was successfully added to your cart.

The Language of Blame

De taal van de schuld

June 6, 2012

By Arnold Jansen op de Haar

A few years ago, I was looking at Africa across the Strait of Gibraltar from a windswept Tarifa in Southern Spain. Africa looked enormous and I felt minuscule, like the grain of sand in Ingrid Jonker’s poem.

Korreltjie korreltjie sand
klippie gerol in my hand
klippie gesteek in my sak
word korreltjie klein en plat

Grain little grain of sand
pebble rolled in my hand
pebble thrust in my pocket
a keepsake for a locket

I’ve never been to Africa but soon I’ll be travelling to its most southerly point: Cape Town.

Part of its population still speaks Afrikaans, a language closely related to Dutch. Wikipedia provides a sample sentence: De man wat ek gister gesien het se hond. (The dog of the man I saw yesterday.)

Who thought up such a sentence? For example, how do you know it is the dog of the man you saw yesterday? This has never happened in my entire life. Actually, it is mostly the other way around: I look at the women who are chained to their dogs.

Apparently the Dutch are better at understanding Afrikaans than Afrikaans-speaking South Africans are at understanding Dutch. I wonder more and more why poems in Afrikaans are translated into Dutch. I don’t need a translation to understand Ingrid Jonker’s Korreltjie sand.

More importantly, something is lost in translation. Afrikaans has more of a sing-song quality than Dutch; sentences in Afrikaans show more variation in pitch. It’s more expressive. Also, in a Dutch translation I miss the sharp ‘s’ sounds.

Another odd thing: there is a language union between the Netherlands and Belgium, but the Dutch subtitle TV programmes in Flemish – yet Dutch is spoken in Flanders as well as in the Netherlands. Flemish is simply a southern Dutch dialect. In response, the Flemish have recently started to subtitle Dutch programmes.

This is not something they do in the UK. I don’t know any other country with as many dialects as the UK. However, nobody expects subtitles when listening to someone from Yorkshire, Cornwall or Northern Ireland. I think that would trigger a mass outcry.

Or imagine what would happen if every novel which features Cockney, a Pakistani accent or Dubliners were ‘translated’ into Standard English. English-speaking people are simply more used to variations on their language.

I actually like the sound of Afrikaans, yet for quite some time Afrikaans was suspect. It was the language of the Boers and of the governments promoting apartheid. But it is also the language of the resistance: of Breyten Breytenbach, André Brink, Ingrid Jonker and Antjie Krog.

Translating Afrikaans into Dutch is superfluous; you can either look up words you don’t know or work them out from the context. You could even argue that translating Afrikaans into Dutch is patronising, rather like saying: we’ll translate this gibberish into proper Dutch.

I’ll be travelling to South Africa soon for the launch of Finding Soutbek, a novel in English by Karen Jennings. It’s set mainly in contemporary South Africa.

Karen Jennings paints a picture of a small town with a coloured mayor who, in order to attract tourists, writes a book about a idealised history set during the period of the Dutch East India Company.

But she also shows a society that is struggling in the current climate: a moving story about less attractive aspects of the Rainbow Nation. Finding Soutbek is really about the economic underclass of South Africa, written with empathy and passion. This makes Finding Soutbek not only a wonderful novel but also an important record of an era.

You can never attribute blame to a language, whether Afrikaans or Dutch. What matters is what you’re saying. I expect to come across Afrikaans-speaking people at the launch. I pick up a language very easily and before you know it I’ll be telling someone over drinks: ‘Ek es ’n korreltjie sand.’ At least it’s an improvement on ‘De man wat ek gister gesien het se hond.’

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press


You can leave your comment on our forum.

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Vanuit een winderig Tarifa in Zuid-Spanje zag ik een aantal jaar geleden aan de overkant van de Straat van Gibraltar Afrika liggen. Afrika zag er kolossaal uit. En ik voelde me nietig als het korreltje zand in het gelijknamige gedicht van Ingrid Jonker.

Korreltjie korreltjie sand
klippie gerol in my hand
klippie gesteek in my sak
word korreltjie klein en plat

Ik ben nooit in Afrika geweest. Maar binnenkort reis ik naar het zuidelijkste puntje: Kaapstad.

Een deel van de bevolking spreekt daar nog altijd een taal die een sterke verwantschap vertoont met het Nederlands: Afrikaans. Op Wikipedia las ik een zin die als voorbeeld werd gegeven: De man wat ek gister gesien het se hond. (De hond van de man die ik gisteren zag.)

Wie verzint zo’n zin? Hoe weet je bijvoorbeeld dat het de hond is van de man die je gisteren zag? Dat is iets wat in mijn hele leven nog niet is gebeurd. Het is meestal andersom: ik kijk naar vrouwen die aan honden vastzitten.

Nederlanders schijnen Afrikaans beter te verstaan dan Afrikaans sprekende Zuid-Afrikanen Nederlands. Ik vraag me steeds vaker af waarom Afrikaanse gedichten in het Nederlands worden vertaald. Voor dat korreltje zand van Ingrid Jonker heb ik geen vertaling nodig.

Sterker nog: bij de vertaling gaat iets verloren. Het Afrikaans is zangeriger dan het Nederlands. Er zit meer verschil in toonhoogte in de zinnen dan in het Nederlands. Het Afrikaans is meer beeldend. En ik mis bij de Nederlandse vertaling de scherpe ‘s’.

Nog zoiets geks: er bestaat een Taalunie tussen Nederland en België maar in Nederland worden Vlaamse tv-uitzendingen Nederlands ondertiteld. Zowel in Vlaanderen als Nederland wordt Nederlands gesproken. Vlaams is gewoon Nederlands in een zuidelijke vorm. Een paar jaar geleden is men in Vlaanderen als reactie ook maar begonnen om Nederlandse programma’s te ondertitelen.

In het Verenigd Koninkrijk doet men dat niet. Ik ken geen land ter wereld waar zo veel dialecten worden gesproken als in het Verenigd Koninkrijk. Maar niemand die daar verwacht dat iemand uit Yorkshire, Cornwall of Noord-Ierland ondertiteld wordt. Ik denk dat er een volksopstand zou uitbreken.

Of stel je voor wat er zou gebeuren als elke Engelstalige roman waarin Cockney, een Pakistaans accent of types uit Dublin voorkomen, ‘vertaald’ zou worden in standaard Engels. Engelssprekenden zijn gewoon meer gewend dat hun taal vele variaties kent.

Zelf vind ik het Afrikaans heel mooi klinken. Toch was het Afrikaans lange tijd besmet. Het was de taal van de Boeren en het apartheidsregime. Maar het is ook de taal van het verzet: van Breyten Breytenbach, André Brink, Ingrid Jonker en Antjie Krog.

Het vertalen van Afrikaans in Nederlands is overbodig. De woorden die je niet kent, zoek je op of worden wel duidelijk in de context. Het vertalen van Afrikaans in Nederlands zou je zelfs paternalistisch kunnen noemen. Zoiets van: wij zullen dat koeterwaals wel even in goed Nederlands vertalen. 

Ik reis binnenkort naar Zuid-Afrika voor de presentatie van een Engelstalige roman: Finding Soutbek van Karen Jennings. Die roman gaat vooral over het huidige Zuid-Afrika.

Karen Jennings schetst een stadje met een gekleurde burgemeester, die over een harmonieuze geschiedenis uit de tijd van de VOC schrijft om toeristen te trekken.

Maar ze laat ook een gemeenschap zien die worstelt met het heden: een meeslepend verhaal over de minder aantrekkelijke kanten van de Regenboognatie. Finding Soutbek is in essentie een verhaal over de economische onderklasse van Zuid-Afrika. Met empathie en passie opgeschreven. Daarmee is Finding Soutbek niet alleen een prachtige roman maar ook een belangrijk tijdsdocument.

Een taal is nooit schuldig, of het nou Afrikaans of Engels betreft. Het gaat erom wat je ermee zegt. Ik kom bij die boekpresentatie vast mensen tegen die Afrikaans spreken. Ik pik heel snel taal op. Voor je het weet sta ik met een glas wijn in mijn handen tegen iemand te zeggen: ‘Ek es ’n korreltjie sand.’ Dat is net iets beter dan: ‘De man wat ek gister gesien het se hond.’

© Arnold Jansen op de Haar


U kunt reageren op ons forum.

Eerdere columns: