was successfully added to your cart.

The Importance of Cricket

Het belang van cricket

January 9, 2011

By Arnold Jansen op de Haar

On Friday I read an article about England winning The Ashes. It was the first win in Australia in 24 years. England secured victory with ‘an innings and 83 runs’. Since 1882, the Ashes is a test cricket series that takes place between England and Australia. I had to add the previous sentence for our Dutch readers. Actually this is one of the big differences between England and The Netherlands: the importance of cricket.


The article in Friday’s Guardian started as follows: They came in their thousands to form an English corner of a foreign field’. This sentence is a play on words on lines from a poem by Rupert Brooke: ‘There’s some corner of a field/ That is forever England’. This highlights another difference between England and The Netherlands: in England poetry is often quoted.


There is however a sport which has a obsessive following in both countries: darts. Personally I would have preferred cricket to have been adopted, but you can’t have it all. Last week, the semi-official world darts championship took place in England’s Frimley Green. This is broadcasted live in England as well as The Netherlands. Mention ‘Frimley Green’ to the Dutch man in the street and he answers ‘darts’.


This time I noticed that Dutch darts players speak English with a combination of a Dutch and regional English accent. Unlike most Dutch people who speak Mid-Atlantic English.


This triggers the next difference between the English and the Dutch: the use of curtains. At street level you have full view of Dutch living rooms, yet upper floors are curtained off. This is reversed in England. Street level is closed off but at upper levels the curtains are not drawn.


Someone once explained to me that the Dutch are happy to put their possessions on display. At my publisher in London, I smoke my cigars on the balcony. Hence I have watched many an Englishman prance naked around their room. I cannot offer a sociological explanation for this phenomenon.


Moreover, the English are world champions in small talk. In Dutch this is sometimes called talking about ‘small cows and calves’. Literally translated this sounds bizarre in English. Apart from having a negative connotation: ‘we talk about nothing’.


The English can conduct an extensive discussion about the weather (‘it rained cats and dogs’), whereas the Dutch resort to telling their life’s history. As far as this is concerned the Dutch resemble Americans.


When travelling, I often think: show me your stations and I can tell you something about your country’s character. For example, think of Paddington Station in London or York Station. They give you a warm feeling; inviting you to order a beer.


A visit to a typical Dutch station prompts you to order a strong coffee. This is related to style. Dutch design is clean and functional but not very inviting. At English stations you notice a lot of red, dark blue and green. At Dutch stations it is mainly light blue and yellow.


We do agree, however, on humour. Both countries relish the absurd. When I state that German humour is a contradiction in terms, people in both counties understand.


However, quite importantly, continental Europe is bereft of cricket. Anywhere in the Commonwealth cricket is a topic of conversation. For the rest of the world it remains a mystery. But I imagine, if cricket had been popular in Germany and France, by now England would have adopted the Euro. So don’t underestimate the importance of cricket.


Harold Pinter once said: ‘I tend to think that cricket is the greatest thing that God ever created on earth – certainly greater than sex, although sex isn’t too bad either.’ Even his last interview featured cricket.


It is about time that I become acquainted with the rules of cricket.


© Arnold Jansen op de Haar

© Translation Holland Park Press


You can leave your comment on our forum.

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.

 

Previous columns:





















































Vrijdag las ik het bericht dat Engeland The Ashes had gewonnen. De eerste overwinning sinds 24 jaar in Australië. Engeland bezegelde de wedstrijd met ‘an innings and 83 runs’. The Ashes is een cricketwedstrijd (test series) die sinds 1882 plaatsvindt tussen Engeland en Australië. De vorige zin moest ik voor Nederlandse lezers aan dit stukje toevoegen. Want dat is misschien een van de grootste verschillen tussen Engeland en Nederland: het belang van cricket.

Vrijdagochtend begon het bericht in The Guardian zo: ‘They came in their thousands to form an English corner of a foreign field’. (Duizenden mensen verzamelden zich om een Engelse plek te maken van een buitenlands veld.) Die zin refereert aan een regel uit een gedicht van Rupert Brooke. ‘There’s some corner of a field/ That is forever England’. Dat is nog een ander verschil tussen Engeland en Nederland: in Engeland refereert men veelvuldig aan poëzie.

Er is een sport die wel in beide landen fanatiek beoefend wordt: darts. Persoonlijk had ik liever dat cricket was overgewaaid, maar je kunt niet alles hebben. Afgelopen week werd het officieuze wereldkampioenschap darts gehouden in het Engelse Frimley Green. En dat wordt zowel in Engeland als Nederland live op tv uitgezonden. Zeg op straat tegen een gemiddelde Nederlander ‘Frimley Green’ en hij zegt ‘darts’.

Mij viel deze keer op dat Nederlandse dartsspelers Engels spreken met een combinatie van een Nederlands en een lokaal Engels accent, terwijl de meeste Nederlanders een soort van globaal Engels spreken dat naar het Amerikaans neigt.

Dit brengt mij op het volgende verschil tussen Engeland en Nederland: de gordijnen. In Nederland kan men op straatniveau bij de mensen naar binnen kijken. Maar nooit op de bovenverdieping. In Engeland is dat precies omgekeerd. Op straatniveau kan men nergens naar binnen kijken maar woon je een verdieping hoger dan blijven de gordijnen open.

Iemand zei mij eens dat Nederlanders graag hun bezit tonen. Bij mijn uitgever in Londen rook ik mijn sigaren op het balkon. Dientengevolge heb ik menig Engelsman op een bovenverdieping in de blote kont door de kamer zien paraderen. Daar heb ik echter geen sociologische verklaring voor.

Voorts zijn Engelsen wereldkampioen smalltalk. In het Nederlands spreekt men soms over ‘koetjes en kalfjes’. Dat klinkt letterlijk vertaald raar in het Engels. Het heeft bovendien een negatieve bijklank: ‘het gaat nergens over’.

Terwijl Engelsen uitvoerig kunnen spreken over het weer (‘het regent katten en honden’), vertellen Nederlanders onmiddellijk hun hele levensverhaal. Wat dat betreft lijken Nederlanders meer op Amerikanen.

Als ik reis, denk ik vaak: toon mij uw stations en ik vertel iets over uw volksaard. Neem bijvoorbeeld Paddington Station in Londen of het station van York. Die geven je een warm gevoel. Je hebt zin een biertje te bestellen.

Bezoek een gemiddeld Nederlands station en je wilt onmiddellijk een kop sterke koffie. Dat heeft ook met vormgeving te maken. Het Nederlandse design is strak en functioneel, maar een beetje koud. Op Engelse stations zie je veel rood, donkerblauw en donkergroen. In Nederland veel lichtblauw en geel.

Humor is wel een overeenkomst. In beide landen houdt men van absurde humor. En als ik zeg dat Duitse humor een contradictio in terminus is, begrijpt men dat in beide landen.

Maar het belangrijkste wat overal op het continent ontbreekt, is cricket. Men kan in het ganse Gemenebest praten over cricket. Voor de rest van de wereld is dat onbegrijpelijk. En nou denk ik: als er massaal cricket werd gespeeld in Duitsland en Frankrijk, had Engeland allang de euro ingevoerd. Het belang van cricket valt niet te onderschatten.

Harold Pinter zei ooit: ‘I tend to think that cricket is the greatest thing that God ever created on earth – certainly greater than sex, although sex isn’t too bad either.’ (Ik neig te denken dat cricket het beste is wat God ooit op aarde geschapen heeft – zeker beter dan seks, hoewel seks ook niet slecht is.) Zelfs in zijn allerlaatste interview ging het over cricket.

Het wordt hoog tijd dat ik de spelregels leer.

© Arnold Jansen op de Haar

U kunt reageren op ons forum.

Eerdere columns: