was successfully added to your cart.

Why do you write?

Waarom schrijft u?

March 4, 2011

By Herman Koch

‘Are there any questions from the audience?’ the interviewer asks. ‘The author is quite happy to answer all your burning questions.’
    The neon strip lights are on. Eighty coffee cups are laid out and there are biscuits in a plastic container. Raindrops make their way down the library windows.
    ‘It’s always difficult being the first,’ says the interviewer.
    They have been listening to readings from the author’s work. The interviewer moved on to ask him about recurrent themes. He just about managed to restrain himself from asking about the same old recurrent themes.
    ‘There are two kinds of writers,’ the author had replied. ‘One attempts a new approach with each book. The other keeps rewriting the same novel.’
    He had glanced across his audience. He thought his answer had resembled a clock that chimes precisely twelve times at twelve o’clock. Yet members of the audience – most of them were women sporting a sensible haircut – looked on earnestly.
    A smell of coffee now wafts up towards the strip lights. The author is looking forward to drinking a bottle of beer. This will require some effort: after an extensive search through corridors, on bookshelves and behind copiers, the librarian will eventually locate a bottle of beer.
    ‘There was just one left,’ she will say.
    The search is on for a bottle opener. After fifteen minutes they manage to find an opener. The beer is served at room temperature.
    ‘Someone would have put it in the fridge for you,’ the librarian will explain, ‘but she phoned in sick this morning. We have quite a few people off at the moment.’
    A bluebottle has made its way into the library and is bumping against the fluorescent light bulbs. Resembling a scene in an Anton Chekhov story, the author muses. His ears are ringing. His mind wanders to the car. His own car, which is sitting in the car park next to the library. The moment he starts the car, life will resume.
    The interviewer says, ‘I’ve spotted someone with a question.’
    There is more than one type of sensible haircut. There are gardens with artificial grass and others consisting of nothing but garden slabs. This garden is completely paved.
    ‘Why do you write?’ the woman asks.
    ‘Has everyone heard the question?’ the interviewer asks. ‘In any case I’ll repeat it. Why do you write? is what this lady wants to know.’
    The bluebottle burns its wings on the light bulb and tumbles into the plastic box of biscuits.
    ‘Graham Greene once said: “I don’t understand people who do not write”,’ the author answers and again glances at his audience. ‘Neither do I.’
    Then it is time to sign his books. They form a queue in front of the author’s table.
    A woman with one small tuft of artificial grass tickling her ear asks, ‘Can you put: “For Wenstinieleinde, have fun reading this”?’
    ‘Do you spell it with e and i or i and j?’ the author enquires.
    The librarian asks, ‘Maybe you would like a cup of coffee? Our member of staff who would normally see to your bottle of beer has phoned in sick this morning. We have quite a few people off sick. I feel under the weather too, but I’ve come in anyway.’
    The bluebottle hasn’t quite perished. It tries to find its way out from under the biscuits and take off again.
    ‘This is for my husband,’ says the woman who asked why the author writes. The paving slabs on her head are arranged in such a way that no grass can see the light of day. ‘He would have liked to come but he is indisposed. His name is Uijnst.’
    The author asks, ‘With ui or uij?’
    The hair of the next woman who wants her book signed seems to the author to represent a rusty tricycle, an empty beer crate and a neglected sandpit used by the neighbours’ cats.
    She says, ‘Could you write: “For Draapkreft, I hope you have met your end when I give you this book tonight. Or else that you have decided to leave, without complicated goodbye notes on the kitchen table. I hope you do this tidily, without me having to identify all sorts of items later.”’
    The author is learning right now that bluebottles can lift a whole biscuit – evidently, as it is happening before his eyes.
    Once the author has penned the dedication the woman says, ‘I have one last question, one I didn’t dare to ask before.’
    The author’s mind is on starting his car in the car park.
    ‘Please go ahead,’ he says.
    ‘Do you think that your experiences this evening are mainly autobiographical?’

© Herman Koch
© Translation Holland Park Press

Dutch writer Herman Koch born in 1953 has many strings to his bow. For many years he has been starring in and writing for one of the most successful satirical programs Jiskefet on Dutch television. He is also a popular columnist for a major Dutch national newspaper De Volkskrant and Esta magazine. Most importantly he is a celebrated novelist. His novel Het diner sold more than 450,000 copies in the Dutch market and he was awarded the NS Publieksprijs. His latest novel Zomerhuis met zwembad was published in early 2011. It has been occupying the number one spot on the Dutch bestseller list for several weeks.

Any Comments? We’ll love to hear from you on our forum.

‘Misschien zijn er ook nog vragen uit het publiek?’ zegt de interviewer. ‘De schrijver is bereid om al uw brandende vragen te beantwoorden.’
    Het tl-licht brandt. Op een tafel staan tachtig koffiekopjes. En een plastic doos met koekjes. Regendruppels lopen langs de bibliotheekramen naar beneden.
    ‘De eerste vraag is altijd moeilijk,’ zegt de interviewer.
    Er is voorgelezen uit eigen werk. De interviewer heeft de schrijver vervolgens naar de terugkerende thema’s gevraagd. Hij zei het nog net niet hardop, maar hij bedoelde de te vaak terugkerende thema’s.
    ‘Je hebt twee soorten schrijvers,’ had de schrijver geantwoord. ‘De een probeert elke keer iets nieuws. De ander schrijft elke keer hetzelfde boek.’
    Hij had zijn blik over de hoofden van de toeschouwers laten glijden. Zijn eigen antwoord had hem in de oren geklonken als een klok die om twaalf uur precies twaalf keer slaat. Maar de gezichten van de toeschouwers – voor het merendeel vrouwen met praktisch geknipt haar – stonden ernstig.
    De geur van koffie begint op te stijgen naar het tl-verlichte plafond. De schrijver denkt aan het flesje bier dat hij straks aan zijn mond zal zetten. Het zal enige moeite kosten: de bibliothecaresse zal na een lange zoektocht door gangen, langs boekenstellingen en achter kopieerapparaten ergens een flesje bier weten op te duiken.
    ‘Er was er nog eentje,’ zal ze zeggen.
    Er wordt naar een opener gezocht. Na een kwartier wordt die opener zelfs gevonden. Het bier zelf is op kamertemperatuur.
    ‘Iemand zou het voor u in de ijskast hebben moeten zetten,’ zal de bibliothecaresse zeggen, ‘maar diegene heeft zich vanochtend ziek gemeld. We kampen trouwens met meer zieken.’
    Een bromvlieg is de bibliotheek binnengevlogen en botst tegen de tl-buizen. Als in een verhaal van Anton Tsjechov, mijmert de schrijver. Hij hoort het suizen in zijn oren. Hij denkt nu aan zijn auto. Zijn eigen auto op de parkeerplaats buiten de bibliotheek. Op het moment waarop hij straks de motor start, zal het leven opnieuw een aanvang nemen.
    ‘Daar zie ik een vinger,’ zegt de interviewer.
    Je hebt praktisch haar en praktisch haar. Je hebt tuinen met kunstgras en tuinen met alleen tegels. Dit is een tuin met alleen tegels.
    ‘Waarom schrijft u?’ vraagt de vrouw.
    ‘Heeft iedereen de vraag verstaan?’ vraagt de interviewer. ‘Anders zal ik hem nog even herhalen. Waarom schrijft u? wil mevrouw weten.’
    De bromvlieg brandt zijn vleugels aan een tl-buis en stort neer in de plastic doos met koekjes.
    ‘Graham Greene heeft ooit gezegd: “Ik begrijp de mensen niet die niet schrijven,” antwoordt de schrijver en laat zijn blik opnieuw over de hoofden van de toeschouwers glijden. ‘Ik ook niet.’
    Dan is het tijd om eigen werk te signeren. Voor de signeertafel vormt zich een rij.
    ‘Kunt er in zetten: “voor Wenstinieleinde, met veel leesplezier”?’ vraagt een vrouw bij wie één plukje kunstgras over haar oorschelp kietelt.
    ‘Is Wenstinieleinde met een korte of een lange ij?’ vraagt de schrijver.
    ‘Wilt u misschien een kopje koffie?’ vraagt de bibliothecaresse. ‘Onze medewerkster die het flesje bier voor u zou gaan zoeken heeft zich vanochtend ziek gemeld. We kampen met veel zieken. Zelf ben ik ook ziek maar ik ben toch gekomen.’
    De bromvlieg is nog niet dood. Hij probeert onder de koekjes uit te komen en weer op te stijgen.
    ‘Het is voor mijn man,’ zegt de vrouw die heeft gevraagd waarom de schrijver schrijft. De tegels op haar hoofd liggen zo dicht tegen elkaar aan dat er geen gras tussen de voegen kan groeien. ‘Hij had heel graag zelf willen komen maar hij is ziek. Hij heet Uijnst.’
    ‘Is dat met een lange of een korte ui?’ vraagt de schrijver.
In het haar van de volgende vrouw die haar boek op de signeertafel legt, onderscheidt de schrijver een verroeste driewieler, een lege krat bier en een al jaren niet meer gebruikte zandbak waar nu kennelijk de katten uit de aangrenzende tuinen hun behoefte in doen.
    ‘Zou u er in willen schrijven: “voor Draapkreft”, zegt de vrouw, ‘“ik hoop dat je al dood bent als ik je dit boek vanavond cadeau geef. Of dat je uit jezelf weg bent gegaan, zonder moeilijke afscheidsbriefjes op de keukentafel. Ik hoop dat je het op een nette manier doet, zodat ik niet straks allerlei losse rommel moet identificeren.”’
    De schrijver wist niet dat bromvliegen zo sterk zijn dat ze een heel koekje de lucht in kunnen tillen – maar het kan blijkbaar, zolang je het met je eigen ogen kunt zien.
    ‘Ik heb nog één laatste vraag,’ zegt de vrouw wanneer de schrijver de opdracht voorin zijn boek heeft geschreven. ‘Die ik daarnet niet durfde te stellen.’
    In gedachten start de schrijver zijn auto op de parkeerplaats.
    ‘Gaat uw gang,’ zegt hij.
    ‘Is dat nou voor een groot deel autobiografisch wat u hier zo op zo’n avond meemaakt?’

© Herman Koch

De Nederlandse schrijver Herman Koch (1953) is een succesvol televisiemaker (Jiskefet), veelgelezen columnist (de Volkskrant en Esta) en een gevierd romanschrijver. Met zijn vorige roman, Het diner (meer dan 450.000 exemplaren verkocht), won Herman Koch de NS Publieksprijs. Begin 2011 verscheen zijn nieuwste roman, Zomerhuis met zwembad. Het staat al wekenlang op nr. 1 in de Nederlandse bestsellerlijsten.

U kunt reageren op ons forum.