als mijn moeder en in hetzelfde appartementencomplex woont, maar op een ander nummer en dat ze, vooral, springlevend is.
‘Bovendien voerde mijn moeder ook de achternaam van mijn vader. En die naam stond ook op de brief!’ voegde ik eraan toe.
Maar volgens de gegevens van de seniorenadviseur was mijn springlevende tante toch echt doodverklaard en leefde mijn dode moeder nog.
‘O,’ zei de mevrouw uiteindelijk, ‘dus de afspraak met die andere mevrouw kan gewoon doorgaan.’
Ik hoop niet dat ze in de tussentijd een brief naar het adres van mijn tante hebben gestuurd om de nabestaanden met haar verlies te condoleren.
Even had ik de neiging te zeggen dat het een beetje overdreven is om dementerende seniorenadviseurs aan te stellen, maar ik hield me nog net in.
Aan het einde van het gesprek kwam er een zuinig excuus en verhaspelde ze nog even mijn naam.
‘Jansen op de Haar,’ zei ik, ‘de naam is Jansen op de Haar.’

Zou het Nederlandse Ministerie van Defensie ook een meldpunt voor UFO’s hebben? Dan overweeg ik sterk om ze te bellen dat ik een buitenaards wezen aan de telefoon heb gehad. Arme senioren.

© Arnold Jansen op de Haar


Een klein dingetje
Een knotsgekke berg