was successfully added to your cart.

Sex in Suburbia

Sex in suburbia

January 9, 2013

By Arnold Jansen op de Haar

Someone recently asked me what defines Dutch literature. For a moment I found myself in a tight spot: I had to come clean.

I thought about a few sentences from Herman Koch’s novel Finally War (Eindelijk oorlog) that conjure up this feeling very well. The main character says this about his birthplace, Arnhem: For me, it begins on arrival at the station: the feeling of being in a boiling hot room where none of the windows open.

The Dutch trade right around the globe, but this isn’t necessarily reflected in Dutch literature. It often deals with children who have died, parents, a terrible upbringing, or the writer’s particular set of friends. Beautiful books but not very adventurous, though lots of authors experiment with form, for example by publishing poems complete with crossed-out words.

Herman Koch began by writing novels that were thin on plot, but his latest novels have a very strong plot line. It’s these later books that have become bestsellers.

This generates raised eyebrows in the Netherlands: is it possible for such a successful book to be any good? Personally, I rate all of Herman Koch’s novels highly, from his very first to his latest. Of course his most recent books appeal to a larger section of the reading public, but the interesting fact is that Koch doesn’t follow the current fashionable literary trend. Without being experimental, he simply knows how to tell a gripping story.

The most wonderful thing is that in these later, more accessible books there is even more clearly an extra layer of meaning than in the earlier works. This extra layer is about moral choices.

Dutch books tend to date very quickly. This is in part due to regular spelling revisions and it actually means that earlier books have to be regularly rewritten. Only a few older authors are still read, among them Multatuli, Couperus and Van Eeden. Nobody reads books written before 1860 any more.

Dutch literature often follows fashion and is defined by movements or groups. Authors love belonging to a group and giving it a name: Fifties Authors (Vijftigers), Generation 90s (Generatie Nix). There is a lot of controversy between them. I even know of a feminist publishing house which publishes feminist books that can be bought in a feminist bookshop. Pigeonholing people is a favourite board game.

Breaking free from religion is another important theme in Dutch literature. Just over sixty years ago the Netherlands was one of the most religious countries in Europe; now it’s the most secular.

This new secular faith, too, is practised in quite a fanatical way. ‘It’s amazing that those dumbheads in the rest of the world still believe in god!’ I must point out that the writer I believe to be the greatest Dutch author, Gerard Reve, became a Roman Catholic in 1966, completely against the tide.

There is also a lot of sex in Dutch novels. However, walking down the street in the Netherlands you don’t get the immediate impression that there’s a lot of sex among the Dutch. In other words, the Dutch are rather grey, and not in fifty shades either. Sometimes I think: Dutch literature is sex in suburbia. And you wouldn’t want English literature to be mainly concerned with sexual goings-on in Milton Keynes.

I’m reluctant to say it, but the Second World War was a gift to Dutch literature. It produced some wonderful novels. Harry Mulish, son of a collaborator father and a Jewish mother, even stated: ‘I am the Second World War.’

Luckily the Netherlands had a colony: the Dutch East Indies (Indonesia). This provided an exotic twist to Dutch literature and resulted in wonderful writers such as Hella Haasse and Adriaan van Dis. The influence of immigrants, mainly from Morocco, is fairly recent. Despite the success of such Moroccan writers as Mustafa Stitou and Abdelkader Benali, most Dutch people view Moroccans chiefly as criminals.

The best Dutch writers wrote or were inspired to write their works during a stay abroad. Cees Nooteboom travels constantly, exactly as Jan Jacob Slauerhoff did in his time. Multatuli was a civil servant in the Dutch East Indies, Hella Haasse grew up there, Gerard Reve lived in France for a long time, and Arnon Grunberg lives in New York. The advice for promising Dutch writers is therefore: travel or emigrate.

On Saturday 19 January, Herman Koch will appear as part of High Impact: Literature from the Low Countries at the Tabernacle in Notting Hill, London. Highly recommended!

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press


.

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Iemand vroeg mij laatst wat de Nederlandse literatuur kenmerkt. Even kreeg ik het benauwd. Nu moest ik met de billen bloot.

En ik dacht aan enkele regels uit de roman Eindelijk oorlog van Herman Koch die dat gevoel heel goed verwoorden. De hoofdpersoon zegt over zijn geboortestad Arnhem: Het begint bij mij altijd meteen al op het station. Dat gevoel alsof je in een te warm gestookte kamer bent waar geen raam open kan.

Nederland doet over de hele wereld zaken maar dat weerspiegelt zich niet direct in de literatuur. Het gaat vaak over dode kinderen, ouders, een nare jeugd of de eigen vriendenkring. Mooie boeken, maar nogal dicht bij huis. Wel wordt er veel geëxperimenteerd met vorm, zoals poëzie die gepubliceerd wordt met de doorhalingen erbij.

Zelf schreef Herman Koch eerst tamelijk plotloze romans. In zijn laatste boeken zit wel een sterke plot. Dat werden gelijk enorme bestsellers.

In Nederland fronst men dan de wenkbrauwen: kan zo’n succesvol boek wel goed zijn? Persoonlijk vind ik alle boeken van Herman Koch goed, van zijn vroege tot zijn meest recente. Natuurlijk zijn die laatste boeken voor een groter publiek maar het interessante is dat Koch zich niets aantrekt van wat in literaire kringen salonfähig is. Weg van het experiment vertelt hij gewoon een meeslepend verhaal.

En het mooie is dat in die toegankelijke laatste boeken nog meer een extra laag zit dan in zijn eerdere boeken. Die laag eronder gaat over morele keuzes.

Veel Nederlandse boeken overleven de tand des tijds niet. Dat heeft ook te maken met de voortdurende spellingswijzigingen. Oude boeken moeten eigenlijk hertaald worden. Slechts enkele schrijvers overleven, zoals Multatuli, Couperus en Van Eeden. Niemand leest nog een boek van voor 1860.

De Nederlandse literatuur is vaak modieus en wordt gekenmerkt door stromingen of ‘bewegingen’. Men zit graag in groepjes en die geeft men dan een naam: de Vijftigers, de Generatie Nix. Onderling bedrijft men graag polemiek. Ik ken zelfs een feministische uitgeverij die feministische boeken uitgeeft die je kunt kopen in een feministische boekhandel. Indelen in hokjes is een populair gezelschapsspel.

Het afscheid van religie is een ander belangrijk thema in de Nederlandse literatuur. Nog maar zestig jaar geleden was Nederland zo ongeveer het meest religieuze land van Europa, nu het meest geseculariseerde.

Ook dat nieuwe seculiere geloof wordt fanatiek beleden. ‘Dat die koekenbakkers in de rest van de wereld nog ergens in geloven!’ Daarbij dient vermeld te worden dat de in mijn ogen grootste Nederlandse schrijver, Gerard Reve, in 1966 tegen de stroom in rooms-katholiek werd.

Ook zit er veel seks in Nederlandse romans. Als je in Nederland over straat loopt krijg je niet direct de indruk dat er veel seks in de Nederlander zit. Anders gezegd: de Nederlander is nogal grijs en niet in vijftig tinten. Soms denk ik wel eens: Nederlandse literatuur is seks in suburbia. Je zou ook niet willen dat de Engelse literatuur vooral bestaat uit seksueel geklungel in Milton Keynes.

Ik zou het liever niet zeggen maar De Tweede Wereldoorlog was een zegen voor de Nederlandse literatuur. Daar kwamen mooie boeken uit voort. Harry Mulisch, zoon van een collaborerende vader en een Joodse moeder, zei zelfs: ‘Ik bén de Tweede Wereldoorlog.’

En gelukkig had Nederland een kolonie: Nederlands-Indië. Dat leverde het exotische gedeelte van de Nederlandse literatuur op en prachtige schrijvers als Hella Haasse en Adriaan van Dis.

Pas tamelijk recent is de invloed van immigranten, vooral vanuit Marokko. Ondanks die succesvolle Marokkaans-Nederlandse schrijvers als Mustafa Stitou en Abdelkader Benali ziet men in Nederland Marokkanen niet als succesvolle schrijvers maar vooral als crimineel.

De beste Nederlandse schrijvers schreven hun werk door of tijdens hun verblijf in het buitenland. Cees Nooteboom is voortdurend op reis, net als, in zijn tijd, Jan Jacob Slauerhoff. Multatuli was een ambtenaar in Nederlands-Indië, Hella Haasse bracht er haar jeugd door, Gerard Reve woonde lange tijd in Frankrijk en Arnon Grunberg woont in New York. Het advies aan veelbelovende Nederlandse schrijvers: reis of emigreer.

Herman Koch is zaterdag 19 januari te zien tijdens High Impact: Literature from the Low Countries in The Tabernacle in Notting Hill, Londen. Een aanrader.

© Arnold Jansen op de Haar






Eerdere columns:
Een klein dingetje
Een knotsgekke berg
Verbrand deze brief!
Een zeer koninklijk toneelstuk
Schrijven als verlossing
Een Nobelprijs voor Ricky Gervais
Sesamstraat Politie