was successfully added to your cart.

The Man Who is Always Late

De man die altijd te laat is

September 6, 2013

By Arnold Jansen op de Haar

Last week the Daily Mail reported that Scotsman Jim Dunbar suffers from ‘chronic lateness’. Jim Dunbar had tried everything – even wearing a watch, for example! Still he continued to be late. It’s thought that the condition is related to ADHD. This was diagnosed at the Ninewells Hospital in Dundee after he naturally arrived twenty minutes late for his appointment.

So avoid being late for an appointment at Ninewells Hospital because before you know it you’re being diagnosed with chronic lateness.

Once, Jim wanted to arrive on time at the cinema, so he set his alarm clock in order to give himself eleven hours to get ready, but it didn’t work out. Jim Dunbar even arrives late for funerals.

This can be a disadvantage in life, except when you’re late for your own funeral.

In the old days things were far less complicated. Your neighbour wasn’t autistic, just the ‘quiet type’, and a nervous person was simply neurotic. Nowadays everything has a medical label.

For example, there exists a condition called Witzelsucht, aka addiction to jokes. The patient never stops telling jokes. The fact that this syndrome has a German name is humorous in itself.

The number of syndromes is endless. Take the people who think that Michelle Obama is the most beautiful woman on earth. Simply lock them up for a day with Naomi Campbell or Halle Berry, is my suggestion.

Actually, I suffer from chronic supermarket visiting. ‘Doctor, I do this three times a day.’ This in turn is caused by the ‘never buy anything in advance’ syndrome. I can’t make a decision about what to eat the next morning. It doesn’t bear thinking about. I shop separately for breakfast, lunch and dinner. I do go to different supermarkets, otherwise people would notice.

This is another disease: the ‘inclination never to buy all your cigars in one place’. Recently, the checkout assistant asked, after having scanned all the items, ‘Shall I add a box of cigars?’ She had blown my cover and exposed me as a chain-smoker. I wanted to run away!

Or waiting until the shop is empty before buying your scratch card. When I want to light a candle at the local chapel, too, I wait until the place is deserted. And sometimes I wait outside the front door of my flat until I’m sure there’s no one in the lift.

In a theatre I prefer to sit in the back row, so that I can sneak out. The last time I went to the theatre, my friend wanted to sit near the front. He fainted just after the performance had begun. The performance was halted. Try to slip away unnoticed under those circumstances.

Maybe it has something to do with being ashamed. Psychiatrists will argue that it has its roots in your adolescence. I clearly remember the first nude scene I saw on the telly. It was 1974 – I was 12 – and the actress was Pleuni Touw. You couldn’t have made it up: Pleuni. I know of only one Pleuni: Pleuni Touw. Anyway, Pleuni was stark naked, taking a shower. Even to a 12-year-old, it was clear Pleuni looked fabulous. But your mother shrieks: ‘Don’t look, boys!’ and your father chuckles. It’s a form of being ashamed on behalf of someone else.

It’s obvious at first sight that some people are shameless. Take Lady Gaga: the name gives it away.

I also prefer standing on stage to being in the audience. You could compare it to writing poetry. The Dutch poet JJ Slauerhoff wrote: Only in my poems am I at home / No other shelter did I ever find. Real life is a completely different kettle of fish. I’d rather go into hiding.

I could go on about my leggings allergy, my general dislike of doctors (‘Vultures of Death Syndrome’) or my preference for drinking coffee from one very special mug. Yet I would like to point out to the Ninewells Hospital in Dundee: ‘Behaviour isn’t a disease.’

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

arnold jansen op de haar

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
De Schotse Jim Dunbar lijdt aan ‘chronic lateness’, chronisch te laat komen, stond vorige week in The Daily Mail. Jim Dunbar had ‘van alles geprobeerd’, zoals een horloge dragen! En toch bleef hij te laat komen. Het zou iets te maken hebben met ADHD. Dit werd vastgesteld in het Ninewells Hospital in het Schotse Dundee waar hij, uiteraard, 20 minuten te laat was voor zijn afspraak.

Je kunt in het Ninewells Hospital dus beter niet te laat komen. Voor je het weet wordt er vastgesteld dat je lijdt aan chronic lateness.

Jim had ook een keer geprobeerd op tijd in de bioscoop te komen. Daartoe had hij zijn wekker gezet opdat hij elf uur later op tijd kon zijn. Maar ook dat lukte niet. Jim Dunbar komt zelfs te laat op begrafenissen.

Dat kan in het leven een nadeel zijn. Behalve als hij te laat is voor zijn eigen begrafenis natuurlijk.

Vroeger was alles veel overzichtelijker. De buurman was geen autist maar ‘een stille man’. En een nerveus type was nog gewoon een ‘zenuwenlijer’. Inmiddels is de maatschappij gemedicaliseerd.

Zo bestaat er een aandoening met de naam Witzelsucht, oftewel grappenverslaving. De patiënt blijft voortdurend grapjes maken. Dat de aandoening een Duitse naam heeft is op zich al een vorm van humor.

Alles bestaat. Zo zijn er mensen die denken dat Michelle Obama de mooiste vrouw ter wereld is. Gewoon een dag opsluiten met Naomi Campbell en Halle Berry, zou ik zeggen.

Wel lijd ik aan chronisch supermarktbezoek. ‘Dokter, ik doe het drie keer per dag.’ Dat komt door het-nooit-iets-van-tevoren-in-huis-halen-syndroom. Ik ga echt niet beslissen wat ik de volgende ochtend wil eten. Ik moet er niet aan denken. Voor ontbijt, lunch en avondeten ga ik apart naar de supermarkt. Ik wissel wel regelmatig van supermarkt, anders gaat het opvallen.

Dat is weer een andere ziekte, de-koop-je-sigaren-nooit-op-één-plek-neiging. Laatst vroeg de kassamedewerker toen hij mijn boodschappen had afgerekend: ‘En nu nog een doosje sigaren?’ Daar viel ik eventjes door de mand als kettingroker. En ik dacht: rennen!

Of je koopt pas een kraslot als de hele winkel leeg is. Ook bij het aansteken van een kaarsje in de plaatselijke kapel wacht ik tot iedereen verdwenen is. En soms wacht ik buiten mijn flat tot ik zeker weet dat er niemand in de lift staat.

In theaters zit ik het liefst achteraan zodat ik weg kan. De laatste keer dat ik in het theater was, wilde de vriend die met me was vooraan zitten. Hij viel in de tweede minuut van de voorstelling flauw. De hele voorstelling werd stilgelegd. Kom dan maar eens ongezien weg.

Het heeft misschien met schaamte te maken. Psychiaters zullen wel zeggen dat het uit je jeugd komt. Ik herinner mij zelf nog goed de eerste naaktscène op tv. Het was 1974 – ik was 12 – en de actrice was Pleuni Touw. Ook al een naam die je niet verzint: Pleuni. Ik ken maar één Pleuni: Pleuni Touw. Maar goed, Pleuni stond poedelnaakt onder de douche. Zelfs als 12-jarige kon ik constateren dat Pleuni er niet slecht uitzag. Maar je moeder roept: ‘Niet kijken, jongens!’ Je vader zit te grinniken. Men spreekt hier ook wel van plaatsvervangende schaamte.

Bij sommige mensen zie je al aan de buitenkant dat ze zich nergens voor schamen. Ik noem een Lady Gaga. De naam zegt het al.

Zelf sta ik ook liever op het podium dan dat ik in de zaal zit. Je zou het kunnen vergelijken met het schrijven van poëzie. Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,/ nooit vond ik ergens anders onderdak, schreef de Nederlandse dichter J.J. Slauerhoff. Het echte leven, dat is heel andere koek. Dan duik ik liever onder.

Ik zou u nog kunnen vertellen over mijn legging-allergie, afkeer van doktoren in het algemeen (‘Vultures of Death Syndrome’) of mijn voorkeur om koffie uit één speciale mok te drinken. Toch zou ik tegen dat Ninewells Hospital in Dundee willen zeggen: ‘Gedrag is geen ziekte.’

© Arnold Jansen op de Haar