was successfully added to your cart.

Tears, Wrinkles and Soft Fruit

Tranen, rimpels en zacht fruit

January 5, 2012

By Arnold Jansen op de Haar

You may have played party games by the Christmas tree with aunt Mathilda, but I spent the festive season with 902 family members! Well, it seemed as if I was spending my time in 902 living rooms; a fascinating spectacle.

This was because I’m on the jury of the Anglo-Dutch Angels & Devils Poetry Competition. Its theme was family relations and we received poems from around the globe. We made a start before the deadline and now we’re down to reading the last few poems.

You could look upon these 902 poems from 902 unique entrants as a worldwide snapshot of thoughts about families. There has been sociological research into the feel-good factor, and the Netherlands and England show high levels of happiness, until you organise a poetry competition about family relationships.

I often sighed: ‘There is much misery on earth’, or ‘Dear God, help us!’ and ‘For this particular father’s sake, this had better not be the winning poem.’

The competition is about finding the best poems, but I would like to discuss the content.

One thing is immediately clear: in-laws don’t get a look in. In other words, in-laws don’t inspire poems.

This reminds me of Mr Deperink, my old German teacher. The lines we had to write down and translate often referred to his ‘Schwiegermutter’ (mother-in-law): ‘Ich warte vor dem Bahnhof auf meine Schwiegermutter.’ Just like back then, I hope this is correct German; it wasn’t my strong point.

Mr Deperink raised his voice to utter: ‘Schokolade Schwiegermutter,’ and he added: ‘mit sch’. He looked as if he spent large chunks of his time waiting for his mother-in-law and as if he despised chocolate. Unfortunately Mr Deperink didn’t enter a poem.

In a few poems family members are cursed to hell, in others actually swiftly dispatched to the other world. In one case an entire family is shot in the first line.

Often children are compared to (soft) fruit, whereas parents are likened to objects. There are a large number of stillborn children and on the whole parents practise vigorous smacking.

It’s remarkable that granddads feature more often than grannies, maybe because granddads die earlier, leaving a more lasting impression. Many granddads were war heroes, but grannies are more likely to have Alzheimer’s.

As a matter of fact, poems about love feature more grandparents than parents. Groovy couples from the sixties don’t seem to make the best of parents.

Young poets exhibit great skill in writing poems with a deeper meaning. While their more mature colleagues often rely on tears and wrinkles to describe their relatives, young poets appeal to the emotions using different means.

One of the poems written by a young teenager makes it clear that he really loves his parents and his sister, yet they don’t have any time for him. He doesn’t use the word, but I’ve begun referring to his entry as ‘the suicide poem’, because it is bereft of hope. Yet the thought occurred to me: if he can put it into words, it may all turn out well.

Another poem is by a young girl; again no tears are shed, but pieces of clothing are removed in each stanza and there are repeated mentions of ‘hands’. It is about sexual abuse without naming it. I nearly contacted the authorities, but that’s not done. After all, we are running a poetry competition. (If you read this, I hope you can show this poem to a trusted someone close to you.)

After having read the poems, I’m left with this question: where are the partners? The number of romantic poems is tiny.

This week a lovely girl of my own age cooked me pumpkin soup. It inspires me to write a poem, a poem without wrinkles or tears, but with assorted vegetables or something involving soft fruit. I’m getting a bit excited already.

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

You can leave your comment on our forum.

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:

Tips for Parents

An Altruistic Writer

U zat misschien met tante Mathilde onder de kerstboom spelletjes te doen maar ik heb de feestdagen doorgebracht met 902 familieleden! Het was in elk geval alsof je bij 902 mensen in de huiskamer zat. Een fascinerend schouwspel.

Dat komt omdat ik jurylid ben van de Nederlands/Engelstalige Angels & Devils Poetry Competition. Het thema was: familierelaties. De gedichten kwamen uit de hele wereld. Al voor de deadline zijn we begonnen met lezen. Nu zijn we aan de laatste gedichten toe.

Je zou die 902 gedichten van 902 unieke inzenders kunnen beschouwen als een wereldwijde steekproef naar hoe men over familie denkt. Er bestaat sociologisch onderzoek naar geluk. Nederland en Engeland scoren hoog op de schaal van geluk. Tot je een gedichtenwedstrijd uitschrijft over familierelaties.

Ik verzuchtte regelmatig: ‘Er is veel ellende in de wereld.’ Of: ‘Lieve God, sta ons bij!’ En: ‘Het is voor vader beter dat dit gedicht niet wint.’

Het gaat in zo’n wedstrijd natuurlijk over de kwaliteit van de gedichten maar ik wilde het met u over de inhoud hebben.

Eén ding kunnen we onmiddellijk vaststellen: schoonfamilie speelt nauwelijks een rol. Je zou ook kunnen zeggen: de schoonfamilie nodigt niet echt uit tot een gedicht.

Ik moet opeens aan mijn oude leraar Duits denken: de heer Deperink. De zinnen die wij moesten opschrijven en in het Nederlands vertalen, betroffen ontzettend vaak zijn ‘Schwiegermutter’: ‘Ich warte vor dem Bahnhof auf meine Schwiegermutter.’ Ik hoop nu net als toen dat ik het goed heb opgeschreven. Duits was niet mijn sterkste vak.

‘Schokolade Schwiegermutter,’ zei de heer Deperink dan met stemverheffing. ‘Mit sch,’ siste hij. En hij keek erbij alsof hij ontzettend lang op zijn schoonmoeder had staan wachten en chocolade iets heel smerigs was. Maar de heer Deperink zond helaas geen gedicht in.

Wel worden er in sommige gedichten naaste familieleden naar de hel gewenst. Soms zelfs razendsnel naar de andere wereld geholpen. In één geval wordt de voltallige familie al in de eerste regel doodgeschoten.

Kinderen worden veel met fruit vergeleken (zacht fruit), ouders met voorwerpen. Het aantal doodgeboren kinderen is hoog. En hier en daar wordt flink geslagen door ouders.

Opvallend is dat er meer over opa’s wordt geschreven dan over oma’s. Mogelijk omdat opa’s eerder doodgaan. Dat maakt meer indruk. Veel opa’s waren oorlogshelden. En oma’s hebben vaker Alzheimer.

Er wordt sowieso met meer liefde geschreven over grootouders dan over ouders. Zo blijken ouders die hippie waren in de jaren zestig niet altijd de fijnste ouders.

De jongste dichters zijn sterk in het schrijven van gedichten die een extra laag hebben. Terwijl veel van hun oudere collega’s nogal wat tranen en rimpels nodig hebben om over hun familieleden te schrijven, roepen de jongste dichters emoties op met andere middelen.

Uit een gedicht van een jonge tiener blijkt dat hij heel veel houdt van zijn ouders en zijn zusje. Maar ze zien hem niet staan.

Hij gebruikt het woord zelf niet maar ik ben zijn inzending ‘het zelfmoordgedicht’ gaan noemen. Omdat het zo zonder hoop is. Maar ik dacht ook: als hij dat kan opschrijven komt het vast goed.

Een ander gedicht is van een jong meisje. Ook daar komt geen traan in voor. Wel kledingstukken die per strofe worden uitgetrokken. En ‘handen’. Het gaat zonder het te noemen over seksueel misbruik. Bijna had ik de autoriteiten gebeld. Maar dat doe je niet. Het is tenslotte een gedichtenwedstrijd. (Als je dit leest hoop ik dat je het gedicht laat zien aan iemand in je omgeving die je vertrouwen kunt.)

Wat ik me afvraag nu we alle gedichten hebben gelezen: waar zijn de partners? Het aantal romantische gedichten is op de vingers van één hand te tellen.

Deze week kookte een heel leuk meisje van mijn eigen leeftijd pompoensoep voor me. Ik krijg zin in het schrijven van een gedicht. Een gedicht zonder rimpels en tranen. Met diverse groenten. Of iets met zacht fruit. Ik raak er al een beetje opgewonden van.

© Arnold Jansen op de Haar

U kunt reageren op ons forum.

Eerdere columns: