was successfully added to your cart.

The Ouch, Ouch, Ouch Threshold

Het oeioeioei-drempeltje

June 5, 2013

By Arnold Jansen op de Haar

This week I read about psychological research which proved that three-quarters of our conversations consist of gossip. Other researchers concluded it was more likely to be fourteen per cent. Social psychology isn’t science, it’s a rather sophisticated form of astrology.

The researchers involved in the first gossip study classified mere talking about others as gossip, whereas the fourteen per cent report restricted this to bad-mouthing.

I know very few people who don’t gossip. Well, there’s my father, but he has been dead for fifteen years. It was only recently I found out that his behaviour was quite unusual.

Let me come clean: I haven’t inherited this trait. I regularly gossip to my heart’s content. I simply tell the truth. I would like to make it clear that the persons mentioned in this column are disguised. They will recognise themselves but I’ve altered a few details. Actually it’s much worse.

For example, I know someone who simulates being ill. At first you think: oh dear, it’s terrible that he’s ill, but twenty years on this feeling has faded. I remember once pushing his wheelchair along the hospital corridors. At every doorstep he yelled ‘ouch, ouch, ouch’ and clutched his stomach. At one point his wife was in tears in the kitchen. ‘He’s dying,’ she sobbed. ‘I think he will live to a grand old age,’ I murmured. After twenty-three medical examinations he was indeed given the all clear.

Later he maintained he had once harboured a rare viral infection in his brain. This continues to cause a range of obscure complications which make it quite impossible for him to go to work. At present he is an insomniac. Obviously, he’s too busy thinking about all his illnesses.

It could also have been caused by a ski accident he had four years ago. You occasionally hear about a professional cyclist who has to be cut free from barbed wire, a total wreck. ‘He cycled on for another hundred kilometres with a piece of barbed wire in his thigh, only to be taken away by ambulance. At the hospital they diagnosed a crushed spleen and three broken ribs.’ Six months later the cyclist is as fit as a fiddle.

Unlike our character, who ‘because of his back’ can no longer travel by train. He has to travel by car. Am I the only one who thinks that driving a car is bad for your back? In a train you can at least change position.

Recently he picked up a pan and his entire family spoke as one: ‘Papa, think of your back!’ At weekends this bungler acts as a football referee! He makes it sound all quite plausible, but every time it reminds me of the ouch, ouch, ouch threshold.

I regularly discuss this with my best friend. I wouldn’t call it gossiping. It’s all absolutely true. The best approach would probably be to inquire how the patient feels and listen to the stories, but this is the threshold I cannot cross, what I call my ouch, ouch, ouch threshold.

I’m not always good at keeping secrets. I remember meeting a woman when I was in the pub with my friend. I knew her slightly and she was a well-known figure in my home town. She told me all the ins and outs of her troublesome relationship with her husband. She came very close; she smelled of wine.

That same night she apparently felt rueful and sent me six increasingly hysterical emails, urging me not to pass on any information. Of course I pass it on, especially after receiving those six hysterical emails. Only to a few very good friends. If you don’t want to broadcast a secret, don’t tell it to the first person you meet in a pub.

I haven’t even mentioned the well-known writer who emailed a friend with something awful about another writer. By accident he sent the email to all his friends, including the other writer.

Isn’t it rather odd to realise that during the time it took me to write this column and you to read it, we’ve been gossiped about at least three times?

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press

arnold jansen op de haar

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Ik las deze week over een psychologisch onderzoek waarin men aantoonde dat driekwart van onze gesprekken bestaat uit roddelen. Andere onderzoekers kwamen uit op veertien procent. Sociale psychologie is geen wetenschap. Het is een hogere vorm van sterren wichelen.

De onderzoekers van het eerste roddelonderzoek rekenden alleen al het spreken over anderen tot roddelen. Die van die veertien procent dachten meer aan kwaadspreken.

Ik ken weinig mensen die niet roddelen. Ja, mijn vader, maar die is al vijftien jaar dood. Pas later leerde ik dat hij hierin tamelijk bijzonder was.

Laat ik het maar bekennen, die eigenschap heb ik niet geërfd. Ik roddel mij regelmatig een ongeluk. Ik vertel gewoon de waarheid. Laat ik ook maar gelijk zeggen dat de personages in deze column geanonimiseerd zijn. Zelf zullen ze zich wel herkennen maar ik heb een paar kleine dingen veranderd. In werkelijkheid is het nog erger.

Zo ken ik iemand die altijd ziektes voorwendt. Eerst denk je nog; tjonge jonge, wat vreselijk dat hij ziek is. Maar dat gaat na twintig jaar wel over. Ik herinner me dat ik hem ooit in een rolstoel door een ziekenhuis heb gereden. Toen riep hij bij elk drempeltje ‘oeioeioei’ en greep naar zijn buik. Zijn vrouw stond op een gegeven moment te huilen in de keuken. ‘Hij gaat dood,’ snikte ze. ‘Ik denk dat hij heel oud gaat worden,’ prevelde ik. Na 23 onderzoeken bleek er inderdaad niets aan de hand.

Later beweerde hij dat hij ooit een geheimzinnig virus in zijn hersenen had gehad. Dat veroorzaakt tot op de dag van vandaag allerlei vage complicaties waardoor hij echt niet kan werken. Momenteel lijdt hij aan slapeloosheid. Hij ligt natuurlijk na te denken over al die ziektes.

Het kan ook komen door een ski-ongeluk dat hij vier jaar geleden heeft gehad. Je hoort wel eens van een wielrenner die volledig in de kreukels uit het prikkeldraad wordt bevrijd. ‘Hij reed nog honderd kilometer door met een stuk prikkeldraad in zijn dijbeen en werd daarna met een ambulance afgevoerd. In het ziekenhuis constateerde men een gekneusde milt en drie gebroken ribben’. Zes maanden later is de wielrenner volledig gerevalideerd.

Zo niet deze figuur. Hij kan ‘vanwege zijn rug’ niet meer met de trein reizen. Hij moet met de auto. Ik dacht altijd dat de auto juist slecht was voor je rug. In de trein kun je tenminste bewegen. 

Laatst tilde hij een pan op. Zijn hele gezin riep in koor: ‘Papa, denk aan je rug!’ In het weekend is die koekenbakker voetbalscheidsrechter! En al vertelt hij het allemaal zo dat het heel aannemelijk klinkt, ik denk elke keer aan het oeioeioei-drempeltje.

Ik spreek hier regelmatig over met mijn beste vriend. Roddelen zou ik het niet willen noemen. Het is allemaal waar. Het beste zou misschien zijn elke keer te informeren hoe het met de zieke gaat en zijn verhalen aan te horen. Maar voor mij is dat een te grote drempel, zeg maar mijn oeioeioei-drempeltje.

In geheimen bewaren ben ik ook niet altijd even goed. Ik herinner mij een vrouw die ik samen met een vriend ontmoette in een kroeg. Ik kende haar al vaag. Ze was in mijn stad een bekend persoon. Ze deed uitgebreid verslag van de slechte relatie met haar man. Ze kwam heel dichtbij. Ze rook naar wijn.

Diezelfde nacht kreeg ze blijkbaar wroeging want ik ontving zes steeds hysterischer e-mails om het niet door te vertellen. En dan vertel ik het toch door. Vooral over die zes hysterische e-mails. Alleen aan een paar hele goede vrienden. Als je niet wilt dat een geheim bekend wordt, vertel het dan niet aan de eerste de beste in een kroeg.

En dan heb ik het nog niet eens over een bekende schrijver die aan een vriend iets naars mailde over een andere schrijver. Die e-mail stuurde hij per ongeluk naar al zijn contacten. Inclusief de andere schrijver.

Best raar om je te realiseren dat terwijl ik deze column schrijf en u hem leest er al minstens drie keer over ons geroddeld is.

© Arnold Jansen op de Haar



Een klein dingetje
Een knotsgekke berg
Verbrand deze brief!
Een zeer koninklijk toneelstuk