was successfully added to your cart.

Red Indians don’t play Hockey

Amerikaanse Indianen hockeyen niet

August 17, 2012

By Arnold Jansen op de Haar

As a youngster I’d rather be a Red Indian than a cowboy. I believe they are called Native Americans nowadays but we couldn’t have known that. Actually, fifty per cent of American Indians prefer this term and thirty-seven per cent call themselves Native American.

Besides, couldn’t they have invented the term Native American a bit earlier, before they started killing them off, for example? Political correctness always emerges too late.

The fact that I preferred playing Red Indians to cowboys was clearly an indication of a lifelong love for the underdog. Hence at the Olympic Games I cheered loudly for Team GB during the men’s hockey semi-final between the Netherlands and Great Britain (final score: 9–2).

‘The Dutch have humiliated the British!’ rejoiced the Dutch sports reporters. But in the British Isles hockey is played mainly by girls. It’s mostly a girls’ game around the globe. ‘When this is taken into account the British boys haven’t played too badly,’ I muttered at home in front of the telly.

American Indians don’t play hockey either. You can picture an Indian basketball, baseball or American football team, but eleven Red Indians on a hockey pitch doesn’t wash.

American Indians have slowly moved out of the picture. You used to have films with ‘bad’ Indians, followed by films featuring ‘good’ Indians. But where have they gone? At most, Red Indians represent a longing for the ‘good old times’.

Yet I recently watched a documentary about Native Americans, and before you know it you are immersed in the Indian wars, Sitting Bull, Crazy Horse, Geronimo and the Navajo code talkers during the Second World War. Subsequently I spent hours studying maps showing the spread of the Native American population.

An American of mixed descent is no less an American, but you aren’t quite a proper Red Indian if both your father and mother aren’t Red Indians too. Besides, you cannot become a Red Indian.

I think very few children still play Red Indians and cowboys. Maybe we should begin introducing more American Indian names. If someone has a bad character, why not simply call him Bad Character? I do know a few people to whom I would like to say: ‘Hi, Bad Character!’

Well, Walks Like A Wild Boar, Misses With Arrows or Wild Onion Eating Deer aren’t jolly names, but one can’t deny that Indians display a bit of humour.

It’s summer and I’ve got nothing on my hands, so I began giving people proper Indian name tags. Michael Phelps won, among other medals, the 100m butterfly at the London Olympics. ‘Salmon Head Rising Above Water’s tally stands at eighteen Olympic gold medals.’

Every time I watch BBC weather presenter Carol Kirkwood on TV I mutter: ‘Hi, Rain Falls Through Roof.’ Why not think up a few yourselves? Boris Johnson: Cycles with Wild Hairdo or Merry Zip-Wire Dangler.

In the Netherlands the election campaigns have started. It would be wonderful if they announced a debate between Everyone’s Friend and Speaks With Forked Tongue.

I know of only one Dutch person who had a Red Indian name: Mary Servaes (1919–1998), aka Singer Without A Name. ‘Who’s she?’ we said at home.

Earlier this year a twenty-two-year-old Austrian wanted to change his name to Tomahawk, ‘in honour of the American Indians’. This request was rejected because the name refers to an inanimate object. In the past the Austrian authorities have also turned down names such as Rotkäppchen (Red Riding Hood) and Rainer Zufall (Pure Chance).

‘Good morning, my name is Rainer Zufall.’
‘Well, good morning Pure Chance, my name is Red Riding Hood.’

It’s over thirty degrees Celsius and I’m rushing to phone Butterfly Sitting on Buttercup. I’ll say something like: ‘Hello, it’s Made At New Year’s Eve.’ Or: ‘Sitting Bear In Shadow speaking, we couldn’t meet before because I was looking for the Red Indian in me.’

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Als kind was ik liever Indiaan dan cowboy. Ik geloof dat je tegenwoordig Native American moet zeggen, maar dat wisten wij toen nog niet. Vijftig procent van de Indianen zegt trouwens zelf ook liever Indiaan. Zevenendertig procent zegt Native American.

En bovendien: Native American, hadden ze dat niet eerder kunnen bedenken? Bijvoorbeeld voordat men ze begon uit te roeien. Politieke correctheid komt altijd te laat.

Dat ik als kind liever Indiaan was dan cowboy kondigde al aan dat ik levenslang een zwak zou hebben voor de underdog. Zo zat ik tijdens de Olympische Spelen bij de halve finale van het mannenhockeytoernooi tussen Nederland en Groot-Brittannië hevig Team GB aan te moedigen (eindstand 9-2).

‘Nederland heeft de Britten vernederd!’ juichten de Nederlandse sportverslaggevers. Maar het is op de Britse eilanden vooral een meisjessport. Wereldwijd is het vooral een meisjessport. ‘Als je het zo bekijkt dan zijn die Britse jongens nog best goed,’ mompelde ik thuis voor de tv.

Amerikaanse Indianen hockeyen ook niet. Je kunt je een Indiaans team voorstellen bij basketbal, honkbal of American football, maar elf Indianen op een hockeyveld, nee.

Indianen zijn langzaam uit het beeld verdwenen. Vroeger had je films met ‘slechte’ Indianen. Later kwamen er films met ‘goede’ Indianen. En waar zijn ze nu? Hooguit vertegenwoordigen Indianen een gevoel van heimwee naar een tijd ‘toen alles nog goed was’.

Toch zag ik laatst een documentaire over Native Americans. En voor je het weet zit je tot over je oren in de Indiaanse Oorlogen, Sitting Bull, Crazy Horse, Geronimo en de Navajo code talkers (codesprekers) tijdens de Tweede Wereldoorlog. En dan zit ik vervolgens uren op kaarten te staren naar de verspreiding van Native Americans.

Als Amerikaan ben je met een gemengde afkomst niet minder Amerikaan. Als Indiaan ben je toch iets minder Indiaan als je vader of moeder geen Indiaan is. En je kunt bovendien geen Indiaan worden.

Ik denk dat er nog maar weinig kinderen cowboy en Indiaan spelen. Misschien moeten we meer Indianennamen gaan gebruiken. Heeft iemand een slecht karakter dan noemt men hem gewoon Slecht Karakter. Ik ken een paar mensen tegen wie ik dat graag zou zeggen: ‘Ha Slecht Karakter!’

Nou ja, Loopt Als Een Wild Zwijn, Mist Met Pijlen of Wilde Uien Etend Hert zijn ook geen echt fijne namen, maar humor kan de Indianen niet ontzegd worden.

Het is zomer en ik heb toch niets te doen dus ik begon echte Indianennamen te plakken op personen. Michael Phelps won op de Olympische Spelen van Londen onder meer de 100 meter vlinderslag. ‘Zalmhoofd Boven Waterspiegel staat inmiddels op achttien Olympische gouden medailles.’

Elke keer als ik de weervrouw van de BBC Carol Kirkwood op tv zie, mompel ik: ‘Ha, daar is Regen Valt Door Dak.’ Of je verzint er zelf een paar. Boris Johnson: Fietst Met Wapperende Manen of Bungelt Vrolijk Aan Touw.

In Nederland is de verkiezingscampagne begonnen. Wat zou het heerlijk zijn als er een verkiezingsdebat werd aangekondigd tussen Vriend Van Iedereen en Spreekt Met Twee Tongen.

Ik ken in Nederland eigenlijk maar één iemand die een Indiaanse naam had: Mary Servaes (1919-1998), alias de Zangeres Zonder Naam. ‘Het mag geen naam hebben,’ zeiden wij thuis.

Begin dit jaar wilde een 22-jarige Oostenrijker zijn naam veranderen in Tomahawk, ‘als eerbetoon aan de Indianen’. Dit verzoek werd afgewezen omdat de naam staat voor een levenloos voorwerp. Eerder waren door de Oostenrijkse autoriteiten verzoeken afgewezen als Rotkäppchen (Roodkapje) en Rainer Zufall (Puur Toeval).

‘Goedemorgen, ik ben Rainer Zufall.’
‘Goedemorgen Herr Zufall, ik ben Roodkapje.’

Het is hier boven de dertig graden. Ik ga snel Vlinder Zittend Op Bloem bellen. En dan zeg ik zoiets als: ‘Hallo, hier spreekt Gemaakt Met Oud en Nieuw.’ Of: ‘Hier spreekt Zittende Beer In Schaduw, we konden even niets afspreken. Ik zat de Indiaan in mijzelf te ontdekken.’

© Arnold Jansen op de Haar




Eerdere columns: