was successfully added to your cart.

Sputnik Moment

Spoetnik-moment

January 30, 2011

By Arnold Jansen op de Haar

During his State of the Union address, President Obama referred to a Sputnik moment. It took me back to Destination Moon, one of the adventures of Tintin. This was my only comic strip. I didn’t really like strip books. Yet Destination Moon appealed to my imagination.

President Obama used a Sputnik moment to recall an event in 1957: the Russians launched the first Sputnik into an orbit around the earth. It caused a bombshell in the USA. It was a direct attack on America’s technological advantage. Yet twelve years later, the Americans put the first man on the moon.

I was just six then, watching TV, hair still wet, with cola and crisps. Cola and crisps were also an innovation. I was too late for Sputnik but in time for Apollo.

Promptly, I appeared at the next school carnival celebrations in a space suit. Its helmet wasn’t a proper helmet but a rather embarrassing cap made of soft plastic. Condensation quickly covered the inside of my crumbling plastic visor. I still nearly choke when thinking back to it.

Sputnik moment, it is an odd metaphor. Occasionally you find it in novels. Out of the blue you come across a comparison or metaphor which jars. This reminds me of a well know Dutch writer, on the whole she writes in a sophisticated style, but once she used a metaphor featuring a genital. I thought, What for heaven’s sake is going on? So this is how I felt when a Sputnik moment was first mentioned.

The big difference between 1957 and now is that, apart from this one technological defeat, the USA were beating the Soviet Union in all areas of the economy; stated otherwise: there was already a new élan in the late nineteen fifties and early sixties. The president just needed to put it into words.

Jack Kerouac introduced a new literary movement, the Beat Generation. Young people were swiftly called Beatniks. Kerouac, by the way, loathed the word Beatnik.

Now China is an emerging power and élan has disappeared. The president’s words try to turn the tide. After a while ‘Yes we can’ starts to work against you. ‘Yes we can beat Sputnik.’

At once, the image of the president in the oval office presents itself. The speechwriter suggests a few metaphors. They joke about making comparisons with the last days of the Roman Empire; about emperors who blame their predecessors and the rise of foreign powers. Or about an army which is overstretched. Well, this won’t do.

Suddenly the scriptwriter proposes ‘Sputnik moment’. Yes, thinks the president, let’s say something hopeful. We can leave the largest budget deficit ever until later.

You come across it more often: hankering back to the nineteen fifties when everything was still OK. It reminds me of the TV series Happy Days and its nostalgic fifties feeling. Plus Obama’s thumbs-up just like ‘The Fonz’.

I assume he didn’t contrive ‘Sputnik moment’. Besides, I cannot imagine the president like Archimedes, jumping out of his bath to run naked across the White House front lawn while shouting ‘Eureka! We are experiencing a Sputnik moment.’

I can’t get this Sputnik out of my mind. I look at everything using space travel terminology. Even John Cleese triggers a Sputnik moment. Because John Cleese recently announced he wished his ex-wife would be abducted by extraterrestrials.

Otherwise I have been singing ‘Garin Gagarin’ all week. Yuri Gagarin was the first man in space. (Little Laika was the first space dog.) I have more chance boarding the first manned space trip to Mars than ever meeting the love of my life. But if I do, I whisper in her ear, ‘Do you know, I experience a massive Sputnik moment. Can I be your Apollo?’

© Arnold Jansen op de Haar

© Translation Holland Park Press
You can leave your comment on our forum.
Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:

President Obama sprak in de State of the Union over een Spoetnik-moment. Even moest ik denken aan Raket naar de maan uit de avonturen van Kuifje. Dat was het enige stripboek dat ik bezat. Ik hield niet zo van strips. Toch sprak Raket naar de maan tot de verbeelding.

President Obama doelde met zijn Spoetnik-moment op een gebeurtenis in 1957: de Russen brachten de Spoetnik in een baan om de aarde. Dat veroorzaakte een schok in Amerika. Het was een regelrechte aanval op de Amerikaanse technologische voorspong. Maar twaalf jaar later zette Amerika de eerste mens op de maan.

Ik zat toen als zesjarige met natte haren voor de tv met cola en chips. Cola en chips waren ook net nieuw. Ik was te laat voor de Spoetnik, maar op tijd voor Apollo.

Prompt verscheen ik het volgende jaar op het schoolcarnaval in een ruimtepak. De helm was geen echte helm maar een lullig kapje van zacht plastic. Het condens liep tappelings over de binnenkant van mijn gebobbelde plastic vizier. Als ik er aan terugdenk, krijg ik het nog benauwd.

Spoetnik-moment, het is een rare metafoor. Je hebt het ook wel eens in romans. Opeens staat er een vergelijking of een metafoor die rammelt. Zo moet ik aan een bekende Nederlandse schrijfster denken die normaliter een verheven stijl hanteert maar opeens een metafoor gebruikte waar een geslachtsdeel in voorkwam. ‘Wat zullen we nou krijgen?’ dacht ik nog. En dat had ik dus ook met het Spoetnik-moment.

Het grote verschil met nu is dat in 1957 de Sovjet-Unie weliswaar een technologisch tikje uitdeelde, maar de Verenigde Staten waren de economische strijd op alle fronten aan het winnen. Anders gezegd: eind jaren vijftig, begin jaren zestig was er al nieuw elan. De president hoefde het alleen te verwoorden.

Jack Kerouac introduceerde de Beat Generation, een literaire beweging. De jongeren werden gelijk Beatniks genoemd. Kerouac was overigens niet blij met het woord Beatnik.

Nu is China in opkomst en het elan weg. De president probeert met woorden het tij te keren. Op een gegeven moment begint ‘Yes we can’ tegen je te werken. ‘Ja, we kunnen de Spoetnik verslaan.’

Opeens heb ik het beeld voor me van de president in the oval office. De speechschrijver oppert wat metaforen. Ze grappen over vergelijkingen met de nadagen van het Romeinse rijk. Het gaat over keizers die hun voorganger de schuld geven. Over vreemde mogendheden die in opkomst zijn. Over het leger dat overbelast is. Toch maar niet.

En plotseling roept de speechschrijver ‘Spoetnik-moment’. Ja, denkt de president, laten we iets hoopvols zeggen. Dat grootste begrotingstekort aller tijden komt later wel.

Je hoort het vaker: het terugverlangen naar de jaren vijftig, toen alles nog goed was. Het doet me denken aan de tv-serie Happy Days, met het nostalgische jaren vijftig gevoel. En Obama met zijn duim omhoog als ‘The Fonz’.

Ik neem aan dat hij ‘Spoetnik-moment’ niet zelf heeft bedacht. Ik kan me bovendien niet voorstellen dat hij als Archimedes uit bad sprong en naakt door de voortuin van het Witte Huis liep te springen onder het uitroepen van ‘Eureka! We beleven een Spoetnik-moment.’

Zelf krijg ik die Spoetnik maar niet uit mijn hoofd. Ik zie alles in ruimtevaarttermen. Zelfs bij John Cleese moet ik opeens aan de Spoetnik denken. John Cleese meldde onlangs namelijk dat hij hoopte dat zijn ex-vrouw ontvoerd zou worden door buitenaardse wezens.

En verder zit ik al de hele week ‘Garin Gagarin’ te zingen. Yuri Gagarin was de eerste man in de ruimte. (Hondje Laika was het eerste hondje.) De kans dat ik meega op een bemande ruimtereis naar Mars is groter dan dat ik nog eens mijn grote liefde ontmoet. Maar als het gebeurt fluister ik in haar oor: ‘Weet je, ik heb een enorm Spoetnik-moment. Mag ik jouw Apollo zijn?’

© Arnold Jansen op de Haar

U kunt reageren op ons forum.

Eerdere columns: