was successfully added to your cart.

With Thanks to Baden-Powell

Met dank aan Baden-Powell

April 15, 2012

By Arnold Jansen op de Haar

I stayed in London last week and came across a lot of Berties: boys with ambitious mothers. The Berties in London all have scooters, and are mainly busy trying to escape.

I paid attention to these boys because I was reading The Importance of Being Seven by Alexander McCall Smith. The central character is Bertie, who is six years old and lives with his father Stuart, mother Irene and baby brother Ulysses in Edinburgh.

Irene wants Bertie to play the saxophone, go to Italian classes and, because she thinks something is wrong with him, visit a psychiatrist. Actually there is nothing the matter with Bertie: he’s just an ordinary boy, although very bright. You really feel for him.

Luckily he is also a cub scout and would love to have a pocketknife, but doesn’t think his mother or the government would allow it. Every time his mother does something silly and he doesn’t know how to react, he wonders how ‘Mr’ Baden-Powell would handle the situation.

The advantage of being six (nearly seven) is that you can still say just about anything. I remember a story about my cousin. It was the 1950s and she was travelling by bus with her aunt. The woman taking the seat opposite them had her hair in rollers covered by a scarf; in those days you could still spot women in rollers on public transport. My cousin asked my aunt: ‘Is she a real witch?’

Or take last week when travelling by Eurostar. A little boy asked his father in a loud voice: ‘Is that a bomb, Daddy?’ Before you know it, you and the entire family have been arrested – fortunately they were just playing a computer game.

I can’t wait for Harper Seven, the Beckhams’ baby, to start talking. Bertie is lucky that he’s just called Bertie. Harper Seven sounds like something out of Star Trek: it gives you the feeling that, at any moment, Captain Jean-Luc Picard will appear through the sliding doors in a too-tight pink suit. ‘Harper doesn’t do pink,’ according to Victoria.

She hasn’t had her first birthday and she’s already a fashion model. There is a chance that when Harper Seven is grown up she will only wear pink tracksuits, to overcompensate.

I have some experience with the issue of overcompensating, as I grew up among girls. Apart from the fact that my eldest sister was responsible for my reading at an early age, this also meant that I learned embroidery and knitting. Luckily, as a six-year-old I had the presence of mind to avoid being sent to ballet lessons.

I was afraid of everything, especially water. I was quite intimidated by a garden hose or inflatable paddling pool. Fortunately, as a thirteen-year-old I was rescued by Mr Baden-Powell and joined the sea scouts. I thought: if you’re afraid of water you’d better get to grips with it. At the sea scouts we happily did all sorts of Totally Irresponsible Things.

You can take it too far, because I ended up as an army officer. I had already understood from Mr Baden-Powell that there was little need of embroidery in such an environment: ‘Come boys, we’ll close the borders with embroidery!’ Let alone the writing of poetry, yet that’s what I wanted to become during my time in the army: a poet.

In the end I did become a poet, and with hindsight Mr Baden-Powell turned out to be responsible for a rather long delay. So I hope that this Bertie won’t be overcompensating when he’s a grown-up.

I think you should keep on looking at things like a six-year-old (nearly seven): in amazement at everything around you. The sister who taught me to read at an early age is now my publisher. What would Mr Baden-Powell have to say about that?

© Arnold Jansen op de Haar
© Translation Holland Park Press


You can leave your comment on our forum.

Visit Arnold’s home page to find out more about his other publications.
 
Previous columns:
Afgelopen week was ik in Londen en zag ik overal Berties: jongetjes met ambitieuze moeders. De Berties hebben daar trouwens allemaal een stepje en zijn voornamelijk bezig met ontsnappen.

Dat ik op die jongetjes lette, kwam omdat ik The Importance of Being Seven van Alexander McCall Smith aan het lezen was. De hoofdpersoon is Bertie. Bertie is zes jaar oud en woont met zijn vader Stuart, moeder Irene en baby Ulysses in Edinburgh.

Bertie moet van Irene saxofoon leren spelen, conversatielessen Italiaans volgen en, omdat ze denkt dat er iets mis is met hem, naar de psychiater. Eigenlijk is er met Bertie niets aan de hand. Bertie is doodnormaal, maar wel slim. Je krijgt behoorlijk met hem te doen.

Gelukkig zit hij ook bij de welpen (cub scouts). Het liefst wil hij een zakmes, maar dat zullen zijn moeder en de regering wel niet goed vinden. Elke keer als zijn moeder iets stoms doet, en hij even niet weet hoe hij moet reageren, vraagt hij zich af wat ‘meneer’ Baden-Powel in zo’n situatie zou doen.

Het voordeel als je zes (bijna zeven) bent is dat je nog alles kunt zeggen. Ik herinner me het verhaal over een nichtje. Ze zat met haar tante in de bus. We spreken over de jaren vijftig. Er ging een vrouw tegenover hen zitten met krulspelden in het haar en daar een hoofddoek overheen. (In die tijd reisde men nog gewoon met krulspelden in het haar met het openbaar vervoer.) En ze vroeg aan haar tante: ‘Is dat nou een heks?’

Of zoals afgelopen week, je zit in de Eurostar en een jongetje vraagt op luide toon aan zijn vader: ‘Is dat een bom, papa?’ Voor je het weet word je met de hele familie gearresteerd. Gelukkig ging het om een computerspelletje.

Persoonlijk kan ik niet wachten tot Harper Seven gaat spreken. Harper Seven is de baby van de Beckhams. Bertie is gezegend dat hij gewoon Bertie heet. Harper Seven is meer een naam uit Star Trek. Je hebt de hele tijd het gevoel dat Captain Jean-Luc Picard in een net iets te strak roze pak door de schuifdeuren komt. ‘Harper doesn’t do pink,’ zegt Victoria. (‘Harper doet niet aan roze.’)

Je bent nog geen jaar oud en je bent al fashion model. De kans bestaat dat wanneer Harper Seven volwassen is, ze alleen nog maar roze trainingspakken draagt. Als overcompensatie.

Ik heb enige ervaring met overcompensatie. Ik ben tussen meisjes opgegroeid. Naast het feit dat vooral mijn oudste zus ervoor zorgde dat ik heel vroeg kon lezen, zorgde men er ook nog voor dat ik kon borduren en breien. Met tegenwoordigheid van geest kon ik op zesjarige leeftijd nog net voorkomen dat ik naar balletles werd gestuurd.

Ik was overal bang van, vooral van water. Een tuinslang en een opblaasbadje vond ik al behoorlijk intimiderend. Gelukkig werd ik op dertienjarige leeftijd gered door meneer Baden-Powell. Ik ging naar de zeeverkenners. Ik dacht: als je bang bent van water dan kun je het beter opzoeken ook. Bij de zeeverkenners deden we gelukkig allerlei Totaal Onverantwoordelijke Dingen.

Je kunt het ook overdrijven want uiteindelijk werd ik legerofficier. Ik had al van meneer Baden-Powell begrepen dat in zo’n omgeving weinig geborduurd werd. ‘Kom jongens, we borduren de grenzen dicht!’ Laat staan dat er gedichten werden geschreven. Terwijl ik dat in mijn legertijd toch het allerliefste wilde worden: dichter.

En dichter werd ik uiteindelijk. Meneer Baden-Powell bleek achteraf verantwoordelijk voor een tamelijk lang uitstel. Dus nou hoop ik dat die Bertie als hij volwassen is, niet gaat overcompenseren.

Ik geloof dat je een beetje moet blijven kijken als zesjarige (bijna zeven): met verwondering naar alles om je heen. De zus die me zo vroeg leerde lezen, is nu mijn uitgever. Wat zou meneer Baden-Powell daarvan zeggen?

© Arnold Jansen op de Haar


U kunt reageren op ons forum.

Eerdere columns: