was successfully added to your cart.

The Lives of Others

Het leven van de anderen

November 1, 2013

By Arnold Jansen op de Haar

I no longer feel at ease holding a telephone conversation. I’m afraid of being bugged. Simply discussing the news by telephone or Skype feels uncomfortable. It hits me when I say words such as ‘Afghanistan’ or ‘Syria’. Then I think: Oh, this will trigger the NSA computer programs in Maryland.

But sometimes, inspired by Gilles de la Tourette, I feel the urge to shout ‘bomb!’ all of a sudden.

I recently read that the NSA’s surveillance is so vast that they haven’t enough translators to deal with the information, and the Dutch department is bound to be a minor one, so I may get away scot-free.

This week Obama announced that he’s going to investigate what his security agencies are up to. This president really puts your mind at rest. What else is he not aware of? What his generals are planning? What about his Treasury Department? Is he kept in the dark about what the department of parties and celebrations has in store? I think it’s a good time to apply for a job at the NSA.

Suppose they take me on: well, when it’s quiet I’ll monitor people I would love to know more about. Take Kate Winslet, for example: it would be handy to know where she does her shopping. It’s just pure coincidence that I’m in this particular supermarket too. And what’s Kim Wilde up to nowadays? I would also love to have more information about Nigella Lawson’s visits to restaurants. The list of Lovely Mature Female Celebrities is endless.

It comes in handy, too, when placing a bet. You find out the name of the new royal baby, and before it has been announced worldwide you’re off to the bookmaker’s.

Or you find out at last what is being discussed in the European Parliament, or what will be fashion’s favourite new colour, and you will know the new number one before it hits the top of the charts.

Everyone is up in arms about tapping the conversations of heads of state, but you can’t convince me that NSA employees don’t check up on the web and telephone activities of their favourite celebrities. It’s quite a task to monitor 40,000 employees. So, for example, while taking a coffee break you find out what is the pope’s favourite dish.

As a writer you go into your characters’ minds. It’s a higher form of surveillance. The only difference is that you make up your characters’ thoughts. At the NSA they get everything for free. You can pinpoint a person at random and monitor their life. Every person’s life contains a novel, as long as you have the details.

I would home in on exceptions. This immediately suggests a title for a short story: The Man Who Only Used the Phone Once a Year. I would like to know every detail about this man.

When I’m quite up to speed at the NSA, I will, on request, update the Merkel data. ‘On Thursdays Frau Merkel cooks Eisbein mit Sauerkraut.’

But it also reminds me of the German Oscar-winning film Das Leben der Anderen, in which a Stasi employee bugs a dissident playwright. The Stasi employee decides to shield the writer.

During a telephone conversation, I think I may have referred to Obama as being a wavering type, or more precisely ‘the Jimmy Carter of the 21st century’. You remember him: Jimmy Carter, another  president and winner of the Nobel Peace Prize.

Guantanamo hasn’t yet been closed down, the American debt limit has been raised time and again, and America’s role as the world’s law enforcement officer has been waning. And now they’re bugging the wrong people. ‘Hey guys, let’s tap Angela.’

I can simply write it down; they already know it. Let’s hope that the NSA has a conscience like that particular Stasi employee, otherwise you and I are in trouble.

© Arnold Jansen op de Haar
© Holland Park Press

arnold jansen op de haar

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Ik praat niet meer zo makkelijk door de telefoon. Bang om afgeluisterd te worden. Gewoon door de telefoon of op Skype over het nieuws praten voelt ongemakkelijk. Ik heb het bij woorden als Afghanistan of Syrië. Dan denk ik: o, nu gaan bij de NSA in Maryland de computers draaien.

Maar soms krijg ik op Gilles de la Tourette-achtige wijze zin om opeens ‘bom’ te roepen.

De NSA luistert zo veel af dat ze onvoldoende vertalers hebben om de gegevens te verwerken, las ik onlangs. En de afdeling Nederlands zal niet zo groot zijn. Dus misschien blijf ik buiten schot.

Obama gaat uitzoeken wat zijn veiligheidsdiensten eigenlijk aan het doen zijn, verklaarde hij deze week. Lekker geruststellend, zo’n president. Wat zou hij nog meer niet weten? Wat zijn generaals van plan zijn? Of zijn Ministerie van Financiën? Of hij tast volledig in het duister over wat de afdeling feesten en partijen wil organiseren. Ik denk dat ik maar eens ga solliciteren bij de NSA.

Stel nu dat ik zou worden aangenomen. Dan ga ik in verloren uren mensen afluisteren van wie ik meer zou willen weten. Ik denk bijvoorbeeld aan Kate Winslet. Best handig als je weet waar Kate Winslet haar boodschappen doet. Op geheel toevallige wijze bevind ik mij dan ook in die supermarkt. En wat doet Kim Wilde tegenwoordig eigenlijk? Ook zou ik wel iets meer willen weten over het restaurantbezoek van Nigella Lawson. De lijst Leuke Bekende Oudere Meisjes is eindeloos.

Ook bij het wedden is het heel handig. Je pikt de naam van een nieuwe koninklijke baby op en je spoedt je, nog voor de naam wereldkundig wordt, naar het wedkantoor.

Of je weet eindelijk waar ze in het Europees Parlement over praten, wat de nieuwe modekleur gaat worden en je kent de nieuwste hit nog voordat het een hit wordt.

Iedereen maakt zich druk over het afluisteren van staatshoofden, maar je maakt mij niet wijs dat die NSA-medewerkers niet af en toe het surf- of belgedrag van hun favoriete beroemdheid bestuderen. Die 40.000 medewerkers zijn nauwelijks te controleren. Dat je bij de koffieautomaat bijvoorbeeld hoort wat de paus het liefst eet.

Als schrijver ga je bij je personages in het hoofd. Het is een hogere vorm van afluisteren. Het enige verschil is dat je de gedachten van je personages verzint. Bij de NSA krijgen ze alles cadeau. Je kunt een willekeurige persoon prikken en zijn of haar hele leven uitzoeken. In ieders leven zit een roman. Als je de gegevens maar hebt.

Ik zou naar de uitzonderingen gaan zoeken. Je hebt al gelijk een titel voor een verhaal: De man die maar 1 keer per jaar belde. Van die man zou ik alles willen weten.

Als ik al die dingen bij de NSA kan doen, wil ik, op verzoek, best de map Merkel bijwerken. ‘Frau Merkel kookt elke donderdag Eisbein mit Sauerkraut.’

Maar ik moet ook denken aan de Oscarwinnende Duitse film Das Leben der Anderen, waarin een Stasi-medewerker een dissidente toneelschrijver afluistert. De Stasi-medewerker besluit de schrijver te beschermen.

Ik geloof dat ik wel eens door de telefoon tegen iemand heb gezegd dat ik Obama een besluiteloos type vind, zeg maar gerust ‘de Jimmy Carter van de 21ste eeuw’. U kent hem wel, Jimmy Carter, die andere president en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede.

Guantanamo is nog altijd niet dicht, het Amerikaanse schuldenplafond wordt keer op keer verhoogd en de rol van Amerika als politieagent van de wereld is tanende. En nu zitten ze ook nog de verkeerde mensen af te luisteren. ‘Kom jongens, we gaan Angela afluisteren.’

Ik kan het gewoon opschrijven want ze weten het toch al. Nou maar hopen dat ze bij de NSA net zo’n geweten hebben als die ene Stasi-medewerker. Anders zijn u en ik goed de pineut.

© Arnold Jansen op de Haar